Recorddeal is illustratief voor probleem van Warren Buffett

Buffetts bedrijf is inmiddels zó rijk, dat het nog maar weinig opties heeft.

Warren Buffett (84) van investeringsfonds Birkshire Hathaway wordt door zijn fans wel het ‘Orakel van Omaha’ genoemd. Foto LARRY W. SMITH/EPA / fotobewerking NRC Fotodienst

Voor zijn koopgrage bui waarschuwde Warren Buffett nog in februari. In het jaarverslag van zijn Berkshire Hathaway zinspeelt hij op een overname van „ergens tussen de 5 en 20 miljard dollar”. Gisterenmiddag bleek de overnamehonger nog groter dan aangekondigd.

Berkshire maakte bekend dat het voor 37,2 miljard dollar inclusief schulden (33,9 miljard euro) de Amerikaanse vliegtuigonderdelen- en kunstheupenmaker Precision Castparts (PCC) overneemt.

In de vijftig jaar dat hij aan het roer staat van Berkshire, betaalde Buffett nog nooit zo veel voor een bedrijf. Dat zegt wat. De deal is namelijk illustratief voor het grootste probleem van Berkshire. De investeringsmaatschappij is inmiddels zó gigantisch en vermogend, dat er nog maar weinig interessante investeringen zijn.

Het Orakel

Fans van de 84-jarige superbelegger noemen hem het ‘Orakel van Omaha’ vanwege de ongekend hoge rendementen die Buffett boekt. Beleggers die in 1965 het luttele bedrag van 50 dollar in Berkshire investeerden zijn nu miljonair. Buffetts eigen vermogen groeide in die periode ook aanzienlijk. Met 66,8 miljard dollar is hij nu de rijkste Amerikaan, na vriend en Berkshire-bestuurslid Bill Gates.

Berkshire is onder meer actief in verzekeringen, spoorwegen, energie, consumentengoederen en industrie. Via Berkshire-onderneming CTB zit het bijvoorbeeld achter de Nederlandse maker van kippenslachtmachines Meyn. Bij Berkshire-bedrijven werken zo’n 340.000 werknemers.

Net zoals Berkshire voor de lange termijn in bedrijven stapt, doet het dat ook bij aandelen. Daardoor is de 1,3 miljard dollar die het in Coca-Cola stak inmiddels 17 miljard waard.

Behalve beleggen voor langere termijn is een ander investeringsprincipe van Buffett dat hij alleen in bedrijven stapt waarvan hij het bedrijfsmodel snapt. En kenmerkend is het investeringsmoment. Buffett doet aan ‘value investing’: hij investeert in bedrijven die bovengemiddeld winstgevend en bovengemiddeld laag gewaardeerd zijn. PCC, dat last heeft van de lage olieprijs, is dat ook in zijn ogen. Al zetten sommige analisten daar vraagtekens bij.

Te groot

Berkshire keert nooit dividend uit omdat Buffett de filosofie aanhangt dat het beter is om de winst te herinvesteren. Dat zorgt er in combinatie met bovenstaande beleggingsstrategieën voor dat het inmiddels zó groot is en zó veel geld heeft, dat het problematisch begint te worden. Eind juni had Berkshire liefst 66,6 miljard dollar (ruim 60 miljard euro) op de bank had staan.

„De gigantische sommen extra geld die het maar blijft genereren, beperken uiteindelijk de mogelijkheid om buitengewoon goede rendementen te boeken”, schreef analist Gregory Warren van Morningstar eerder dit jaar. Ondanks aankopen ter waarde van 18 miljard dollar in 2013 en 8 miljard dollar in 2014 sloot Berkshire het jaar 2014 nog steeds met ruim 60 miljard dollar cash af: een groei van 35 procent in twee jaar.

De overname van gisteren wordt voor 23 miljard dollar in contanten gefinancierd en voor de rest met een lening. Buffett houdt dus nog 40 miljard dollar op de bank over.

Schaalnadelen

Berkshire begint inmiddels zo groot te worden dat het last heeft van „schaalnadelen”, zegt onderzoeker Björn Kijl van de Universiteit Twente en co-auteur van het boek Leer beleggen als Warren Buffett.

Berkshire is groot geworden door in kleine, ondergewaardeerde bedrijven te beleggen, legt Kijl uit. Destijds hadden Buffett en zijn inmiddels 91-jarige rechterhand Charlie Munger keus uit duizenden kleine bedrijven en was het relatief makkelijk om uitschieters te vinden en recordrendementen te boeken.

Nu Berkshire zo groot is wordt dat steeds moeilijker. Het heeft geen zin meer om in kleine bedrijven te beleggen, omdat ze te weinig bijdragen aan het rendement van de hele groep. De totale investeringsportefeuille is simpelweg te groot om nog effect te zien van kleine investeringen.

„Berkshire moet zich nu op grote bedrijven richten, maar daar is veel minder keus en zijn de rendementen vaak lager, omdat die bedrijven door veel meer partijen gevolgd worden. Die markt is efficiënter”, zegt Kijl.

Minder rendement

Ook Buffett zelf onderkent dit probleem. In zijn jaarlijkse brief aan aandeelhouders schrijft hij dit jaar: „het slechte nieuws” is dat de rendementen van Berkshire „niet meer in de buurt zullen komen van die van de afgelopen vijftig jaar”, omdat de schaal te groot is geworden.

En hij anticipeert ook op het ondenkbare: winst niet langer herinvesteren maar uitkeren als dividend. Volgens Buffett komt er over een jaar of tien, twintig een punt dat „het niet meer mogelijk is om al onze inkomsten intelligent te herinvesteren”.