Hindoes verbieden moslims biefstuk

Radicale hindoes in India’s grootste stad leggen andersdenkenden hun wil op. Elders in India vindt dit navolging. Minderheden voelen zich bedreigd.

Koeien langs de weg in Mumbai. Sinds maart geldt in de deelstaat waar de stad in ligt een slachtverbod voor koeien. Foto Dhiraj Singh/Bloomberg

Khalid Hakim, de eigenaar van restaurant Noor Mohammadi, kruist de armen voor de borst en kijkt vol verwachting naar zijn Nederlandse gast. Hij heeft hem zojuist de specialiteit van het restaurant opgediend: nalli nihari, een sudderschotel van rundvlees en beenmerg.

Het restaurant ligt aan de Bhendi Bazaar, een moslimbuurt in Mumbai (Bombay), India’s chaotische economische hoofdstad. Jongens in lange, donkerblauwe shirts en wijde broeken houden grote schalen boven hun hoofd terwijl ze behendig tussen de tafeltjes en de constante stroom klanten door laveren. Aan de wand hangt het menu, in het Arabische schrift van het Urdu. Het restaurant staat niet op de lijstjes van westerse toeristen, maar is een begrip onder moslims en andere Indiërs die vlees eten. Al sinds de jaren twintig worden hier de malste rundvleesschotels van India bereid.

„Dit is heerlijk”, zeg ik. Hakim knikt tevreden en zwijgt. „Ik proef niet dat dit buffelvlees is, en geen koe.” Nu kijkt de restauranthouder me boos aan. Hij plant zijn ellenbogen op het tafeltje en zegt: „Daar gaat het niet om. Buffelvlees is minder mals dan koeienvlees, maar onze schotels zijn nog steeds gewild.” Weer zwijgt hij.

„Bent u dan misschien boos omdat u bent beroofd van uw democratische recht te mogen eten wat u wilt?” Hakim aarzelt. „Daar kan ik maar beter niets op zeggen. Wij zijn een kwetsbare minderheid.”

Wat weinigen verwacht hadden, is toch gebeurd. Het verbod op koeienvlees in Maharashtra, de deelstaat waarin Mumbai ligt, houdt stand. Het werd ingesteld door de nieuwe deelstaatregering van de hindoepartij BJP – dezelfde partij die landelijk de dienst uitmaakt, met premier Narendra Modi aan het hoofd.

Sinds maart is het verboden om koeien en al hun directe familieleden te slachten: kalveren, stieren en ossen (gecastreerde stieren). Een verbod op koeienslacht bestaat ook in enkele andere Indiase deelstaten. Nieuw is het verbod op het in bezit hebben en consumeren van koeien-, kalfs-, stieren- en ossenvlees – ook als dat van buiten Maharashtra afkomstig is. De straffen kunnen oplopen tot vijf jaar cel. Het enige rundvlees dat nog straffeloos kan worden opgediend is dat van de buffel.

Het Hooggerechtshof van Maharashtra hield onlangs het verbod – aangevochten door organisaties van moslims, christenen en boeren – overeind. Bovendien wordt het effectief afgedwongen door de politie. Die heeft ook in Mumbai weliswaar de naam tegen luttele betaling de andere kant op te kijken, maar de fanatieke leden van hindoe-radicale organisaties als de Viswa Hindu Parishad (VHP) en zijn jeugdorganisatie Bajrang Dal geven haar daartoe geen kans. Zij houden slagers en restaurants in de gaten en dwingen de politie op te treden en overtreders te arresteren.

Het koeienvleesverbod wordt in India, en daarbuiten, beschouwd als een gevaar voor de seculiere status van het land. Haryana, een deelstaat met een BJP-regering die grenst aan de hoofdstad New Delhi, volgde het voorbeeld van Maharashtra en stelde zelfs een straf van tien jaar op de productie, consumptie of verhandeling van koeienvlees. In meer BJP-staten, zoals Madhya Pradesh, zou een totaalverbod op koeienvlees worden overwogen.

Onbetaalbaar buffelvlees

De Indiase bevolking bestaat voor een kleine 80 procent uit hindoes. De overige 20 procent wordt vooral gevormd door moslims (bijna 15 procent), gevolgd door christenen, sikhs, boeddhisten en jaïns. Er is godsdienstvrijheid, maar met name tussen hindoes en moslims bestaan spanningen sinds de eerste islamitische veroveringen op het Indiase subcontinent in de elfde eeuw. En vlees is religie in India: de meeste hindoes zijn vegetariër. Sommigen eten kip, geit of varken, maar koeienvlees is taboe: de koe is nu eenmaal een heilig dier voor hindoes. Moslims en christenen eten wel vlees, vooral rund. Aangezien dat doorgaans afkomstig is van (goedkope) oude of kreupele koeien, en omdat de vraag niet groot is, is koeienvlees veel goedkoper dan kip of geit. Door het koeienvleesverbod overtreft in Mumbai de vraag naar het enige legale rundvlees (van buffel) inmiddels veruit het aanbod. Buffelvlees is voor velen onbetaalbaar geworden.

Op het reusachtige terrein van het gemeentelijke slachthuis Deonar in Mumbai, het grootste van India, is het rustig. Het meeste slachtwerk vindt ’s nachts plaats. Overdag wordt het vee verzameld in afzonderlijke stallen. Soort bij soort. Maar de hokken voor ossen, stieren en kalveren zijn leeg. De rust wordt slechts verstoord door het gebries van buffels en het gemekker van geiten en wat schapen.

„Er worden maandelijks zeker tweeduizend dieren minder geslacht. Dat raakt ons”, zegt onderdirecteur Kaleem Pathan. Hij wordt dubbel geraakt door het overheidsbesluit. Door het slachtverbod is het werk in zijn gemeentelijke slachthuis met ruwweg de helft verminderd. Bovendien wordt hij getroffen in zijn persoonlijke levenssfeer: als moslim is hij gewend rundvlees te eten.

Maar als overheidsdienaar kan hij niet toegeven wat voor elke buitenstaander duidelijk is: hier heeft de hindoemeerderheid van Maharashtra de wet gebruikt om haar wil op te leggen aan de minderheid van moslims. „Ik leg het u nog één keer uit”, zegt hij. „Vroeger mochten alleen ossen, stieren en kalveren worden geslacht die niet meer productief waren in het boerenbedrijf. Te oud, overtollig, kreupel. Konden geen kar meer trekken, niet meer grazen. Nu zijn die dieren allemaal ‘productief’ verklaard. Ze worden niet meer gekeurd en niet meer geslacht. Alleen buffels krijgen nog een certificaat dat ze geschikt zijn voor de slacht, volgens het oude keuringssysteem. Er komt geen religie voor in deze wet.”

Na enig aandringen wil hij wel vertellen wat de mensen uit zijn omgeving – allen moslims – van de wet vinden. „Zij voelen zich aangetast in hun manier van leven. Ze zeggen dat de hindoe-radicalen hun zin hebben gekregen.”

Vunzige kleding

Op het terrein van het slachthuis verzamelt zich een groep van zo’n dertig, overwegend jonge slachters. Ze zijn allen moslim. Volgens hen kost het verbod de vleessector in Maharashtra 20.000 banen. Boven hen zwermen vliegen. Hun vunzige kleding ruikt naar bloed en vee. „We hebben nog maar weinig werk. Ook de wagens met buffels worden steeds vaker tegengehouden door hindoe-radicalen van de VHP”, zeggen ze. „Ze kennen de wet goed”, zegt een van de slachters. „Ze overtuigen de politie ervan dat de dieren nog sterk genoeg zijn om op het land te functioneren en dat ze dus niet mogen worden geslacht. Niemand zegt ooit dat het om het geloof gaat. Maar hoe kan het anders? Wij vinden dat God de dieren heeft gemaakt om de mens als voedsel te dienen, maar die hindoe-radicalen roepen dat elk dier een goddelijk leven vertegenwoordigt. Door hun gelijk te geven valt de overheid onze democratische rechten aan.”

Zeenat Shaukat Ali, hoogleraar islamitische studies aan het particuliere St. Xavier’s College, is het met de slachters eens. „Ik eet zelden biefstuk, uit respect voor de hindoes. Maar ik vind dat het mij niet verboden mag worden. Een democratie stoelt op beschermde vrijheden. Je behoort rekening met elkaar te houden en elkaar de ruimte te geven voor een eigen levensstijl.”

De nationale regering van Narendra Modi’s BJP, zegt ze, doet te weinig om haar radicale achterban in toom te houden. „Er zijn de laatste tijd incidenten geweest die bij de minderheden gevoelens van angst hebben aangewakkerd. Laatst nog stelde Modi’s regering voor 25 december in te stellen als dag voor ‘verantwoord bestuur’. Gewoon ‘vergeten’ dat het die dag Kerstmis is: het geeft niet bepaald een afremmend signaal aan de hindoe-radicalen.”

Maar Zeenat Ali merkt dat ook haar hindoevrienden zich steeds ongemakkelijker voelen bij deze ontwikkeling. Daarom gelooft ze dat dit „een voorbijgaande fase” is. „India is altijd multicultureel, multilinguïstisch en multiculinair geweest”, zegt ze. „We hebben vele plagen doorstaan. Ook dit zal eindigen. Er worden hier nog altijd verkiezingen gehouden waarbij we dit beleid van religieuze verdeeldheid kunnen stoppen.”