Zet ook eens je hersens onder stroom

Nieuwe gadgets sturen stroompjes door de hersenen. Gamers denken dat ze er beter van gaan spelen. Maar is dat wel zo?

„Het kan een branderig gevoel geven”, zegt Dennis Schutter, als zijn hand naar de knop gaat. Ik zit in een laboratoriumstoel met elektroden op mijn schedel: de plus bovenop en de min links op mijn voorhoofd. Klodders glibberige, koude gel zorgen voor goede elektrische geleiding. Ja, daar is inderdaad een prikkelende sensatie, vooral rond de elektrode links voor. Verder voel ik nog niks.

Schutter is psycholoog en onderzoeker bij het Donders Instituut van de Radboud Universiteit. Hij onderwerpt me aan de laboratoriumversie van gadgets waarmee je je hersens onder stroom kunt zetten. Die zijn sinds kort te koop. De Moovs van het Londense bedrijf Foc.us, bijvoorbeeld, is een soort koptelefoon waarbij de luidsprekertjes zijn vervangen door elektroden. Volgens Foc.us kun je hiermee je brein ‘overklokken’ (een nerdy term voor het opvoeren van een computer) en ga je er onder andere sneller van reageren. Doelgroep: vooral gamers.

Ook is er de Thync, die bestaat uit een elektrode rechts op het voorhoofd en eentje in de nek, bestuurd door een app op de smartphone. De Thync, vooralsnog alleen verkrijgbaar in de VS, heeft twee standen, ‘calm’ en ‘energy’. Volgens de makers kun je met de Thync binnen enkele minuten tot ontspanning komen of juist superalert worden.

Wat in beide producten wordt toegepast heet transcranial direct current stimulation (tDCS): stimulatie met een gelijkstroom dwars door de schedel. Gamers, vooral zij die aan toernooien deelnemen, liefhebberen er al mee. Vaak gebruiken ze zelfgeknutselde apparatuur. Ze passen stroomsterktes toe van 1 à 2 milliampère, die in ieder geval niet pijnlijk zijn.

Ze houden elkaar van hun belevenissen op de hoogte via sociale media, bijvoorbeeld in een actieve groep op Reddit, genaamd tDCS. Daar vind je bouwtips, gebruiksadviezen, besprekingen van producten en persoonlijke ervaringen, zoals van iemand die twee headsets tegelijk gebruikte en zich daarna ‘super alert’ voelde. Ook worden er vragen gesteld: „Is het gevaarlijk als ik de hele dag tDCS onderga?” Uit de antwoorden blijkt dat dat op z’n minst ongebruikelijk zou zijn.

Een kritische koper van de Moovs klaagt dat zijn aankoop niet werkt en dat de klantenservice niet reageert. Maar er is ook een link naar een lang stuk op fourhourworkweek.com, van iemand die zich twee weken lang vijf minuten per dag aan een tDCS-apparaat blootstelde en geweldige resultaten meldt. De bijbehorende app rapporteerde tenminste aan het begin van de proef ‘31 procent kalmte’ en aan het einde ‘89 procent kalmte’. De auteur twijfelt daar niet aan en zegt een ‘monnikachtige zen-toestand’ te ervaren.

Het is een techniek waar al jaren wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan, onder meer door Schutter. De resultaten? Dat hangt ervan af wie je ernaar vraagt. Schutter zelf denkt dat positieve ervaringen ook toegeschreven kunnen worden aan het placebo-effect. De Nederlandse Hersenstichting stelt op zijn website: „Het is bekend dat tDCS een toegevoegde waarde heeft bij mensen met chronische afasie na een beroerte.” Daarom subsidieert de Hersenstichting nader onderzoek in deze richting.

Je leert sneller, maar je IQ wordt lager

Begin dit jaar verscheen een Australische metastudie van meer dan 200 publicaties over de effecten van tDCS. Vaak kwamen er positieve effecten uit: verkorte opleidingstijd van piloten, sneller leren gebruiken van protheses, bestrijding van depressies. Maar ook: meetbaar lagere IQ-scores. Reden voor Schutter om me, voor ik in de stoel plaatsneem, met een knipoog te vragen of ik zeker weet dat ik wel wat intelligentie kan missen.

Het oordeel van de Australische metastudie was vernietigend. „Ze vinden allemaal wat, maar ze vinden allemaal wat anders”, aldus de leider van het onderzoek, Jared Horvath, neurowetenschapper aan de universiteit van Melbourne. Volgens hem blijft er netto niets aantoonbaars over. Intussen krijgt de Australische studie zelf veel kritiek. Volgens een ingezonden brief van Duitse onderzoekers in het tijdschrift Brain Stimulation is er onder andere sprake van „belangrijke tekortkomingen in het citeren en interpreteren van de beschikbare literatuur”.

Schutter vindt de Australische conclusies ook te ver gaan. „Bij een individu kan ik geen werking aantonen, maar wel als ik een groep onderzoek”, zegt hij, terwijl ik me in mijn stoel nog zit af te vragen of ik iets merk. „Er zijn kleine maar duidelijke effecten op bijvoorbeeld leren en geheugen. Vanuit wetenschappelijk oogpunt fantastisch, maar voor alledaagse dingen heeft het geen relevantie.”

Vandaar dat ik nog steeds niks voel. Schutter benadrukt dat voor zover er effect is, wetenschappers niet begrijpen waarom. „We zijn als een arts die met een stethoscoop op een motorkap probeert te bedenken hoe die motor werkt. Het is ook mogelijk dat het verbeteren van de ene functie gepaard gaat met het verslechteren van een andere. We weten het niet.”

Niet te lang op je hoofd laten zitten

Gevaarlijk, dat doe-het-zelven? Schutter: „Het kan weinig kwaad. Je moet wel oppassen dat je zo’n ding niet te lang op je hoofd laat staan. Anders kun je compensatiereacties krijgen, met andere woorden dat je steeds meer nodig hebt, net als bij een verslaving. Als mensen grenzen gaan opzoeken kun je wel verwachten dat er op den duur iets misgaat.” Thync raadt mensen af het product te gebruiken als ze zwanger zijn, onder de achttien jaar zijn, last hebben van epilepsie, een hartziekte hebben of implantaten gebruiken. Het klinkt dreigend, maar dat soort waarschuwingen vind je ook bij attracties in een pretpark.

Na een minuut of tien halen we de elektroden weer van mijn hoofd. Ook achteraf merk ik niets van de tDCS-behandeling. Het schrijven van dit stuk heeft helaas niet minder moeite gekost dan anders. En gelukkig ook niet méér.