Verplicht op vakantie is uit de tijd – wie vertelt het de bouw?

Zonnig, lang licht en slechts af en toe een bui: deze zomer in Nederland creëert de ideale omstandigheden voor de bouwvakker. Steeds meer bouwbedrijven werken inderdaad door. Maar snel gaat dat niet in deze sector.

Op een steiger aan de Prinsengracht in Amsterdam zijn zes mannen aan het opbouwen. Het is warm, dus ze hebben een ontbloot bovenlijf. Terwijl om hen heen toeristen cirkelen en aan de gracht twee meisjes picknicken, zijn zij aan het werk. Een pand opknappen. „Wij doen niet aan bouwvak”, zegt één van hen lachend. „Maar kijk om je heen. Er zijn ergere dagen om buiten te zijn.”

Officieel is de bouwvak nu bezig. Nou ja, de onofficiële bouwvak.

De echte bouwvak – een periode van vier weken waarin iedereen in de bouw het werk neerlegt – is al sinds 1981 afgeschaft. Maar omdat nog steeds veel bouwbedrijven al hun personeel in de zomer vier weken op vakantie sturen, noemen we dit al meer dan dertig jaar gewoon nog ‘bouwvak’.

Daar komt verandering in. Vorige week bracht UPS Consultancy, een bedrijf dat cijfers verzameld over de bouw, een onderzoek naar buiten waaruit bleek dat bijna de helft van de bedrijven niet meer aan de bouwvak doet. Ze werken gewoon door. Twee jaar geleden werkte nog maar een kwart door. Jeannette van der Rhee, die het onderzoek heeft uitgevoerd: „We hebben dat gevraagd aan een panel van 150 bouwbedrijven. Slechts 28 procent sluit nog compleet alle deuren, de rest heeft minimaal een paar werknemers aan het werk.” Het is een onderzoek onder 150 bedrijven. Dat is een relatief kleine groep, beaamt Van der Rhee. „Maar twee jaar geleden hadden we een groter onderzoek uitgevoerd onder 600 bedrijven, daar bleek ook al uit dat de bouwvak steeds minder populair wordt.”

Liever doorwerken

Al meer dan dertig jaar is er dus al geen officiële bouwvak meer, toch hielden de meeste bedrijven er nog jaren aan vast: de bouw is een vrij conservatieve sector. Dat de bouwvak nu steeds minder populair wordt, heeft waarschijnlijk met de crisis te maken.

De bouwsector heeft sinds de crisis in 2008 enorme klappen gekregen. Veel bedrijven zijn failliet gegaan, veel werknemers zijn ontslagen en min of meer noodgedwongen als zzp’er doorgegaan. Opdrachten lopen al jaren terug, en bouwprojecten staan stil. In 2008 werd er nog voor ongeveer 75 miljard euro gebouwd, dat daalde door het uitbreken van de crisis tot 55 miljard euro in 2013 (ruim 25 procent minder). De werkgelegenheid in de bouw is met 85.000 arbeidsjaren (bijna 20 procent) gedaald.

Vorig jaar is pas voor het eerst langzaam herstel te zien. Dit jaar zet dat door. Áls er dan in de zomer werk is, willen bedrijven liever doorwerken. En dat geldt niet alleen voor zzp’ers, ook bij bouwbedrijven werken werknemers tijdens de bouwvak vaker door. Martin Koning van Economisch Instituut voor de Bouw: „Maar het is niet alleen de crisis, het is ook een trend die je in de hele maatschappij ziet. De vraag naar meer flexibiliteit neemt toe, waarop bedrijven inspelen. Zo worden de winkeltijden bijvoorbeeld ook steeds ruimer.”

Theo Scholte, woordvoerder van Bouwend Nederland, ziet ook de trend van doorwerkende bouwbedrijven. „Al schat ik in dat nog steeds iets meer dan de helft van de bedrijven het werk stillegt.” De brancheorganisatie geeft aan hun leden geen advies of ze wel of niet moeten meedoen aan de bouwvak. Scholte: „Het zijn ondernemers, dus ze mogen zelf weten wanneer ze werken. Vaak is het voor opdrachtgevers juist een gunstige periode om te bouwen. Juist de zomer is een ideale periode om bijvoorbeeld aan de weg of aan scholen te bouwen. Het is veel rustiger in het hoogseizoen.”

En ook in de particuliere bouw is er in deze periode veel vraag, zoals naar het plaatsen van een dakkapel. „Je hebt in Nederland liever je dak eraf in hartje augustus, dan in september. En daar zijn vakmensen voor nodig.”

Maar snappen doet hij het wel, als bedrijven besluiten toch de deuren dicht te doen. „Het is voor een werkgever praktisch als iedereen op dezelfde tijd vakantie neemt, dan heb je minder gepuzzel met schema’s en invallers. En het is het meest logisch om dat dan in dezelfde periode te doen als waarin de kinderen schoolvakantie hebben.”

De omgeving werkt niet mee

Arno Schipper (59) uit Overveen vindt het verplicht op vakantie gaan lastig. Hij is zelfstandig ondernemer en importeert met zijn bedrijf Arcas zogeheten dilatatievoegprofielen. Dat zijn bouwmaterialen die zorgen dat een brug kan bewegen. „Als je over een brug rijdt met de auto en trttt hoort, dát importeer ik.” Het liefst zou hij deze zomer gewoon doorwerken en lekker in oktober op vakantie gaan. „Het laagseizoen is veel goedkoper en rustiger.”

Maar dat kan niet. „Ik neem noodgedwongen nu wel vakantie. Want doorgaans is het een week of vijf akelig rustig voor mijn bedrijf.” Fabrieken sluiten deels, nieuwe opdrachten komen pas weer na de bouwvak binnen. „Ik moet nu wel met vakantie, want een andere periode gaan zou niet slim zijn.”

Er moet wel meer gepland worden

Joep Houtenbos (61) is hoofd dagelijks toezicht bij een Amsterdams bouwproject. Hij staat midden tussen de zandhopen en bouwmaterialen, om hem heen werken mensen op graafmachines en lopen ze af en aan met kruiwagens. „Natuurlijk, soms is er net iets niet als je het nodig hebt. En dan is je eigen fabriek dicht. Maar dan bel je gewoon even naar een fabriek in een andere regio in Nederland, die zijn dan nog wel open.”

Het enige vervelende is als je ruim van tevoren iets hebt besteld, wat dan nog half-af in de fabriek wacht. „Dan krijgen fabrieken zo veel orders die ze voor de bouwvak moeten aanleveren, dat ze het niet meer redden. En dan ligt het stil en krijg je het product pas weer in september.”

Op de plek waar hij werkt is een Duitse aannemer actief, die veel Slowaken in dienst heeft. „Die willen graag met Kerst vrij, dus werken nu juist door.” Zelf is hij net op vakantie geweest. En de Nederlandse bouwvakkers houden wel vakantie, maar rouleren. Dat gaat net als bij andere bedrijven die geen bouwvak hebben: je moet er samen uit zien te komen, en mensen met schoolgaande kinderen gaan in de zomervakantie.

Zelf kiezen wanneer je weggaat

Bij grote bouwbedrijven als Bam en Heijmans gaan ze ook niet officieel met bouwvak. Bij Heijmans zijn sommige vestigingen dicht, volgens de woordvoerder „afhankelijk van de vraag naar opdrachten”. Bam laat nieuwe werknemers weten dat ze het „op prijs stellen” dat er vakantie wordt opgenomen in deze rustige periode. Maar het bedrijf wil ook een „goede werkgever” zijn, en dus flexibel.

Want ook dat is een reden om de bouwvak af te schaffen, vindt werknemersbond FNV Bouw: verplicht vakantie vieren is niet meer van deze tijd. Ze pleiten al jaren voor de afschaffing van de bouwvak. Bob Hey, bestuurder van FNV Bouw: „We vinden het belangrijk dat mensen zelf mogen kiezen wanneer ze op vakantie mogen.”

Ondanks dat krijgen ze eigenlijk weinig klachten van boze bouwvakkers die zelf willen bepalen wanneer ze op vakantie gaan. „Dat komt vooral doordat de bouwsector vergrijst is. De mensen in de bouw doen dat al dertig jaar. Dat zijn oudere mannen, die zijn dat al jaren gewend en klagen er ook niet over.” Om nieuwe, jonge bouwvakkers aan te trekken, zou de bouwvak weg moeten, vindt Hey.

De heel dappere bouwvakker zou zelfs kunnen weigeren om met bouwvak verplicht weg te gaan. „Dat gebeurt vast weleens, zegt Hey. „Als je echt weigert om verplicht vrij te nemen, heeft de werkgever een probleem. Hij moet dan zorgen voor werk. En als dat er simpelweg niet is, moet hij loon doorbetalen.”

Maar veel zal dat niet voorkomen, in een sector die net langzaam uit de crisis kruipt.