Column

Een robot voor elke dementerende oudere

Ik krijg een heel apart gevoel van binnen

Als jij me aankijkt lieve schat

Wat moet ik zonder jou beginnen?

Hoor je ’t bonzen van mijn hart?

Zeven dementerenden in het Vughtse zorgcentrum Elisabeth deinen mee op Corry Konings’ klassieker. „Formidabel”, zegt een van hen, als zorgrobot Zora is uitgezongen. „Zendt dat apparaat nou signalen uit?”

In Elisabeth hoopte ik een glimp van mijn oude dag op te vangen. Volgens gerontologen gaan moderne technologieën de ouderenzorg op peil houden. Zijn er alleen nog robothanden aan het bed als ik halverwege de eeuw tachtig word?

Zo’n vaart zal het niet lopen, denkt directievoorzitter Tinie Kardol, tevens hoogleraar gerontologie in Brussel. „Robots zullen steeds beter leren communiceren met zorgbehoevende ouderen. Maar zonder mensen kan de ouderenzorg niet.”

Toch gaat er volgens hem veel veranderen. Over 25 jaar woont nog maar één op de tien dementerenden in een instituut. Het verpleeghuis wordt de intensive care van de ouderenzorg. „Als ú met pensioen gaat moet je alleenstaand, dement én verlamd zijn om tot een zorginstelling als huize Elisabeth te worden toegelaten.”

Ik vertel Kardol over mijn negentigjarige schoonvader Jacques. Jacques woont zelfstandig en speelt drie keer per week bridge. Hij kookt voor zichzelf en heeft nog nooit thuiszorg ingeschakeld.

Velen beschouwen Jacques als modeloudere. Maar ook hij moet steeds meer obstakels overwinnen. Twee jaar geleden kreeg hij een oogaandoening. Zijn zicht slonk met 70 procent. Sindsdien kijkt hij tv met een telescoopbril en doet hij pinbetalingen met een reuzenloep.

Kunnen zelfstandige ouderen als Jacques zich nog wel redden als de wereld om hen heen steeds complexer wordt? En hoe moet het met de hulpbehoevende ouderen die niet tot de intensive care van de ouderenzorg worden toegelaten omdat ze ‘slechts’ alleenstaand, dement of verlamd zijn, in plaats van alledrie?

Kardol zucht. „Als de overheid niet goed anticipeert, loopt het uit op een ramp. Het geboortecijfer is laag, het aantal mantelzorgers krimpt. Ook de woonomgeving werkt niet mee. 65 procent van de 80-jarigen is niet in staat trap te lopen. Toch woont 65 procent in een woning met trap.”

Als hoogleraar broedt Kardol op ideeën om de zelfstandigheid van ouderen te vergroten. Er moeten volgens hem woonwijken komen met kleurwegwijzers, resonantieborden, alarmsystemen en informatiepunten. Ouderen moeten gaan samenwonen met jongeren in gesplitste eengezinswoningen. Buurtgenoten en vrijwilligers komen meer in beeld.

In de huiskamer van Elisabeth doet Zora een geheugenoefening met bewoners. „Vul-het-spreekwoord-aan”, zegt het apparaat, dat iets wegheeft van het buitenaardse wezen E.T. „Zo dom als het achtereind van een...”

Op de terugweg rijd ik nog even langs mijn schoonvader. Hoe zou hij reageren op mijn verslag? Jacques kijkt mij ongelovig aan. „Een robot als geheugensteuntje? Laat mij maar lekker bridgen.”