Uit schaduw van vriend Phillip Cocu

De rentree van NEC in de eredivisie begint morgen, thuis tegen Excelsior. Van de nieuwe coach wordt sinds zijn successen in Eindhoven veel verwacht. „Kroonprins? Wie is dan koning?”

Ernest Faber (midden) doceert de spelersgroep van NEC. „Spitsen moeten het gevoel krijgen dat er niets te halen valt en moeten zelfs bang van je zijn.” Foto Joep Leenen/ANP

Het is tegen het einde van de middag als de medewerkers van NEC het stadion weer verlaten. Na een jaar in de eerste divisie is het de laatste weken weer ouderwets druk in het Nijmeegse Goffertpark. Een meisje wil op de valreep nog twee tickets bestellen voor het openingsduel met Excelsior, dat wegens politiestakingen werd uitgesteld naar morgen.

De spelers gaan naar huis en coach Ernest Faber komt net gedoucht de kantine ingelopen. Op dat moment tonen de televisieschermen in de ruimte beelden van het kampioensfeest van PSV. „Dat was een mooi feestje, ja”, zegt Faber met een grijns.

Eindverantwoordelijkheid

Als assistent van Phillip Cocu bij PSV had Faber (43) het „enorm” naar zijn zin. Na de landstitel zou nu de Champions League volgen, maar na enkele jaren als assistent begon het hoofdtrainerschap weer te kriebelen. „Het assistentschap is een eigen specialisme. Het heeft me completer gemaakt, maar telkens komt ook uit karakterschetsen: leidinggevende.”

Zo koos de Brabander om terug te gaan naar NEC, waar hij ooit op huurbasis speelde en in 1990 zijn debuut maakte. Destijds degradeerde de club, nu krijgt Faber als eindverantwoordelijke een herkansing. „Handhaven is ons primaire doel”, stelt hij.

Op enkele wedstrijden na als ad-interim bij PSV wordt NEC zijn eerste klus als hoofdcoach in de eredivisie. „Ieder jaar gaan er goede spelers weg, zeker als je kampioen wordt in de eerste divisie. Maar het is juist de uitdaging om hogerop in de voedselketen te komen. Daarmee bedoel ik dat als we goed presteren, we daar zelf ook steeds betere voetballers voor kunnen terughalen.”

Via NEC klimt hij nu als het ware zelf ook omhoog op de voedselketen, al zegt hij niet aan carrièreplanning te doen. Faber, een meedogenloze verdediger bij PSV, moest in 2004 zijn carrière beëindigen nadat hij zijn achillespezen afscheurde. „Om eerlijk te zijn had ik nooit gedacht dat ik trainer zou worden”, zegt hij dan lachend. „Maar goed, ik wilde niet stil blijven zitten.”

Guus Hiddink stelde destijds voor om een cursus te volgen bij de jeugd van PSV. „Ik wilde iets terugdoen voor de jeugdopleiding die ik zelf doorlopen heb. Ik haalde de diploma’s van de KNVB vrij makkelijk en ik leerde als trainer denken. Over theorie en gedragsbeïnvloeding. Ik merkte dat bepaalde dingen die ik zei daadwerkelijk effect hadden op die jongens.”

Na de jeugd en Jong PSV verkaste Faber in 2006 naar FC Eindhoven. Hij werd assistent van Louis Coolen en eindigde in zijn eerste jaar op de negentiende plaats in de eerste divisie. Uiteindelijk haalde Faber in 2010 samen met zijn vriend Cocu het diploma Coach Betaald Voetbal. Een paar maanden later tekende hij zijn contract als hoofdtrainer van Eindhoven.

„We moesten creatief zijn met een zeer beperkt budget, maar het ging voortvarend”, blikt Faber terug op zijn twee seizoenen. Toen hij in maart 2012 naar PSV vertrok, om samen met Cocu de vertrokken Fred Rutten tijdelijk op te volgen, stond FC Eindhoven zelfs tweede in de eerste divisie.

„Spijt van de overstap heb ik niet. Ik heb nooit spijt van dingen die ik gedaan of gezegd heb. Ik kreeg de kans van Eindhoven en PSV om de stap te maken. Bij PSV heb ik veel geleerd, eerst samen met Cocu en het jaar daarna onder Dick Advocaat.”

‘Bovenop’

Als assistent van Advocaat nam hij op trainingen vaak de verdedigers onder zijn hoede. De Braziliaan Marcelo twitterde in die tijd het nieuwe kernwoord bovenop. Het begrip dat Faber invoerde, is gekoppeld aan zijn eigen verleden als voetballer. Zoals Advocaat destijds zei: „Het mag wel wat steviger. Even een signaal afgeven. Zoals mijn assistent Faber, die op de hak stond van een tegenstander.”

Faber moet er nu om lachen. „Dat klopt ja. Bovenop heb ik hier bij NEC ook geïntroduceerd. Daar hou ik van. Spitsen moeten het gevoel krijgen dat er niets te halen valt en moeten zelfs bang van je zijn. In mijn ogen beschik ik in deze selectie over verdedigers die het vak verstaan, zoals mijn aanvoerder Rens van Eijden.”

Onder bondscoach Bert van Marwijk werkte Faber anderhalf jaar op internationaal topniveau als assistent. Na het vertrek van Frank de Boer zocht Van Marwijk een extravert type. Wat dat betreft totaal anders dan de introverte Cocu. „Ik ben wel een ijvertig baasje, ja. Geen gebrek aan energie. Ik hou van open communicatie en soms flap ik er dan wat sneller iets uit. Ik rijd iedere dag ongeveer een uur naar huis, dus dat is lang genoeg om geen problemen mee naar huis te nemen. En anders zeg ik de dingen hoe ze zijn. Dat is voor iedereen beter. Maar als trainer kun je vaak beter minder zeggen en het gewoon kort en bondig houden.”

Na het vertrek van Advocaat gaf Faber in het Eindhovens Dagblad aan dat hij beschikbaar zou zijn als hoofdtrainer. In de media werd de vraag gesteld wie van de vrienden Cocu en Faber met de eer aan de haal ging. Het AD bestempelde hem in 2012 zelfs als ‘kroonprins van het trainersgilde’. Faber: „Dat beschouw ik dan maar als compliment, maar wie is dan de koning? Dat verhaal over het hoofdtrainerschap is een beetje uit zijn verband getrokken. Een journalist vroeg me of ik de ambitie had om ooit hoofdcoach te worden van PSV. Natuurlijk heb ik dat. Alleen op dat moment was dat totaal niet aan de orde. Ik ben er ook nooit voor benaderd.”

Faber bleef de nieuwe hoofdtrainer Cocu trouw, maar concludeerde dit jaar dat zijn toekomst niet lag in de rol van assistent. Nu moet hij NEC in de eredivisie houden na het vertrek van Ruud Brood, die met NEC glansrijk kampioen werd in de eerste divisie en deze zomer de omgekeerde weg bewandelde en nu assistent is bij PSV.

Faber mikt op aanvallend voetbal waar mogelijk, alleen realiseert hij dat in degradatievoetbal ook andere facetten komen kijken. „Wij zijn alleen geen Italianen die gaan inzakken. Ik hou van spelers die de bal hebben.” De hele dag is hij bezig met de ontwikkeling van zijn spelers. Of het nu krachttraining is of met videoanalyses. „Ik hou niet van afraffelen. Bovendien ben ik een trainer die de jeugd de kans wil geven. Ik heb nu al een paar jeugdspelers bij de selectie genomen, want ik kan ze beter nu voor de leeuwen gooien dan straks in het seizoen. Als we zelf aan het voetbal komen, gaan wij ons handhaven.”