Haagse heroïek, het hakje van Hansen

De kortste weg naar wereldwijde roem was de zeventig meter die de ADO-keeper aflegde naar het strafschopgebied van PSV. Een doorsnee doelman was Hansen toch al niet.

De Deense doelman Martin Hansen wordt omhelsd door zijn ploeggenoten. Hij redde met een hakdoelpunt een punt voor ADO tegen PSV, in de blessuretijd. Foto Erwin Spek/Pro Shots

De 92e minuut van het thuisduel met PSV is aangebroken als het beruchte supportersvak Midden Noord hem naar voren schreeuwt. Martin Hansen, de Deense doelman van ADO Den Haag, hoort zijn naam en steekt twee vingers in de lucht. Nog twee minuten. Dan zal hij het veld oversteken wanneer ADO nog een hoekschop of vrije trap mag nemen. Zinvol is dat zelden – eerder kansloos opportunisme – maar ADO staat met 1-2 achter. Nood breekt wetten.

Twee minuten later, minder dan zestig seconden verwijderd van het einde, staat het Kyocera Stadion op zijn kop. Ondersteboven van ongeloof en blijdschap, na een kunststukje dat in het tijdperk van sociale media nog dezelfde avond een hit wordt op het world wide web. Want een doelman die een gelijkspel forceert met een hakbal vanachter zijn standbeen, dat tart alle verbeelding. Zelfs bij onpartijdige commentatoren slaat de stem over. „Jaaa”, roept die van de NOS. „Jaa, jaa, jaa.”

Terwijl opwinding zich meester maakt van ruim 13.000 Haagse fans, vallen ploeggenoten de 25-jarige Hansen om de nek. Ze verdienden een gelijkspel in deze wedstrijd, maar hadden niet kunnen bevroeden dat ze dat punt op deze wijze zouden bemachtigen. „Niet te filmen”, zou uitblinker Ruben Schaken later zeggen. PSV-spits Luuk de Jong met een zuur gezicht: „De kans dat zoiets gebeurt, is 0.001 procent.”

Hansens kortste weg naar wereldwijde roem blijkt er een van zo’n zeventig meter tussen beide strafschopgebieden. Daarvoor is hij vooral bekend in Den Haag en Denemarken, dat hij op zijn zestiende verlaat om voor Liverpool te spelen. Hansen geldt als een groot talent, maar zou in zes jaar tijd nooit debuteren op Anfield Road. Terug in Denemarken speelt hij zich in de kijker van ADO, dat hem in de zomer van 2014 contracteert.

Einstein

Hansen is amper binnen in Den Haag of supporters kunnen in de Haagse editie van het AD lezen dat hun nieuwe doelman „een beetje gek is”, zoals hij zelf erkent in het interview. Roger Federer blijkt zijn inspirator. Diens levenswijsheden staan in twaalf regels op zijn rug getatoeëerd en geven hem naar eigen zeggen kracht op de moeilijke momenten in het leven.

Al snel is zijn reputatie er een van een bezeten vakman die dikwijls uit de pas loopt. Maar misschien was dat wel een pre voor het doelpunt dat hij gisteravond maakte in het duel met PSV. Albert Einstein zei ooit: „Geniale mensen zijn zelden ordelijk, ordelijken zelden geniaal.”

Doorsnee doelmannen zouden zo’n geniaal doelpunt niet hebben gemaakt. Als ze al succes hebben bij hun gang naar voren, scoren ze meestal met het hoofd. Zoals Martin Pieckenhagen van Heracles Almelo in 2005 en Dré Saris van het Bossche BVV, die in 1958 de eerste doelman in de eredivisie was die scoorde. Hansen is nummer twaalf. „Ik wilde de richting van de bal beïnvloeden”, zei de sluitpost na afloop. Zijn gevoel erna? „Magic.”

Naderhand blijkt dat trainer Henk Fraser helemaal geen voorstander is van een doelman als stormram. Te risicovol. In eerdere duels slaagde hij er in zijn keeper tegen te houden, maar tegen PSV blijkt dat onbegonnen werk. „Martin heeft zo’n groot hart.”

Salaris

Fraser heeft een zwak voor Hansen. De doelman heeft dezelfde mentaliteit die hij zelf als speler had. Fraser wist al beenharde voorstopper nooit van opgeven, terwijl doelman Hansen zo fanatiek is dat hij na een wedstrijd eens naar huis reed zonder te douchen. Na het gelijkspel tegen SC Cambuur in februari dit jaar was de keeper zo kwaad en teleurgesteld dat hij met tenue en al in de auto stapte en wegreed. Fraser liet hem begaan. We zijn allemaal mensen, zei de coach.

De trainer kon dan ook niet eens heel boos zijn toen Hansen eind vorig seizoen over zijn salaris klaagde bij Omroep West. „Nu zit ik gefrustreerd in de kleedkamer met spelers die veel meer verdienen, maar helemaal niets om deze club geven”, zei Hansen. „Ik kan niet eens mijn twee kinderen elke dag naar de kinderopvang brengen omdat dit te duur is.”

Medespelers zouden hun vak minder serieus nemen dan hij. Hansen in hetzelfde interview: „Zelfs tijdens de ADO Kids Clinic wil ik niet verliezen. Ik wil met deze club naar de top vijf en daar stop ik heel veel extra tijd in. Maar als je onze aanvoerder (Roland Alberg red.) dan tussen de wedstrijden door op zijn telefoon bezig ziet denk ik…get the fuck out of here.”

Fraser, die vaak fulmineert tegen „divagedrag” in de voetballerij, snapte wat Hansen bedoelde, maar vond de uitlatingen onprofessioneel en zette de keeper de wedstrijd erna voor straf op de reservebank.

De salarisverhoging bleef eveneens uit, al zijn er insiders van mening dat de directie de doelman had moeten belonen. „Duizend euro per maand erbij en voor twee jaar laten bijtekenen. Je streelt zijn ego en je kunt een hoop meer voor hem vangen als clubs straks interesse hebben.”

Trainer Fraser had gisteren alle lof voor zijn doelman, maar waakt voor al te veel gejubel. „Het is mooi om bravoure te hebben als het goed gaat. Dat kunnen we allemaal. Maar het gaat er mij om hoe je reageert als het slecht gaat. Ook dan moet je bravoure hebben.”