Column

De gehandicapte Ander op het terras

Om te begrijpen waarom een patiënt niet zonder drankje op het terras mocht zitten, gaat Danielle Pinedo te rade bij de auteur van Identiteit.

Het lag voor de hand om zondag naar Bloemendaal af te reizen. Kijken wie gehoor gaf aan de oproep van twee Facebookgebruikers om te protesteren tegen de manier waarop literatuurcriticus en ALS-patiënt Pieter Steinz bij strandpaviljoen Parnassia was behandeld.

Zouden sympathisanten van Steinz – zeven van hen namen de moeite – demonstratief met de armen over elkaar gaan zitten? Zo van: als dit etablissement Steinz geen ‘zittoestemming’ geeft, zie ons dan maar eens weg te krijgen. En hoe zou eigenaar Hans Slewe reageren? De verleiding was groot om te gaan kijken.

Maar het zou niet des Steinz zijn geweest. Steinz, die dit weekend zijn onvolprezen serie ‘Lezen met de spierziekte ALS’ afsloot, bekommert zich meer om de vraag waarom een zwaar gehandicapte man niet even naar de zee mag kijken op een terras. Zonder consumptie – hij kan niet eten en drinken – maar mét toestemming van de bediening.

En dus ging ik te rade bij de bekende Belgische psychoanalyticus Paul Verhaeghe, auteur van Identiteit, een boek over de gevolgen van drie decennia neoliberalisme, privatisering en marktwerking op onze manier van samenleven.

Verhaeghe las het nieuwsbericht en het ‘Ikje’ van de vrouw van Pieter, Claartje Steinz, in NRC Handelsblad. Daarna bestudeerde hij de oneindige stroom reacties in de sociale media. Van ‘deze tent even kapot boycotten met z’n 17 miljoenen’ tot ‘geweldig als iedereen die boos is op strandtent Parnassia zou zorgen dat z’n eigen werkplek rolstoeltoegankelijk is’ – die laatste tweet komt van de invalide theatermaker Marc de Hond.

„Het goede nieuws is dat mensen massaal reageerden”, zegt Verhaeghe. „Door die druk was de strandtenteigenaar genoodzaakt een gebaar te maken (hij doneert de dagopbrengst van zondag aan de ALS-stichting). Het minder goede nieuws is dat mensen reageerden vanuit hun luie stoel. Waarom voelde niemand zich genoodzaakt ter plekke het misverstand op te lossen: deze meneer is niet alleen, zijn partner is gaan zwemmen en heeft gesproken met de kelner. Dan was het nooit uit de hand gelopen.”

Maar het probleem ligt volgens de psychoanalyticus dieper. „We hebben afscheid genomen van het patriarchaat. Niemand wil terug naar die topdown autoriteit, maar ja, wat dan wel? We moeten een andere manier vinden om intermenselijke verhoudingen te regelen. Dat proces gaat gepaard met scheldpartijen, uitsluiting en heksenjachten. Maar ook met WikiLeaks en Edward Snowden.”

En dan is er nog een derde laag, zegt Verhaeghe. „De gêne die we voelen tegenover zwaar gehandicapten. Het gros van de mensen houdt liever afstand: te confronterend. Die reactie is van alle tijden, maar je ziet het wel steeds vaker.”

En wat vindt Steinz zelf? ‘De kern van de zaak is dat de meeste mensen totaal niet om kunnen gaan met zichtbaar gehandicapten’, laat hij in een schriftelijke reactie weten. ‘Waar ik me in de hele Twitter-discussie het meest aan gestoord heb, was de reaguurder die het bestond om te zeggen dat mevrouw Steinz haar man op het terras had gedumpt om zelf lekker te gaan zwemmen – alsof ik een wils- en handelingsonbekwaam kind ben. Ik vrees dat dat laatste, naast de typisch Hollandse ‘consumptie verplicht’-opvatting, ook de visie was van de strandtenteigenaar. Hij zag niet een man die in de schaduw een boek zat te lezen – toepasselijk genoeg De Onderwaterzwemmer – maar een vermeend onaanspreekbare en onvoorspelbare Ander.’