Een rugzak? Dan ben je vast een vluchteling

Macedonië is het volgende land waar de groep Syrische vluchtelingen doorheen moet. Gaan ze lopen, fietsen, of kunnen ze een bus nemen? Onze correspondent reist mee, dit is deel 6 van zijn serie

De Macedonische politie is niet opgewassen tegen de vluchtelingenstroom: de trein wordt bestormd. Foto's Matthew Cassel

Onderweg van Athene naar Thessaloniki is groepsleider Mazen aan de praat geraakt met de buschauffeur. Wat als hij Thessaloniki links laat liggen en de groep meteen naar de Macedonische grens brengt? De chauffeur gaat akkoord voor 300 euro extra.

Het maakt dat ik ze kwijtraak: ik had het vliegtuig naar Thessaloniki genomen, omdat er niet genoeg plaats was in de bus. „Waar zijn jullie?” Noman: „In Evzonoi. We zijn net begonnen met lopen langs de spoorweg.”

Als ik een taxi huur om ze in te halen, blijkt dat ik in de ogen van de buitenwereld ook een illegale vluchteling ben geworden. Ze zien de rugzak en dat is dat. Zelfs met een EU-paspoort zwaaien, verandert daar weinig aan. Waar is je stempel? Dit is de EU: ik krijg geen stempel. Wat als dat paspoort vals is? Uiteindelijk is een taxichauffeur toch bereid me naar de grens te rijden.

Vandaar probeer ik de groep in te halen. Een kilometer of vijf lopen door de velden en langs de spoorweg. Een groep Bengalen wijst de weg. Sowieso is het niet moeilijk te vinden: volg de lege waterflessen.

In Idomeni, het laatste stationnetje in Griekenland, rijden niet veel treinen voorbij. Maar het stationsrestaurant doet goede zaken dankzij de vluchtelingen. Ze mogen er hun telefoons opladen. Het personeel heeft een paar woordjes Arabisch geleerd. En ze hebben in het Arabisch waarschuwingen aangebracht voor de hoogspanning bij de treinrails.

Een kilometer verder langs de spoorweg, zie ik de groep zitten. Een patrouille van de Macedonische politie markeert de grens. Er zitten nog twee andere groepjes te wachten om te mogen oversteken.

Het blijkt niet moeilijk. De voorbije weken waren er berichten dat duizenden vluchtelingen hier vastzaten, omdat de politie de grens had afgesloten. Maar na een half uur geeft de politiewagen een claxonstoot: iedereen mag doorlopen. Zelf neem ik de officiële grensovergang.

Een uur later zie ik de groep Syrische vluchtelingen terug voor het station in Gevgelija, het eerste stadje in Macedonië. De Macedoniërs onderweg waren heel vriendelijk, zeggen ze. Ze hebben hun water, vruchtensap en eten gegeven.

Tot voor kort was Macedonië berucht, omdat de vluchtelingen hier niet de trein of de bus mochten nemen. Het alternatief was om acht dagen te lopen, of om voor 100 euro een fiets te kopen. Inmiddels heeft Macedonië het Servische systeem overgenomen. De vluchtelingen krijgen een papier, dat hun drie dagen de tijd geeft het land te doorkruisen. Daarmee kunnen ze op de trein stappen.

Maar de politie is niet opgewassen tegen de vluchtelingenstroom. Het afleveren van de papieren gaat tergend traag. Wanneer de trein naar Skopje en de Servische grens vertrekt, doet de politie dan ook geen moeite om de papieren te controleren.

Het gevolg is dat de aftandse trein wordt bestormd door honderden vluchtelingen. Een uur lang proberen zoveel mogelijk mensen zich de trein in te proppen. Vaders sleuren kinderen uit de menigte. Jongemannen springen naar boven en kruipen door het raam naar binnen. Net voor vertrek springen enkele mannen door het raam weer terug naar buiten. „Ik kon gewoon niet meer ademen”, zegt een zwetende Somaliër.

Wanneer de trein wegrijdt, blijkt de achterste wagon leeg. Het is de slaapwagon voor toeristen en daar mogen geen vluchtelingen op.

De groep van Mazen had het tafereel op het station bekeken en met handopsteken beslist om niet met de trein te gaan. Ze sluiten een deal met een buschauffeur, die de groep voor 600 euro in totaal naar de grens met Servië brengt. Maar eerst moeten ze nog dat papier bemachtigen, anders gaat de busreis niet door. Vannacht slaapt de groep buiten, op een stuk gras naast het busstation.