Alleen gepensioneerde profiteert niet van herstel

Voor komend jaar worden weer gezonde economische groeicijfers verwacht. En dat voelt bijna iedereen.

Foto Thinkstock

Een economie die volgend jaar met 2,4 procent groeit en gepensioneerden die desondanks ruim 1 procent aan koopkracht inleveren. Dit beeld, dat het Centraal Planbureau (CPB) gisteren in zijn jongste prognoses schetste, is voor regeringspartij PvdA te scheef. „Dat verdient correctie. De koopkrachtcijfers laten zien dat we extra aandacht moeten hebben voor gepensioneerden”, zegt Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA).

Dat lijkt het kabinet ook te willen: minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) stelde vanochtend maatregelen in het vooruitzicht om de koopkracht van gepensioneerden en mensen met een uitkering te repareren.

Gisteren publiceerde het CPB de conceptversie van de Macro Economische Verkenning, die de basis vormt voor de begroting voor volgend jaar. Uit de cijfers rijst een alleszins rooskleurig beeld van de Nederlandse economie. Maar niet iedereen ziet zijn inkomen stijgen, ook al is de verwachte economische groei dit jaar 2 procent en volgend jaar zelfs 2,4 procent.

Werkenden gaan er komend jaar op vooruit, vooral de middeninkomens. Maar gepensioneerden zien hun inkomsten met 1,1 procent dalen. Het heeft vooral te maken met de indexatie van de pensioenen: die stijgen niet mee met de inflatie.

Achteruit

Het blijkt ook uit de koopkrachtcijfers voor de mensen die tot 175 procent van het minimumloon verdienen; dat zijn veelal ouderen. Die gaan er gemiddeld zo’n 0,5 procent op achteruit. „De mensen die werken en ook in deze categorie zitten, gaan er normaal gesproken wel op vooruit”, schat Nijboer in. De min bij laagverdieners is dus echt het gevolg van de dalende inkomsten bij ouderen.

„Ik hoop dat de PvdA dit keer wel de poot stijf houdt”, zegt Henk Krol van 50Plus. „De grens moet niet liggen bij oud of jong, maar bij arm en rijk.” Volgens hem is er 1 miljard nodig om arme ouderen te compenseren. „Dat verzoek heb ik ook in het gesprek met premier Rutte en minister Asscher neergelegd. De vraag is: laat je nu alleen de werkenden profiteren van de economische groei of ook de mensen die vroeger hard gewerkt hebben?”

Het CPB liet zich gisteren van zijn optimistische kant zien en sprak van „aanhoudend herstel”. In juni ging het Planbureau nog uit van een groei van 2,1 procent in 2016, nu is dat 2,4 procent. Na jaren van economische tegenwind en bezuinigingen krijgt het kabinet daardoor in de komende begrotingsbesprekingen meer ruimte om tegenvallers te repareren.

Al eerder werd besloten om, in de aanloop van een nieuw belastingplan, de lasten met 5 miljard te verlichten. Die zorgen er mede voor dat de binnenlandse bestedingen de economie aanjagen. Tot voor kort was vooral de export de motor van de minimale groei.

Zonneschijn

Is het allemaal zonneschijn? Dat niet. Zo blijft de werkloosheid met volgend jaar 600.000 mensen relatief hoog, ook al concludeert Nijboer uit de CPB-cijfers dat de werkgelegenheid volgend jaar met 100.000 banen toeneemt. Door meer nieuwkomers op de arbeidsmarkt blijft het effect echter relatief laag.

„Een werkloosheid van 6,7 procent volgend jaar is nog altijd hoog”, zegt D66-Kamerlid Wouter Koolmees. „Ten opzichte van dit jaar, 6,9 procent, is die daling gering.”

Op het vlak van het begrotingstekort is er zelfs sprake van een verslechtering ten opzichte van de vorige CPB-prognoses uit juni. Toen ging men uit van een tekort van 0,8 procent van het bbp volgend jaar. Nu is dat 1,5 procent.

De oorzaken: het terugschroeven van de gasproductie in Groningen en natuurlijk die voorgenomen lastenverlichting van 5 miljard euro. Nodig om de nieuwe belastingplannen te kunnen realiseren, goed om de economie aan te jagen, maar voor de korte termijn niet al te best voor het tekort onder de streep.