Delft Chamber Music Festival is breed en prachtig

Hegeliaanse dialectiek beheerste de programmering van het 19de Delft Chamber Music Festival, als altijd voortreffelijk. Artistiek leider en violiste Liza Ferschtman kwam met thema’s vol schijnbare tegenstellingen: hoofd en hart, leraar en leerling, geconstrueerd en geïnspireerd. Zo gaf de Toccata en Fuga BWV 565 van Bach in bewerking voor vier cello’s een enerverend beeld van de constructie. Meteen daarop bracht het modernistische Novelette (1986) van Willem Jeths, gespeeld door Ferschtman en pianist Ralph van Raat, tomeloze energie in explosies van drift.

Er klonk veel eigentijdse muziek, zoals aansprekende stukken van Mathilde Wantenaar en Tijmen van Tol, beiden leerlingen van ‘Componist des Vaderlands’ Jeths. Curieus was het Strijkkwintet (1909) van Georgy Catoire. Het programma ‘Hoofd en hart’ culmineerde in Beethovens late Strijkkwartet nr 15 op. 132 (1825) en Schuberts Strijkkwintet uit zijn sterfjaar 1828.

Het Doric String Quartet excelleerde in Beethovens eindeloos etherische blik op de hemel. Extraverter klonk Schubert door een ad-hocformatie met Ferschtman en vader Dmitri op de eerste van de twee cello’s. Al ging de dramatiek in het Adagio, waar de muziek in het aanzicht van de dood stokkend tot stilstand komt, niet tot het uiterste, het gevoel overheerste. Dáár lag de scheidslijn tussen het verheven Weens classicisme van Beethoven en de wanhopige romantiek van Schubert.