‘De politie presteerde niet eerder zo goed’

Dat zei korpschef Gerard Bouman in NRC Weekend.

Foto Jerry Lampen/ANP

De aanleiding

Als korpschef ziet Gerard Bouman „hoe godsgruwelijk hard er wordt gewerkt bij de politie”. Dat mag ook weleens gezegd worden, zei hij zaterdag in NRC Weekend. Alle kritiek op de politie vond hij onrechtvaardig, want „het belangrijkste” is dat „de politieprestaties nog nooit zo goed zijn geweest als nu”. Is dat waar?

Waar is het op gebaseerd?

De criminaliteit daalt. De veiligheidsbeleving is verbeterd. De tevredenheid is toegenomen. Dat staat in het politiejaarverslag 2014. De misdaadcijfers dalen al jaren, blijkt uit cijfers van de politie en het CBS.

En, klopt het?

Hoe meet je politieprestaties? De misdaadcijfers die het meest concrete beeld lijken te geven over het werk van de politie zijn de ophelderingspercentages van geregistreerde misdrijven. Die staan in het rapport Criminaliteit en rechtshandhaving 2013 van het CBS en het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarbij hoort de kanttekening dat een misdrijf deze betiteling krijgt „zodra hierbij een verdachte geregistreerd is”. Of dat ook leidt tot een sanctie of veroordeling, vertellen die cijfers niet.

Wat hebben we er dan aan? In 2013 noemde de Inspectie Veiligheid en Justitie de berekening van de percentages „onvoldoende betrouwbaar”. Ze bevestigen overigens ook niet die topprestaties van de politie: het percentage opgehelderde zaken is min of meer constant, rond de 25 procent.

Bovendien zeggen de percentages weinig over de prestaties van de politie, zeggen twee criminologen. „Je kunt sowieso niet zeggen dat de daling van de misdaadcijfers alleen aan de politie is toe te schrijven”, aldus Marc Schuilenburg, verbonden aan de VU. Dat werd wel duidelijk uit een internationaal onderzoek van de rechtsgeleerde Michael Tonry, zegt hij. Tonry stelde vast dat de criminaliteit in alle rijke westerse landen jarenlang was afgenomen. „Dat maakt duidelijk dat er geen een-op-eenrelatie is met de inzet van de politie, want in al die landen wordt er ander politiebeleid toegepast.” Belangrijker factoren zijn volgens Schuilenburg misdaadpreventie, private beveiligers en vergrijzing (want criminelen zijn vaker jonger).

Per categorie delict verschilt het oplossingspercentage bovendien sterk, zegt Cyrille Fijnaut, emeritus hoogleraar criminologie aan Tilburg University. Vaak bieden de cijfers niet voldoende nuance. Een voorbeeld: nadat de politie meer prioriteit had gegeven aan overvallen, ging het percentage opgehelderde zaken omhoog. „Dan weerspiegelt zo’n cijfer dat de politie meer rechercheerde en meer verdachten oppakte. Maar je vergeet mee te rekenen dat ook winkeliers maatregelen hebben genomen.”

Je moet tonen hoe de opheldering precies tot stand is gekomen, vindt Fijnaut. „Als je dat niet doet, is het misplaatste grootspraak.” Hij plaatst vraagtekens bij de bewering dat de politie „nog nooit” zo goed presteerde – er bestaat geen historisch vergelijkend onderzoek waarop je zo’n uitspraak kunt baseren, aldus Fijnaut.

Conclusie

Ophelderingspercentages zijn al jaren min of meer gelijk. En dalende misdaadcijfers hebben geen een-op-eenrelatie met de prestaties van de politie. Daarom beoordelen we de uitspraak als ongefundeerd.