Column

Jacht op zondebokken bij Imtech is geopend

Op 25 maart dit jaar kochten de vier bestuurders van installatiebedrijf Imtech elk duizenden aandelen in hun werkgever. Zoveel vertrouwen hadden zij kennelijk in de goede afloop van de nachtmerrie die op 4 februari 2013 begon met de publicatie van een persbericht dat grootscheepse fraude in Polen was ontdekt.

Bestuursvoorzitter Gerard van de Aast kocht 19.357 aandelen, financieel directeur Hans Turkesteen 13.936, Felix Colsman 8.710 en Paul van Gelder 7.665 stuks. Zij betaalden allemaal 5,15 euro per aandeel.

Op 12 mei leek hun vertrouwen gerechtvaardigd. Imtech herhaalde zijn eerdere prognose: op weg naar herstel. Van de Aast en Turkesteen kondigden vervolgens hun vertrek aan. De tropenjaren zaten erop. Zij hadden een bedrijf dat buiten hun schuld op bankroet afkoerste met vereende krachten overeind weten te houden.

Per 1 januari 2016 zou bestuurder Van Gelder het roer overnemen. Van de Aast liep niet weg, hij zou commissaris worden en daarmee zorgen voor continuïteit tussen de nieuwe bestuursvoorzitter en de commissarissen. Het is vanuit gezonde verhoudingen in de top nooit optimaal als de vorige baas als commissaris meteen toezicht gaat houden op zijn opvolger. Maar ja, weinig mensen weten inmiddels zo veel van de interne gang van zaken bij Imtech als Van de Aast. Dus, doe maar.

Toen volgde op 28 juli een winstalarm. Herstel kost toch meer tijd. Tussen het optimisme van 12 mei en dat winstalarm zitten maar tien weken. Hoe kan dat zo snel zijn gegaan? Tegenvallers in de bedrijfsvoering veroorzaken vertrouwensverlies bij enkele financiers. Er moet meer geld bij om de gaten te dichten. Weer meer geld. Dus ontstaat ruzie. Financieel directeur Turkesteen vatte dertig maanden ploeteren om Imtech te redden afgelopen dinsdag in drie cijfers samen. Ze hadden in die periode vijf keer met de banken en andere financiers onderhandeld over een redding. Vier keer was het gelukt. Een keer niet.

Wie de reeks persberichten nog eens terug leest, valt ook op: steeds bondiger. Het winstalarm telt elf, bijna steeds uit de kluiten gewassen alinea’s. Het persbericht van afgelopen maandag dat de onderhandelingen met de financiers zonder resultaat zijn gebleven, bestaat uit drie zinnen.

Wat gaat achter die kale cijfers schuil? Dagen die zich aaneenregen tot eindeloze telefonische en fysieke vergaderingen. Slaaptekort. En dan verkruimelt de reddingsactie onder je handen. Je ziet het gebeuren. Machteloosheid krijgt de overhand. De zaak gaat pleite. Het moet een vernederende ervaring zijn geweest.

Na het uitstel van betaling deden journalisten op de persconferentie hun best om nog wat van die emotie los te woelen. Maar Van de Aast weigerde om zijn eigen kijk op de ondergang van Imtech, toch het grootste Nederlandse bankroet in jaren, in dramatische termen te schilderen. Geen kwaad woord over de ongeveer veertig financiers kwam over zijn lippen. Hij bedankte de werknemers. Dat wel. Stijlvol. Aan hen had het niet gelegen.

Als het stof straks is neergedaald, volgen de onderzoeken naar de oorzaken van het bankroet. Dat levert zonder twijfel fijne oefenstof op voor managementopleidingen en voor bijspijkercursussen voor juristen.

De jacht op zondebokken, zoals voormalig topman Sjoerd van Keulen van bank en verzekeraar SNS Reaal na de nationalisatie begin 2013, is geopend. Beleggersvereniging VEB nam hierop vanochtend in Het Financieele Dagblad al een voorschot met de beschuldiging dat het bestuur van Imtech beleggers mogelijk misleid heeft dan wel incompetent is.

Maar Van de Aast en zijn collega’s zijn dat niet.