Het rampzalige Syrië-beleid van Obama

Een miljard dollar hebben de VS geïnvesteerd in de opleiding van betrouwbare rebellen in Syrië. Het werd een fiasco, schrijft Carolien Roelants.

Het Amerikaanse Syrië-beleid is zo rampzalig dat het lachwekkend zou worden als het niet zo veel treurigheid zou produceren. Neem president Obama’s besluit om jaarlijks 5.400 geselecteerde rebellen te trainen en te bewapenen voor de strijd tegen de kalief, en als die is opgeruimd tegen Assad. Ruim een jaar geleden werd daarvoor een half miljard dollar uitgetrokken, en later nog een half miljard, en de selectiecommissie ging snel op pad. Maar op de een of andere manier was het erg moeilijk te midden van zo’n 200.000 rebellen het juiste materiaal te vinden. Dat zat kennelijk allemaal al bij de Islamitische Staat of Al-Qaeda’s Al-Nusra of andere niet-compatibele groepen. Dus de training begon pas afgelopen mei. Vorige maand werd bekend dat 59 rekruten de training met succes hadden afgerond.

Maar Al-Nusra ging in de aanval, ontvoerde eerst een aantal van deze geoefende strijders, onder wie de commandant, en doodde er enkele dagen later nog een paar. Washington beloofde een beetje laat luchtsteun, maar eind vorige week bleek de hele rest te zijn verdwenen. Misschien zitten ze thuis, maar ook kan best dat ze zijn overgelopen naar Al-Nusra of naar de IS. Of dat ze allemaal zijn gedood door Al-Nusra omdat ze zich met Amerika hebben ingelaten. Vooral Golfstaten willen nog weleens samenwerken met Al-Nusra, maar het verschil met de IS komt er eigenlijk op neer dat deze Al-Qaeda niet zo publiekelijk gewelddadig is.

Het drama met dit programma – investering in totaal 1 miljard dollar, opbrengst nul rebellen – symboliseert wat mij betreft de Amerikaanse Syrië-politiek. Het klasje Republikeinse presidentsgegadigden schuift Obama de hele verantwoordelijkheid voor alle oorlogsellende in het Midden-Oosten in de schoenen. Donald Trump weet zelfs dat „er een methode is” om de Islamitische Staat „snel en doelmatig te verslaan en de totale overwinning te behalen”. Hij wil het alleen niet zeggen omdat dan natuurlijk Obama die methode snel zou toepassen.

Allemaal onzin. Heeft het gebied zelf soms geen verantwoordelijkheid voor de ellende waarin het zich bevindt? De Assads, de kaliefs en talloze anderen? Ten tweede is het Midden-Oosten een grote pot met soep waaraan zo’n beetje de hele wereld voortdurend eigen giftige ingrediënten toevoegt. En ten slotte is de Republikein George Bush met zijn invasie van Irak in 2003 medeschuldig.

Maar het geheen-en-weer van Obama sinds de oorlog in Syrië begon – wel rode lijnen, geen rode lijnen, Assad moet weg, nee eerst de kalief weg, om maar wat te noemen – heeft een van het begin af ernstige en ongetwijfeld heel moeilijk oplosbare situatie alleen maar verergerd. Honderdduizenden oorlogsdoden, miljoenen vluchtelingen met alle gevolgen van dien – is Fort Europa nog houdbaar, vroeg mijn krant zaterdag – een land geheel vernietigd. En dan heb ik het alleen nog maar over Syrië. Het verschrikkelijke is: er is geen enkel uitzicht op verbetering.

Maar het trainingsprogramma voor rebellen gaat door.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert