Column

De koffietent wil geen zzp’ers meer. Waar moet je dan heen?

Pieter van Os werkt als zzp’er in Warschau. Deze zomer doet hij wekelijks verslag van het thuiswerken.

Even terug in Amsterdam zie ik de wereldwijde toekomst van de zzp’er die graag vanuit het café werkt. In Warschau zijn er tientallen filialen van grote koffieketens en andere koffietenten waar je urenlang kunt werken, op één cappuccino. Schuldgevoel is nergens voor nodig: talloze stoelen en tafeltjes blijven leeg. In Nederland blijkt het tegenwoordig lastiger, zo blijkt in de hoofdstad.

Vooral fraaie cafés met goede koffie – met zo’n stevig groot espressoapparaat – zijn opgehouden met het aanbieden van wifi.

De Koffie Salon in de Utrechtsestraat is er al een tijd mee opgehouden. Terwijl ik vertwijfeld achter mijn scherm zoek naar mogelijke verbindingen, legt een personeelslid me uit dat het „hier geen internetcafé” moet worden. Ik geloof dat je zo iemand een barista noemt.

Gisteren legde haar collega van koffietent Head First me uit, in de Jordaanse Westerstraat: „We zaten eerst in de Tweede Helmersstraat, met wifi. Mensen achter hun laptop maken het ongezellig.” Ook Head First biedt geen wifi. De drukte in die koffietent bewijst dat dit in ieder geval goed ondernemerschap is.

In een café in de Wolvenstraat hing een tijdlang een briefje dat je een onwelkom gevoel moest geven: ‘Laptoppers vinden we niet zo gezellig.’ In Gent heeft een koffietenteigenaar roem vergaard met de brute wijze – en scheldwoorden – waarmee hij klanten met laptop en al eruit gooit.

Voor mij is de trend jammer, want het café biedt voordelen. Wie deze zomerse vervangcolumn vaker leest (hallo mam), weet dat mijn nieuwe bestaan als zzp’er wordt gedomineerd door een strijd tegen wilszwakte. In cafés heb je het voordeel van de starende burger: je doet er niet snel een dutje. Ook is de drempel hoog om een aflevering van Studio Sport terug te zien. Tip: neem geen koptelefoon mee.

Maar het mag dus niet meer, ik ben niet gewenst.

Of kijk ik niet goed? Een freelancende vriend wijst me op café De Druif, bij het Entrepotdok. Op het raam hangt een briefje: ‘Wij hebben wifi’. Het leest als: ‘Wij hebben wél wifi!’ Onverwacht, omdat De Druif een oud bruin café is, met koperen tap en grote, ronde vaten opgestapeld achter de barman. De klanten lijken vooral nieuwsgierige toeristen en eindeloos biertjes bestellende vaste klanten.

Wellicht is dat de mondiale ontwikkeling: de zzp’er en zijn laptop gaan van sjieke koffiesalons naar oude, soms eeuwenoude bruine cafés. Voordeel: de koffie is er goedkoper. En dat lijkt in lijn met het dalende uurloon dat hoogopgeleide zzp’ers gemiddeld opstrijken. Volgens onderzoeksbureau Interimpuls is dat fors gedaald, tot net iets onder 80 euro per uur. Volgens zelfstandigen die het platform Hoofdkraan.nl gebruiken om werk te vinden, is het zelfs lager, 45 euro per uur.

Dus vraag niet meer naar frappuccino’s of een Cinnamon Dolce Latte, maar roer koffiemelk uit een plastic kuipje door een straf bakje filterkoffie. En tel uit je winst.

Of volg het voorbeeld van zoveel andere zzp’ers en ga bij elkaar hokken, in gehuurde kantoorpanden. Dan kun je samen een espressoapparaat aanschaffen. Maar pas op! Wie overgaat tot dit soort collectieve acties, komt ook snel tot de conclusie dat het handig is om samen een ‘office manager’ in te schakelen, een telefoniste in dienst te nemen, onder één en dezelfde naam te werken, of om samen te sparen voor een pensioen. Gevolg: op een dag ben je gewoon weer werknemer. En misschien valt op die dag zelfs de bittere conclusie te trekken dat het toch niet zo onschuldig was als het leek: een koffiesalon zonder wifi.