De muur keert terug, in Europa en daarbuiten

De wereld zou een global village worden, een eenheid zonder grenzen. Maar vele landen willen hun welvaart afschermen en trekken muren op. Door Wilmer Heck Graphic Boudewijn van Diepen

Nog eens tien miljoen euro voor extra hekken bij de Kanaaltunnel in het Franse Calais, zo kondigde het Verenigd Koninkrijk onlangs aan. Het moet de duizenden migranten die daar bivakkeren ervan weerhouden op een vrachtwagen te springen om Engeland te bereiken.

Grenzen verdwijnen, de wereld wordt een dorp, de globalisering is niet meer te stuiten, zo wordt vaak verteld. Voor het welvarende deel van de wereldbevolking klopt het ook, maar voor het arme deel geldt precies het omgekeerde. Op steeds meer plaatsen in de wereld worden letterlijk hekken en muren opgetrokken om deze mensen te weren, die een betere toekomst zoeken.

Na de val van de Berlijnse Muur, en het neerhalen van het IJzeren Gordijn, leken zwaarbewaakte grensafscheidingen een relikwie uit het verleden. Niets is minder waar. Tussen 1989 en 2001 verdwenen ze deels. Er kwamen andere bij en zo bleef het totale aantal hekken en muren ongeveer gelijk. Na de aanslagen van 9/11 steeg hun aantal spectaculair. Soms om aanslagen te voorkomen, maar meestal om migranten te stoppen.

De muur op de Westelijke Jordaanoever, die Israël begin deze eeuw bouwde om terroristen te weren, is bekend. Het hekwerk tussen Griekenland en Turkije om immigratie tegen te gaan misschien ook. Maar ook tussen Turkmenistan en Oezbekistan verrees een hek om smokkel en immigratie te voorkomen. Langs de grens met Zimbabwe bouwde Botswana een hek tegen verspreiding van dierziekten en tegen immigratie. En ook aan tientallen andere grenzen verschenen muren, hekken en andere grensbarrières. Tussen India en Birma, tussen Brunei en Maleisië.

Ze zijn vooral het gevolg van het geslonken veiligheidsgevoel door de aanslagen in New York van september 2001, stelt Henk van Houtum. Hij is hoofd van het Nijmegen Centre for Border Research van de Radboud Universiteit in Nijmegen. „In samenlevingen zie je altijd enerzijds een drang om naar buiten te gaan en grenzen te slechten en anderzijds een neiging om zich af te schermen en het bekende te conserveren. Geïnspireerd door het vooruitgangsgeloof na de val van de Muur gingen in het Europese Schengengebied de grenzen open. Na de aanslagen in de VS in 2001 sloeg de balans wereldwijd weer door naar afsluiting en veiligheid”.

De hekken en muren dienen vaak vooral een politiek en psychologisch doel. Alleen wanneer ze zwaar worden bewaakt, slagen ze er in om migranten of terroristen te weren. Zo nam het aantal zelfmoordaanslagen in Israël sinds de bouw van de muur op de Westelijke Jordaanoever danig af, wat volgens de Israeliërs duidt op het succes ervan. Maar veel grensafscheidingen maken het mensen hooguit moeilijker om de andere kant te bereiken. Ze gaan toch. Bekend zijn de bestormingen door Afrikanen van de gemiddeld zes meter hoge hekken rond de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla in Marokko. Vaak slagen ze er, alhoewel flink gewond, toch in om Spaans grondgebied te bereiken. De hekken tussen Botswana en Zimbabwe worden nauwelijks bewaakt en liggen door rondtrekkende kuddes olifanten deels alweer plat.

Zijn hekken en muren wél een grote belemmering, dan verleggen mensensmokkelaars simpelweg hun routes. Waarna ook daar de bewaking weer wordt opgeschroefd. Hongarije bouwt nu een vier meter hoge muur aan de grens met Servië. Als dat gat is gedicht, kan het land beginnen aan een muur aan de grens met Roemenië. Eerder trokken Bulgarije en Griekenland hekwerken op langs hun grenzen met Turkije. Zo keren ruim 25 jaar na de val van ‘De Muur’, de muren en hekken langzaam weer terug in Europa. Met weinig effect. Het aantal asielaanvragen na illegaal inreizen in de EU stevent dit jaar af op een record.