Avonturenfilm door de Arabische woestijn

Theeb (‘Wolf’) is veel ineen: avonturenfilm, arthouse-tegengif voor de romantische grandeur van woestijnklassieker Lawrence of Arabia, woestijnwestern nieuwe stijl, een bewegend schilderij waarop je eindeloos windtekeningen, oceanen van stof en zeeën van tijd in het zand kunt zien, en vooral een intelligente kijk op hoe tijdens de Eerste Wereldoorlog de modernisering in de Arabische wereld werd geïntroduceerd. Het is dat alles, maar dan subtiel verweven en gelaagd; geen overdaad maar rijkdom.

Geen wonder dat de film na zijn bescheiden première op het Filmfestival Venetië vorig jaar, waar hij de regisseursprijs van de Orrizonti-competitie won, op steeds meer festivals te zien was en langzamerhand een groter publiek veroverde. Centraal staat de plotselinge en hardvochtige coming-of-age van de tienjarige Theeb. Hij reist stiekem zijn broer achterna als die twee mannen naar een waterbron begeleidt langs een pelgrimspad, dat door de komst van de Ottomaanse Hidjadzspoorlijn (van Damascus naar Medina) in onbruik is geraakt. Dat pad wordt een metafoor en tijdmachine voor de complexe oorsprong van de conflicten in de Arabische wereld.