Verslavingen die helpen bij het schrijven

In de flatgebouwen waar ik gewoond heb, viel de kalmte mij altijd op. Er was natuurlijk wel geschreeuw en lawaai achter de muren, maar doordat we met zovele, totaal verschillende mensen dicht bijeen zaten, liet iedereen elkaar met rust. Je zag je buren weleens in de lift, bij de brievenbus of bij feesten en drama’s, maar meestal bleef het bij een hoofdknik.

Achter de muren speelden zich zoveel ongekende verhalen af. Een alleenstaande man met een slang én een kind, een oud vrouwtje in een overvol appartement, een jonge vrouw die iedere nacht om vier uur roepend op haar balkon ging staan, het zwengelde mijn verbeelding aan. Dat is de vonk geweest voor mijn nieuwe roman Wat alleen wij horen. De roddels, de geruchten, de afstand en ondanks alles de samenhorigheid tussen de bewoners in een flatgebouw in de stad, waar een onverwacht bericht hen in het nauw drijft.

Toen ik zes maanden geleden genoeg notities had verzameld, wist ik wat me te doen stond: alles laten wijken voor mijn nieuwe roman. Dat betekende niet enkel mijn columns tijdelijk stopzetten, maar ook afkicken van het zoveelrichtingsverkeer van de sociale media, mijn staart niet meer roeren op Facebook, Twitter en mijn website, zelfs nergens meer gluren en alle apps van mijn iPhone gooien. Keihard. Zalig.

In de plaats kwamen automatisch andere gewoontes en verslavingen die me hielpen bij het schrijven, waaronder mij dagelijks informeren over Rihanna. Mijn grootste schrijfhulp lag ondertussen doorlopend op mijn schoot. Mijn zinnen zijn getoonzet op het nobele gesnurk van mijn mopshond Elfje. Zij slaapt voor twee terwijl ik steeds meer wegzink in het verhaal over vijf levens in het Atlasgebouw die elkaar onvermijdelijk kruisen.

Ik kan alsmaar moeilijker slapen, ik ben een dieselmotor met constructiefout en blijf gaan, met zware PMS (Pre-ManuscriptinleverSyndroom) tot gevolg. Ik stuiter op en neer tussen totale verrukking over mijn verhaal en vreselijke wanhoop.

Precies zes maanden geleden sprak ik met mijn uitgever een strakke deadline af. Dag en uur staan vast. Ik heb een deadline nodig om meer te kunnen dan ik kan, door die wonderdrug geheten adrenaline.

Nu is ze er: de allerlaatste versie. Er resten mij nog maar een paar uur samen met de alleenstaande moeder Melanie, haar zoontje Claus, de vrijgezel Anton, zijn zus Erin en de oude rokkenjager George. Dan geef ik hen, en mijn roman Wat alleen wij horen, voor altijd uit handen. Het boek is af en toch wil ik de landing niet inzetten. Ik wil nog wat langer in de wolken zijn, al kan dat misschien in mijn slaap die binnenkort hopelijk terugkomt.