Brieven

Ik zat erbij op het terras

Danielle Pinedo gaat te rade bij Paul Verhaeghe over het treurige incident met Pieter Steinz bij de strandtent Parnassia (10/8): De heer Verhaeghe vraagt zich af: „Waarom voelde niemand zich genoodzaakt ter plekke het misverstand op te lossen?” Ik was getuige van het voorval en hier is mijn verhaal:

Ik ging met mijn man aan een tafeltje in de schaduw zitten op het terras van Parnassia. Nauwelijks hadden wij besteld of we zien Claartje Steinz het terras op komen, die haar man in rolstoel voortduwt. Liefdevol plaatst ze hem, vlak bij ons, onder een parasol in de schaduw. Overigens niet aan een tafeltje, dat stond daar niet. Er komt meteen een meisje van de bediening: „Wat wilt u drinken?”. Mevrouw Steinz laat weten dat ze niks hoeft te drinken, dat haar man niet kan drinken en dat zij zelf even haar spullen op het strand gaat halen. Zolang laat ze haar man in de schaduw. Het meisje zegt dat dit niet gaat en blijft bij haar standpunt. Claartje raakt nu geïrriteerd en zegt: „Ik loop wel even naar binnen om het op te lossen met de eigenaar.” Maar ik, die getuige ben van dit treurige incident, zit al te shaken van woede. Mijn man gebaart mij tot kalmte, vergeefs. Wat is dit schandalig! Laat die meneer toch in de schaduw staan, hij kan niet eens meer drinken, weet ik uit zijn column. Dat meisje weet vast niet wie Pieter Steinz is, maar daar gaat het niet om. Iedere gehandicapte heeft het recht even in de schaduw te staan op een warme zomerdag. Die parasols op Parnassia vormen de enige schaduw in de verre omtrek.

Ik loop Claartje Steinz achterna. Eenmaal binnen zie ik haar in gesprek met een man. Ik tik Claartje Steinz op de schouder: „Uw man mag wel bij ons aan tafel komen zitten.” Want ik vermoed dat dit de regel is: men moet aan een tafeltje zitten en iets te drinken bestellen, ongeacht of je gehandicapt bent en niet meer kan drinken. De man knikt enthousiast en zegt: „Ja, dat is nou nog eens een goed idee!” Mevrouw Steinz laat mij weten dat ze dat een heel aardig aanbod vindt, maar dat ze zo boos is, dat ze nu weg wil gaan en er nooit meer terug wil komen. Ik snap dat volkomen.Mijn voorstel, goed bedoeld, is onbeholpen: meneer Steinz wil vermoedelijk niet bij wildvreemde mensen aan tafel zitten. Wat moet hij met ons? Claartje Steinz neemt haar man mee, weg van Parnassia.

Het had gemakkelijk opgelost kunnen worden: de man van Parnassia had tegen mij moeten zeggen: „Dank voor uw aanbod, mevrouw, maar dat is natuurlijk een beetje gek”. En tegen mevrouw Steinz: „Ik zal het meisje van de bediening meteen instrueren dat meneer hier zonder problemen onder de parasol kan zitten, zo lang hij wil.”

Het is een treurig voorval, maar om met de woorden van Paul Verhaeghe af te sluiten: een misverstand is op te lossen.