De zaak-Hamza B.: het OM staat erbij en kijkt ernaar

Het Nederlandse OM vermoedt dat Marokkaanse rechters zijn omgekocht in de zaak-Hamza B. Maar justitie staat machteloos.

Het Openbaar Ministerie staat machteloos in de zaak-Hamza B., de man die in Marokko wordt berecht voor zijn rol in de dubbele liquidatiezaak in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt eind 2012. Het OM vermoedt dat Marokkaanse rechters zijn omgekocht door familie van de verdachte. „We hebben onze zorgen geuit”, zegt een woordvoerder van het OM in Amsterdam. „Meer kunnen we eigenlijk niet doen.”

Hamza B. vluchtte na de schietpartij meteen naar Marokko. Daar werd hij in juni 2013 gearresteerd, waarna Nederland de hele rechtszaak overdroeg aan Marokko in het kader van een in 2012 bekrachtigd bilateraal samenwerkingsverdrag. Dat verdrag moest ondervangen dat Marokko geen uitleveringsverdrag met Nederland heeft. Vanaf nu loont het niet meer naar Marokko te vluchten, aldus de boodschap van het OM in 2012.

Maar de zaak-Hamza B., de eerste testcase van het verdrag, is tot dusver een forse tegenvaller. Marokkaanse rechters van rechtbank en gerechtshof zouden respectievelijk 180.000 en 160.000 euro aan steekpenningen gekregen hebben. De Marokkaanse rechtbank in Tanger veroordeelde B. eind vorig jaar tot een celstraf van ‘slechts’ twintig jaar, terwijl medeverdachten die in Nederland werden berecht beiden levenslang kregen.

Het Amsterdamse OM staat erbij en kijkt ernaar. „We zijn in elk geval tevreden dat de Marokkaanse zaak tot een veroordeling heeft geleid.” Of Marokkaanse autoriteiten de claims van corruptie aan het onderzoeken zijn, is het OM niet bekend.

De zaak wordt nu behandeld door het Marokkaans gerechtshof, dat morgen een inhoudelijke zitting belegt – en mogelijk een uitspraak doet.

Gabriël Meijers, de Nederlandse advocaat van Hamza B. totdat hij naar Marokko vluchtte, wil maar één ding: duidelijkheid. „Als er echt sprake is van corruptie, dan moeten de rechters weg. Daar heeft mijn cliënt ook belang bij. Als rechters omkoopbaar zijn door de ene partij, dan zijn ze dat ook door een andere partij.” Meijers bestudeert de mogelijkheid om in Nederland aangifte te doen wegens de vermeende corruptie. „Als Marokko geen onderzoek doet moet je uitzoeken of Nederland dat niet kan doen.”

Meijers zegt evenwel niet onder de indruk te zijn van de beweringen van corruptie. Volgens hem zijn het „geruchten” die worden verspreid door de ex-zwager van Hamza B.

Dat een Marokkaanse officier van justitie steekpenningen zou zijn aangeboden, zoals deze officier zelf bevestigt, noemt Meijers „merkwaardig”. „Een officier heeft weinig invloed op het verloop van een zaak. Het vonnis wordt gegeven door de rechters.”

Volgens de advocaat was het een slecht idee de rechtszaak over te dragen aan Marokko. De zaak had hier kunnen plaatsvinden, zegt hij: B. had bij verstek kunnen worden berecht. En het vonnis had dan kunnen worden overgedragen aan Marokko. „Het verdrag uit 2012 maakte dat mogelijk.” Volgens het Amsterdamse OM hadden Marokkaanse rechters ook dan opnieuw de feiten van de zaak moeten wegen.