Onzekere Talibaan vallen keihard aan

Kabul zucht onder een golf van geweld. Wil de nieuwe leider zich bewijzen of zitten zijn rivalen achter de aanslagen?

Afghanen lopen langs het raam van een winkeltje in Kabul, dat gisteren kapotsprong door een bomaanslag bij het vliegveld van de hoofdstad. Er vielen vijf doden. Foto Wakil Kohsar/AFP

De bewoners van Kabul kunnen na decennia van oorlog en geweld tegen een stootje, maar de afgelopen dagen waren ook naar hun maatstaven extreem. Na drie grote bomaanslagen vrijdag, waaronder de zwaarste die de stad zich kon herinneren, volgde er gisteren wederom een forse ontploffing, ditmaal met een vrachtwagenbom bij het vliegveld van de Afghaanse hoofdstad.

In totaal kostten de vier explosies ten minste 57 mensen het leven. Er vielen honderden gewonden. Vrijdag was de dodelijkste dag in Kabul in bijna vier jaar. Bij een Talibaan-aanslag op een regeringsgezinde militie in de noordelijke provincie Kunduz verloren bovendien dit weekend nog eens 25 mannen het leven.

Niemand twijfelt eraan dat deze golf van geweld verband houdt met de onrust onder de Talibaan na de bekendmaking van de dood van hun leider, Mullah Omar, tien dagen geleden. Maar wat er precies aan de hand is, weet ook bijna niemand.

Probeert de nieuwe officiële leider Mullah Mohammad Akhtar Mansour hiermee aan te tonen dat er met hem niet valt te sollen? Of zijn het juist aanhangers van rivaliserende radicale facties, die hiermee hopen te bewerkstelligen dat de Talibaan nooit meer vredesonderhandelingen aanknopen met de door hen verfoeide regering van president Ashraf Ghani?

Dat laatste was vorige maand net voorzichtig gebeurd tijdens een eerste ontmoeting in het Pakistaanse plaatsje Murree. Volgens Borhan Osman, een medewerker van het Afghanistan Analysts Network, een gerespecteerde denktank uit Kabul, namen de Talibaan-deelnemers aan het overleg in Murree deel met instemming van Mansour.

Pakistan, dat er in het verleden vaak van is beschuldigd de Afghaanse Talibaan actief te steunen, had zich vooraf erg ingespannen alle partijen bijeen te krijgen. Het oefende zware druk uit op de Talibaan om mee te doen.

Maar het was ook toen al geen geheim dat veel Talibaan-commandanten geen heil zagen in vredesbesprekingen met een regering die volgens hen nog altijd slechts een marionet is van de Verenigde Staten. Ondanks het vertrek van het leeuwendeel van de Amerikaanse militairen.

Na het nieuws over Omars dood werd een volgende ronde van het vredesberaad in elk geval terstond afgeblazen door de Talibaan. Die willen kennelijk eerst laten zien dat ze ook zonder hun geheimzinnige, eenogige leider militair nog altijd een serieuze tegenstander blijven.

Veel Talibaan ergerden zich bovendien aan de razendsnelle manier waarop Mansour in het zadel werd gehesen. Sommigen hadden liever Omars zoon Mullah Yaqub als nieuwe leider gezien, al is die pas in de twintig (en volgens sommigen inmiddels vermoord). Veel aanvoerders wachten ook nog af voor ze zich achter Mansour of een ander scharen.

„Er heerst niet alleen onder de hoogste leiding van de Talibaan chaos en verwarring maar ook onder de gewone strijders”, verklaarde een Afghaanse regeringsfunctionaris, die anoniem wilde blijven tegenover The Wall Street Journal.

Door de opleving van het geweld is ook Ghani’s animo voor het vredesberaad bekoeld. „We hoopten op vrede maar we krijgen oorlogsboodschappen uit Pakistan. We kunnen niet langer aanzien hoe onze mensen bloeden in een oorlog die van buiten af is gezonden”, zei hij gisteren somber in een televisietoespraak. „Wij willen niet dat Pakistan de Talibaan tot vredesbesprekingen brengt maar dat het de Talibaan-activiteiten op zijn grondgebied stopt”. De Talibaan opereren al jaren vanuit het onherbergzame Pakistaanse grensgebied. Van daaruit voeren ze acties uit in eigen land.

Ook de bevolking van Kabul is gealarmeerd door de recente golf van geweld. Honderden burgers verzamelden zich zaterdag voor een wake met kaarsen om te rouwen over de 52 slachtoffers van de dag tevoren. „We willen dat dit zinloze bloedvergieten ophoudt”, klaagde een man tegen The Wall Street Journal. „We willen dat het ons wordt toegestaan in vrede te leven, net als mensen in andere landen van de wereld.”