Een ‘Rembrandt’ achter de ruitenwisser

Uitstel in rechtszaak over gestolen portret. „Een schilderij als dit kun je over de hele wereld niet verkopen.”

Hij kijkt af en toe een beetje onwennig om zich heen, oud-politieman Peter de J. Hier zit hij dan voor de rechter, verdacht van witwassen van een schilderij en een klok uit stadsvilla De Laak in Eindhoven, eigendom van Philips Electronics, maart vorig jaar.

Dit weekend werd bekend dat het zou gaan om een doek van Rembrandt. Dat bleek niet te kloppen: het is een afbeelding, van zijn zoon Titus, dat geschilderd zou zijn door een leerling van de meester. De dieven en het schilderij zijn niet gevonden, justitie richt de pijlen op Peter de J., die zich vorig jaar bij Philips meldde met foto’s van het gestolen schilderij.

Toch heeft De J. niets met de diefstal te maken, betoogt zijn advocaat Bert de Rooij. Peter de J. kreeg de foto’s van ene Toon Adriaans, en wilde er eigenlijk mee naar de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) stappen. Maar omdat De J. een oud-agent is, kon dat niet. Daarom heeft hij toen rechtstreeks de huismeester van de Philipsvilla benaderd. Toon Adriaans wordt niet berecht, hij kon niet door de politie worden opgespoord. „Dat is vreemd”, zegt advocaat De Rooij. „Ik had slechts een uur nodig om hem op te sporen. Adriaans is een bekende van de politie en zegt zelf al getapt te worden vanaf zijn eerste communie.” Dus roept de advocaat hem maar op als getuige.

Toon Adriaans is een man met een geblokt hemd, een enorme portemonnee in zijn achterzak en een gouden horloge. Hij is een bekende in het criminele milieu en vertelt de rechters met een vet Brabants accent dat hij inderdaad degene was die foto’s aan Peter de J. heeft gegeven. „Die foto’s zaten in een envelop, geplakt achter de ruitenwissers van mijn auto”, legt hij na afloop uit. „Ik dacht eerst dat ik een bekeuring had.” Er zat een telefoonnummer bij en het verzoek of Adriaans „iets kon regelen”. Wie de foto’s aan hem bezorgde, weet hij niet.

Detectivebureau

Twee maanden geleden werd het schilderij aangeboden bij detective John Vullers van recherchebureau Ben Zuidema. Vullers wil niet zeggen wie het werk bij hem aanbood, maar concreet werd het niet. Toen hij meer informatie vroeg – een foto van het schilderij met daarnaast een recente krant – gingen beide partijen uit elkaar. „Algemeen gezien kun je zeggen dat hoe meer mensen weten van zo’n schilderij, hoe lastiger het is om het kwijt te kunnen”, zegt Vullers.

Toon Adriaans schakelde ook een detectivebureau in, zegt hij. Ook vertelt hij de foto’s aan Peter de J. gegeven te hebben. De J. en het detectivebureau zouden zich vervolgens bij Philips en de verzekeraar hebben gemeld. „Een schilderij als dit kun je over de hele wereld niet verkopen”, aldus Adriaans. „Dus soms wordt er via tussenpersonen geprobeerd zaken te doen met de verzekeraar. En ja, daar zou ik dan ook wat geld voor ontvangen.”

Maar de verzekeraar en Philips gingen niet op het aanbod in, zegt Adriaans. „Ik heb veel zaken gedaan met verzekeraars, ook zonder tussenkomst van de politie, en dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik heb wel een theorie: een kennis van me is jarenlang portier geweest van het pand waar het schilderij is gestolen. Volgens hem zijn alle waardevolle doeken daar kopieën. Dat zou dus betekenen dat er geen echte kunst is gestolen, en daarom konden er geen zaken gedaan worden met de verzekeraar.” Een woordvoerder van Philips wil niet ingaan op de zaak, hij wil wel kwijt dat er nooit rondleidingen zijn geweest in het pand, enkel ontvangsten voor zakenrelaties.

Mede wegens de verklaringen van Toon Adriaans wordt de rechtszaak tegen Peter de J. voorlopig uitgesteld. Het is niet bekend wanneer de zaak wordt voortgezet.