Zo corporaal is het Nederlandse bedrijfsleven

Foto's ANP

Niet alleen universiteitssteden worden momenteel overspoeld door nieuwe studenten; ook de studentenverenigingen. Bij NRC Q geef we mooie verhalen graag een tweede leven. Dit schreven we eerder over het lidmaatschap van corpora.

Best handig, lid zijn van het corps. Benadrukken de corpora zelf. Je ontwikkelt er sociale vaardigheden, leert presenteren en hiërarchie te accepteren. Met een beetje geluk regel je ook een leerzame bestuursfunctie, plus natuurlijk een netwerk en uitgebreide telefoonlijst. Van de politiek weten we al: daar zitten behoorlijk wat oud-leden - kijk maar naar de Minerva-ministers van Justitie.

Toch wordt met enige regelmaat gezegd dat die invloed langzamerhand afneemt. Hoe zit dat in de zakenwereld? NRC Q inventariseert en ontdekt: oud-leden zijn nog altijd goed vertegenwoordigd. Lid zijn loont.

Eerder onderzoek

Veel wetenschappelijk onderzoek naar het belang van een corpslidmaatschap is er niet. In 1997 publiceerden sociologen Jaap Dronkers en Seraphine Hillege een rapport waaruit blijkt dat bestuursleden van het corps vaker een toppositie in het bedrijfsleven bemachtigen dan die van andere gezelligheidsverenigingen. Een aantal jaar geleden concludeerde TNS NIPO in opdracht van de Volkskrant bovendien: tweederde van “invloedrijk Nederland” is lid geweest van het corps of een andere studentenvereniging.

Met name het Leidse Minerva is goed vertegenwoordigd. Econoom Nout Wellink, minister van Staat Herman Tjeenk Willink, politicus Jaap de Hoop Scheffer, hoogleraar Alexander Rinnooy Kan en koning Willem-Alexander: allemaal Minervaan. De wasmiddelentak van Unilever werd ooit nog ‘De Leidse Zeepmaatschappij’ genoemd vanwege de grote hoeveelheid Leidse corpsleden die er werkte.

Ons onderzoek

Om de huidige invloed van het corps te meten, onderzoekt NRC Q hoeveel Nederlandse bestuurders en commissarissen in de top-25 van de grootste van oorsprong Nederlandse bedrijven (naar omzet in 2013) lid zijn geweest.

We onderzochten de corpora die deel uitmaken van de Algemene Senaten Vergadering (ASV) - een overkoepelend studentenverbond. Daaronder vallen Groningen (Vindicat atque Polit), Utrecht (U.S.C. en U.V.S.V.), Rotterdam (R.S.C. en R.V.S.V.), Amsterdam (A.S.C/A.V.S.V.) , Leiden (L.S.V. Minerva), Delft (D.S.C.) en Wageningen (W.S.V. Ceres).

Hebben steden als Eindhoven, Enschede of Tilburg dan geen corps? Jawel, zeggen ze zelf. In Tilburg kun je lid worden van Sint Olof, dat zich het Tilburgs Studenten Corps noemt. Door de bij ASV aangesloten corpora wordt het alleen niet als zodanig erkend. Verschil moet er zijn natuurlijk.

Online archieven en ledenlijsten zijn niet openbaar. Sommige (oud-)leden zetten hun lidmaatschap op hun cv, maar verder houden de corpora informatie over hun leden voor zich. Voor dit artikel wilde het merendeel meewerken, al waren ze terughoudend uit angst voor negatieve publiciteit. Alleen het Utrechtse corps, zowel de mannelijke (USC) als de vrouwelijke (UVSV) tak weigerde. In Rotterdam wilden de mannen (RSC) niet meewerken, hun vrouwelijke tegenhangers van RVSV wel.

Wat we niet te horen kregen, vulden we aan met openbare bestanden en informatie van enkele oud-leden. Honderd procent volledig is het beeld dus niet, te meer doordat sommige verenigingen aangaven zelf ook niet alles zeker te weten.

In totaal zijn 189 Nederlandse topbestuurders onderzocht. Wat blijkt? Nagenoeg een derde is lid geweest. Klein is de aanwezigheid van corpsleden dus zeker niet:

Amsterdam en Rotterdam leveren de meeste bestuurders, maar Rotterdam beduidend meer corpsleden.

Leiden en Utrecht eindigen bovenaan als het gaat om het aandeel oud-leden onder de bestuurders die er gestudeerd hebben:

Van de onderzochte bedrijven springen er een paar uit. Zo is tenminste de helft van de Philips-top lid geweest, heeft ook Heineken een flink aantal oud-leden op hoge plekken en is de top van Randstad vrijwel volledig corpsloos.

Wat kan de verklaring zijn?

Old boys network? Misschien een beetje. Reünisten kunnen elkaar relatief makkelijk bellen: ze krijgen databases met contactgegevens. Ook leer je, zo benadrukken de corpora zelf graag, vergaderregels, respect voor hiërarchie, spreken in het openbaar, tafelmanieren. Je leert “combineren” (dixit Minerva) of bouwt “levenslange vriendschappen” op (Amsterdam). Ook leer je omgaan met mensen die je niet zelf hebt uitgekozen.

Bijvoorbeeld bij een van de vele subverenigingen. NRC Q telt bij de Kamer van Koophandel zo’n tweehonderd corporale hockeyverenigingen, stichtingen, bands, fondsen of debatclubs. Een kleine selectie van de meest atypische:

Tegelijkertijd moet de invloed van het corpslidmaatschap niet worden overschat. Socioloog Dronkers zei eerder al eens tegen NRC dat het voordeel van het lidmaatschap vooral subtiel is.

“De meeste banen in Nederland worden geworven via informele netwerken. Een groter netwerk betekent: meer informatie.”