28 atleten alsnog betrapt en bestraft door IAAF

Geavanceerde opsporingstechnieken van atletiekbond wijzen op fors dopinggebruik tijdens WK’s 2005 en 2007.

De internationale atletiekfederatie (IAAF) is disciplinaire procedures begonnen tegen 28 atleten die uitkwamen op de WK’s atletiek in 2005 (Helsinki) en 2007 (Osaka).

Dat meldde de IAAF gisteren op basis van nieuwe tests van urinestalen die tijdens die toernooien afgenomen zijn. De meerderheid van de nu betrapte atleten is al gestopt en er zijn geen deelnemers bij van de WK in Beijing, die op 22 augustus beginnen.

De mondiale atletiekbond zegt dat na het afwikkelen van disciplinaire procedures waar nodig medailles en records opnieuw zullen worden toegewezen, daarmee implicerend dat er medaillewinnaars bij de betrapte atleten zijn. De IAAF kan lopende de strafprocedures niet bekendmaken wie er in deze herziening van oude bloedmonsters op doping zijn betrapt. De betreffende atleten zijn op de hoogte gesteld van de aanklacht.

Het opnieuw testen met geavanceerde middelen was al in april dit jaar begonnen. Daarom ook stelt de IAAF dat deze actie los gezien moet worden van de controverse rond de enorme hoeveelheid verdachte bloedwaarden in de periode 2001-2012, die op basis van een gelekte IAAF-database van ruim 12.000 bloedmonsters aangetoond werden door dopingexperts. De Britse krant The Sunday Times en de Duitse zender ARD berichtten daar onlangs over. Achthonderd atleten, onder wie veel medaillewinnaars op de negen grote toernooien in de genoemde periode, zouden verdachte bloedwaarden hebben gehad.

De IAAF stelde eerder dat de conclusies over dopinggebruik van de twee media „verwarrend en sensatiebelust” waren en dat de kritiek dat de atletiekfederatie niets met de verdachte bloedwaarden deed „onwaar” is. Duidelijk is inmiddels dat de schaal waarop doping in atletiek gebruikt is amper overdreven kan worden, nu blijkt dat rond alleen al deze twee WK’s 28 atleten doping gebruikten.

In 2012 al heeft de atletiekfederatie bloed dat afgenomen is tijdens de WK’s van 2005 (Helsinki) en 2007 (Osaka) met nieuwe technieken onderworpen aan een nieuwe serie tests. Al in 2013 zijn op basis daarvan zes atleten geschorst. Vanaf april 2015 zijn weer geavanceerde(re) technieken gebruikt om bloedmonsters opnieuw te testen, waarbij 32 monsters van 28 atleten een positieve test opleverden.

De IAAF maakt wel de indruk in elk geval publicitair serieus bezig te zijn met een tegenoffensief tegen de aanklacht dat de atletiefederatie te weinig zou doen in de strijd tegen (bloed)doping. De IAAF presenteerde de conclusies gisteren als het „meest recente succes in de strategie van hertesten”, zo luidde de kop van het persbericht. „Terugkijken over een periode van tien jaar mag dan lang lijken, maar de IAAF heeft altijd getracht om al het mogelijke te doen om schone atleten te beschermen. Ook als dat betekent dat oude monsters, genomen tijdens toernooien of buiten competitie, opnieuw bekeken moeten worden.”

De IAAF profiteert naar eigen zeggen van een uitgebreide verjaringstermijn die de wereldantidopingautoriteit WADA tegenwoordig hanteert, namelijk maximaal tien jaar. Zo kunnen ook atleten op het WK 2005 nog bestraft worden.

Of daar ook het geruchtmakende Russische trio bij zit dat in Helsinki het podium besteeg na de finale op de 1.500 meter, is niet bekend. The Sunday Times berichtte op basis van de uitgelekte database van de IAAF dat de bloedwaarden van de drie Russinnen ‘abnormaal’ waren.