Radicale hindoes hebben wind in de rug met ‘hun’ premier

De partij van premier Modi streeft naar de hegemonie van hindoes. Dat was meteen na de verkiezingen al te merken.

Met het aantreden van de BJP-regering onder premier Narendra Modi in mei 2014 zijn Indiase hindoe-radicalen actiever geworden in hun agitatie tegen met name moslims. Modi’s Bharatiya Janata Party (BJP) hangt de hindoetva-ideologie aan, die streeft naar het vestigen van een hegemonie van hindoes in India. Vooral de radicale groepen Vishva Hindu Parishad (VHP) en de Rastriya Swayamshevak Sangh (RSS), die vele BJP-politici onder hun aanhangers tellen, roeren zich. Vóór zijn aantreden als premier noemde Narendra Modi zich „een hindoenationalist”. Zijn politieke loopbaan begon bij de RSS: ruggegraat en campagnemachine van Modi’s regerende BJP.

1 Permanente dreiging: de Ramtempel

Zonder meer het meest explosieve geschilpunt tussen hindoes en moslims in India. De Sangh Parivar (een familie van hindoe-organisaties als BJP, RSS en VHP) wil een tempel bouwen voor de belangrijke god Ram in de heilige stad Ayodhya. Die moet komen op de plek waar tot 1992 de Babrimoskee stond. In de zestiende eeuw werd de moskee gebouwd op de puinhopen van een eerdere Ram-tempel, die door moslimveroveraars werd verwoest. In 1992 brak een menigte van 150.000 radicale hindoes die moskee met hun blote handen af. Dat leidde tot godsdienstrellen in heel India, waarbij ruim tweeduizend doden vielen, voornamelijk moslims.

Voorgaande regeringen hebben steeds voorkomen dat de Sangh Parivar een permanente Ram-tempel kon oprichten op de plek van de afgebroken moskee. Maar de tempel is al gereed – bekostigd door internationale giften van hindoes. Hij staat op een werkplaats in Ayodhya in marmeren panelen te wachten tot hij kan worden geïnstalleerd. De VHP en de RSS oefenen steeds grotere druk uit op de BJP, hun bondgenoot bij de eerdere tempelagitatie, om toestemming te geven voor installatie en inwijding. Iedereen weet: als die toestemming er komt, zullen er opnieuw duizenden doden vallen.

2 Juni 2014: hindoemythologie wordt leidend in onderwijs

Al een maand na de verkiezingsoverwinning van Modi’s BJP kregen duizenden scholen geschiedenisboeken waarin werd beweerd dat auto’s werden uitgevonden in het klassieke India, en dat heel Zuid-Azië tot ‘Onverdeeld India’ (Akhand Bharat) behoort.

Drijvende kracht achter de gereviseerde schoolboeken (in gebruik genomen in de deelstaat Gujarat, waar Modi zelf vandaan komt) is hindoeactivist Dina Nath Batra. Hij vindt dat „bruikbare Indiase” kennis in het schoolcurriculum hoort. Daarbij put hij liever uit de millennia oude Indiase mythologie dan uit de moderne wetenschap.

In februari 2014 kwam Batra’s stichting wereldwijd in het nieuws toen ze het voor elkaar kreeg een alom geprezen academisch boek over het hindoeïsme van de Amerikaanse indologe Wendi Donigers uit de handel te krijgen. Het boek zou beledigend zijn voor hindoes. De uitgever, Penguin Books, vreesde een rechtszaak niet te kunnen winnen en vernietigde de oplage.

Modi’s onderwijsminister Smriti Irani is een voormalige Bollywood-actrice zonder enige ervaring op het gebied van onderwijs of bestuur. Ook dat toont volgens critici dat de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijs voor India’s BJP-regering geen prioriteit heeft.

3 Augustus 2014: Love jihad

De Love Jihad beheerste vorige zomer de Indiase media. De BJP en de RSS zaaiden angst en verontwaardiging met hun bewering dat moslimjongens hindoemeisjes verleidden en hen vervolgens dwongen zich te bekeren tot de islam. Daartoe voerden zij het verhaal aan van een hindoemeisje, dat haar bewering over gedwongen bekering later introk. Indiase journalisten konden geen Love Jihad-gevallen vinden.

4 December 2014: beledigende taal door een BJP-regeringslid

Niranjan Jyoti, een nationale minister van staat, verklaarde op een partijbijeenkomst dat de Indiërs moeten kiezen of ze een regering willen met „de zonen van Ram, of met bastaardkinderen”. Veel Indiase intellectuelen zijn woedend dat een minister zulke haatzaaiende taal mag gebruiken zonder te worden teruggefloten. Premier Modi zwijgt. Uiteindelijk biedt Jyoti haar verontschuldigingen aan.

5 December 2014 - januari 2015: Ghar vapasi (‘Thuiskomst’)

De VHP en de RSS hielden in verscheidene deelstaten grote bijeenkomsten, waarbij moslims en christenen massaal werden bekeerd. Hindoe-radicalen zien moslims en christenen als afvallige hindoes, die moeten worden ‘thuisgebracht’. Ondanks luide protesten grepen de autoriteiten niet in, omdat de bekeringen, die nog steeds plaatsvinden, vrijwillig zouden zijn.

Premier Modi heeft zijn hindoe-radicale achterban nog nooit in het openbaar tot de orde geroepen. Wel liet hij zich herhaaldelijk positief uit over Indiase niet-hindoes, met name over de moslims, die volgens hem ‘leven en sterven voor India’. Waarnemers gaan ervan uit dat hij zich volledig richt op zijn economische agenda. Het radicale deel van zijn achterban zou zijn gang mogen gaan zolang dat Modi’s macht en de openbare orde niet ondermijnt.