‘Brazilië is voor ons een focusland’

Minister Bussemaker bezoekt Brazilië. Hun cultuureducatie is voor Nederland een voorbeeld, management leren ze van ons.

Jonge percussionisten van muziekeducatieproject ‘Meninos do Morumbi’ in een sloppenwijk in Sao Paulo. Camilla Watson/Getty Images

Gratis cultuurbonnen zodat kansarme Brazilianen naar de film en het theater kunnen, een wet die bedrijven prikkelt om cultuur te sponsoren en banken die musea financieren. Het is maar een kleine greep uit vele initiatieven in Brazilië om kunst en cultuur te stimuleren.

Internationaal, ook door Nederland, wordt er met interesse naar gekeken. Er liggen in dit grootste land van Latijns-Amerika grote kansen voor het Nederlands onderwijs en cultuurveld.

Vanuit die gedachte bezoekt minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze week Rio de Janeiro en Sao Paulo. „Brazilië is een focusland voor Nederland als het gaat om uitwisseling van kunst en cultuur”, aldus Bussemaker gisteren in Rio de Janeiro op een seminar over samenwerking. Er waren vertegenwoordigers van Braziliaanse kunstinstellingen en Nederlandse vertegenwoordigers van ondermeer NEMO, het Stedelijk Museum en filmmuseum EYE. Bussemaker: „We hebben veel internationale samenwerkingsprojecten op het gebied van theater en kunst. De Brazilianen zijn vooral geïnteresseerd in onze expertise in cultuur- en museummanagement. Maar ook over het inrichtingen van exposities heeft Nederland veel know how, die Brazilianen kunnen gebruiken.”

Carlos Roberto Brandão, president van het Braziliaanse instituut voor musea, beaamt dat. „Er zijn de laatste jaren, door de economische groei, meer musea gebouwd in Brazilië. Maar het ontbreekt ons aan ervaring in het effectief besturen daarvan.”

In Brazilië investeert niet alleen de overheid maar ook het bedrijfsleven in cultuur. Een speciale wet sinds 1991, de ‘lei Rouanet’, stimuleert cultuursponsoring met een belastingaftrek van 4 tot 6 procent. In 2011, toen de Braziliaanse economie (nog) flink groeide, vloeide zo veertig miljoen euro naar cultuurprojecten in Brazilië. Zo leunt de omvangrijke Braziliaanse filmindustrie op investeringen van o.a. oliemagnaat Petrobras.

Bussemaker: „Eerst dacht ik: geweldig, dat zou de Nederlandse private sector ook meer moeten doen. Maar als je het Braziliaanse model grondiger beziet, heeft het ook nadelen. Zodra het slecht gaat met het bedrijfsleven, valt er een gat. Bovendien steunen Braziliaanse bedrijven liever gevestigde kunstenaars dan onbekend talent. In Nederland is dat met ons subsidiemodel beter geregeld.”

Nederland kan zich volgens Bussemaker wel laten inspireren door de Braziliaanse cultuureducatie. Al op de basisschool is er veel aandacht voor cultuur en muziek, en leren kinderen werk van nationale dichters.

Bussemaker: „Ik bezocht een sloppenwijk waar kinderen theater- en muziekles krijgen. Dat is dan geen gezelligheid tijdverdrijf, maar ‘serious business’. Die kinderen worden echt opgeleid, ze leren het vak van muzikant of acteur. Ik ben er ook een voorstander van dat in Nederland muziekles weer belangrijker wordt op scholen. Cultuur heeft de kracht om mensen te verbinden. Hier in Brazilië hebben ze dat al langer begrepen.”