De Lijstjeslawine: acht boeken met een Surinaams randje

President Desi Bouterse neemt een militair defile af na de inauguratie op 12 augustus. Foto ANP/PIETER VAN MAELE

In een wekelijkse webserie over boeken die met de actualiteit in verband gebracht kunnen worden, deze week acht boeken uit en over Suriname naar aanleiding van de installatie van Desi Bouterse als president van het land.

Clark Accord: De koningin van Paramaribo (1999)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.36.11

Debuut dat uitgroeide tot een bestseller. De ‘koningin van Suriname’ uit de titel is Wilhelmina Rijburg (1902-1981), alias Maxi Linder, bijgenaamd de Afrodite van Suriname, ook wel bekend als de Zwarte Spin en de Zwarte Parel van de West. Een legendarische figuur die in de jaren twintig en dertig triomfen vierde als superprostituée voor zeelieden, soldaten en leden van de hogere klassen in Paramaribo, en die na de Tweede Wereldoorlog nog lang een van de opvallendste Bekende Surinamers was. Maxi Linder, die haar beroepsnaam ontleende aan een Franse stomme-filmster (of, volgens sommigen, aan het begrip Maximum Cilinder ‘vanwege haar goed gesmeerde machinerie, met alle zuigers en lagers erop en eraan’) leidde een leven dat was verknoopt met de twintigste-eeuwse Surinaamse geschiedenis.

Willem Frederik Hermans: De laatste resten tropisch Nederland (1969)

js291

Reportages van Hermans over zijn bezoeken aan de Antillen en Suriname. In 1995, in het jaar van overlijden van Hermans, diepte Anil Ramdas in NRC een herinnering op aan het boekje, toen hij zelf nog in Suriname woonachtig was:

“(…) tot mijn twintigste had ik nog nooit van Ischa Meijer en Annie M.G. Schmidt gehoord en kende ik Willem Frederik Hermans alleen omdat ik per toeval in een afgelegen hoekje van de bibliotheek zijn reisboek over Suriname De laatste resten tropisch Nederland had gevonden. Het was een eigenaardige gewaarwording om daarin een beschrijving te lezen van de plaats waar ik mij op dat moment bevond, de bibliotheek en de gebouwen van het culturele centrum erom heen. Maar wat voor mij een oord van hogere beschaving was, omschreef Hermans als ‘een complex van barakken, matig netjes onderhouden, dat bestond uit een bibliotheek, een zeer armzalige gehoorzaal, een zaaltje waar balletlessen worden gegeven en een ander zaaltje waar Nola Hatterman schilderlessen geeft aan lieve zwarte kinderen die verlegen opkijken van hun werk. De schamelheid van alles, in verbinding met de aandoenlijke ijver die hier ten toon gespreid wordt, is vertederend. Ik zal bemerken dat zoveel in Suriname mij op den duur vertedert.’

Het vreemde was dat ik me niet gekwetst voelde. Ik werd juist nieuwsgierig, want als hij zo sprak over dìt culturele paradijs, hoe zou het in Holland dan wel niet wezen!”

Astrid Roemer: Lijken op liefde (1997)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.36.53

Roman over een proces naar aanleiding van de ‘gebeurtenissen’ in Fort Zeelandia in de nacht van 7 op 8 december 1982, beter bekend als de Decembermoorden. Alhoewel de naam Bouterse in Lijken op liefde niet wordt genoemd, en ook de context van de rechtszaak in de roman verschilt van die van het proces dat naar aanleiding van de werkelijke omstandigheden werd gehouden, zijn de overeenkomsten duidelijk. „De wond is nooit gedicht,” zei Roemer over de Decembermoorden bij het verschijnen van haar roman. „Daarom is het tijd dat iemand hem eens helemaal echt goed openlegt.” Maar zij zou geen romancier zijn geweest als ze het grote proces in Lijken op liefde niet parallel had laten lopen met een schoonwasoperatie op microniveau. Want ook haar hoofdpersonen, Cora en haar echtgenoot Herman, hebben lijken in de kast, leefden in het teken van horen-zien-zwijgen, en moeten in het reine komen met hun verleden. En uiteindelijk zijn het ironisch genoeg hun privézaken die een voortijdig einde betekenen van het openbare tribunaal. Tweede deel uit de trilogie Roemers drieling.

Edgar Cairo: Temekoe (1969)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.37.31

Indringend verhaal over een vader-zoon-relatie dat door Surinamist Michiel van Kempen in NRC werd betiteld als “een novelle in het Sranan die nog altijd zijns gelijke in die taal niet heeft gevonden”. In de necrologie van de op relatief jonge leeftijd overleden Cairo schreef Van Kempen:

“Edgar Cairo was een absolutist, iemand die de koloniale geschiedenis in alle uithoeken verkende en er zijn schreeuw over liet horen. Geen enkele andere schrijver uit Nederlands West-Indië heeft de koloniale trauma’s zo indringend verwoord in zoveel genres als Edgar Cairo. Dit klinkt alsof hij een loodzwaar oeuvre bij elkaar schreef, maar er zijn weinig schrijvers bij wie het plezier van het schrijven zo van elke pagina spatte als Cairo.”

Cairo schreef ook De smaak van Sranan Libre, een hoorspel uit 1982 over de Decembermoorden.

Hugo Pos: In Triplo (1996)

90-6265-423-1

Elf jaar na zijn prozadebuut Het doosje van Toeti (volledig in te zien op dbnl) publiceerde de dichter Hugo Pos (1913-2000) zijn memoires. De titel ervan duidde op drie gestalten die hem jarenlang het vuur na aan de schenen hadden gelegd: Surinamer, Nederlander en jood. “Na een harde onderlinge strijd heeft het drietal zich uiteindelijk gewonnen gegeven en is in één ziel samengevloeid”, zoals NRC bij verschijning over het boek schreef. In Triplo is levendig en met humor geschreven, geeft zelfkritiek en twijfel ruim baan, vertoont een jeugdige verwondering en biedt een verfrissende relativering van het eigen bestaan, dat toch gerust enerverend genoemd mag worden. Pos groeide op in Suriname, werd op zijn veertiende naar Nederland gestuurd, waar hij studeerde en onrijpe gedichten schreef. Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 vluchtte hij in een bootje de zee op; het begin van een zwerftocht die hem langs Finland, Wladiwostok, Japan, Canada, Engeland en Australië bracht.

Anil Ramdas: Badal (2011)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.38.24

Autobiografische roman over Harry Badal, een uit Paramaribo afkomstige Hindoestaan die vriendschap sluit met Henry, een personage dat op journalist Stephan Sanders geënt lijkt. Badal en Henry vormen de kern van een groepje intellectuelen van allochtone herkomst dat discussieert en schrijft over migratie, integratie, de multiculturele samenleving, nationalisme, kosmopolitisme, identiteit, loyaliteit, relativisme. In tegenstelling tot ‘blanke intellectuelen’ met hun combinatie van zelfbeklag en zelfgenoegzaamheid, koesteren zij nog de hoop dat kunst en wetenschap de beschaving kunnen redden. In de loop van de roman valt dit clubje ‘intellectuelen die er niet bij hoorden’ uit elkaar. Eén voor één laten ze zich inpalmen door de blanke elite, waartegen ze, Badal voorop, huizenhoog opkijken.

Cynthia McLeod: Hoe duur was de suiker (1987)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.38.47

Populaire roman uit de Nederlands-Surinaamse literatuur. De historische roman over een achttiende-eeuwse plantage werd gekocht door één op de vijftig Surinamers en liet tienduizenden lezers kennismaken met een vaak vergeten stukje van hun geschiedenis: het reilen en zeilen van Jodensavanne. Deze koloniale nederzetting aan de Surinamerivier was gesticht door joods-Portugese immigranten, en kon bogen op de oudste synagoge van het westelijk halfrond. Meer dan anderhalve eeuw nadat het gebouw door brand verwoest werd (1832) is het een lieu de mémoire voor de joodse basis van de tegenwoordig door Hindoestanen en Creolen gedomineerde Surinaamse samenleving.

Ellen Ombre: Negerjood in moederland (2004)

Schermafbeelding 2015-08-13 om 13.39.08

Ook in de eerste roman van Ellen Ombre (Paramaribo 1948), speelt Jodensavanne, of liever de keuze ‘tussen jodendom en negerschap’, een belangrijke rol. Hannah Dankerlui, de hoofdpersoon van Negerjood in moederland, is de dochter van een zwarte Surinamer en een negerjoodse vrouw. Als puber is ze met haar familie naar Nederland verhuisd, waar ze zich vooral bewust is geworden van haar joodse wortels – aanvankelijk door haar bijbaantje in een joods verzorgingstehuis, daarna door haar huwelijk met een joodse antropoloog, en later door een reis naar Suriname en Jodensavanne. Niettemin worstelt Hannah met haar identiteit: ze is joods én zwart, Surinaams én Nederlands, dochter maar (door een chlamydia-infectie) geen moeder. Anno 2000, aan het begin van de roman, bevindt ze zich zelfs in een crisis: moe van de escapades van haar chronisch ontrouwe echtgenoot Chaim, en voor de zoveelste keer vernederd door haar moeder, pakt ze haar koffers en gaat ze naar een vriendin in de Bijlmer. Gespleten, verscheurd en worstelend met haar identiteit – Hannah is een personage zoals we dat kennen uit de verhalenbundels Maalstroom, Vrouwvreemd en Valse verlangens waarmee Ombre in de jaren negentig bekend werd.