Zal grote uitverkoop nu wel lukken?

Scepsis over geëiste verkoop van staatsbezit, die Athene 50 miljard euro moet opleveren.

Ariadne heten ze. Of Platon, Nostos, Agape, Kronos, en dan ook ineens de Twister uit Den Helder. In de jachthaven Marina Alimou, met duizend ligplaatsen de grootste van Athene, ligt een rijtje grote zeiljachten roerloos aan pier 6. Wind staat er nauwelijks. Met tegen de veertig graden is dat niet de ideale combinatie om het water op te gaan.

Ook binnen, in de airco van café Noche, is het rustig. Totdat je met vragen komt over de plannen om deze jachthaven te privatiseren, als onderdeel van het met Europa afgesproken plan om 50 miljard euro op te halen met de verkoop van staatsbezittingen. Een man roept boos: ‘Fuck Europe’ en loopt dan weg.

Vasilis Evdoxiadis, die hier een grote catamaran heeft liggen, vertelt dat hij fel tegen de plannen is om de haven te privatiseren. Toegegeven, de dertien jaar geleden geprivatiseerde haven voor megajachten iets verderop, Flisvos Marina, ziet er mooier uit: bewaking op een scooter, marmer in de WC van het café, geen roestige kastjes op de pieren zoals hier.

Maar Flisvos Marina is ook commerciëler, met overal reclame – ook van een Nederlandse bierbrouwer. „Als we Marina Alimou privatiseren, moeten we veel meer liggeld betalen”, vreest hij. Daarom is de verkoop aan een Turkse investeerder, via de rechter tegengehouden.

„Gelukkig naar”, vult booteigenaar Theodoros Kalkanis aan, terwijl hij nog een sigaretje opsteekt. „Elke verandering is slecht, en niet alleen voor wie een boot heeft.” Hij vertelt over de jachthaven van Lavrio, vijftig kilometer zuidelijker. Daar zijn na privatisering de schoonmakers vervangen en mag maar één taxibedrijf komen. „Het resultaat is dat iedereen minder ging verdienen.”

Dit verzet in Marina Alimou illustreert wat het Internationaal Monetair Fonds eind juni schreef bij zijn inschatting van de haalbaarheid van die 50 miljard door privatisering: „De ervaring leert dat er diepgeworteld politiek verzet tegen privatisering is in Griekenland.” Tegen deze achtergrond, verwacht het IMF, moeten we realistisch zijn. Verwacht niet meer opbrengst dan 500 miljoen per jaar.

Lippendienst

Het resultaat van een eerdere poging viel immers ook tegen. In 2011 was een plan opgesteld om voor eind dit jaar voor 50 miljard euro te privatiseren. Tot het tweede kwartaal van 2015 stond de teller op 3,2 miljard. Dat is „ongeveer 94 procent onder het doel”. Daarbij ging het ook nog om bezit dat het makkelijkst te verkopen was: wat vastgoed, de staatsloterij, het gokkantoor voor paardenraces.

Bovendien: bewezen voorgaande regeringen nog lippendienst aan het idee van privatisering, premier Tsipras, in januari gekozen, onderstreept keer op keer dat hij eigenlijk tegen is. Hij draaide de plannen terug voor verkoop van ADMIE, de beheerder van het elektriciteitsnet. De verkoop van een aantal regionale vliegvelden en een deel van de haven van Piraeus liep vertraging op.

Toch gaf de Europese Unie op de top die op de ochtend van 13 juli eindigde, Athene opdracht „een significant verhoogd privatiseringsprogramma te ontwikkelen”. Doel: 50 miljard euro ophalen. Een deel daarvan moet worden gebruikt voor de herkapitalisering van banken, een deel voor aflossing van de schulden, en ook een klein deel – en dat vierde Tsipras als een overwinning – voor investeringen om groei te stimuleren.

In 2011 is het Hellenic Republic Asset Development Fund opgericht, als houdstermaatschappij voor te privatiseren staatsbezittingen, variërend van hotels, campings, jachthavens – behalve Marina Alimou ook die van Hydra, Poros, Chios, Pilos en Epidavros –, tot wegen, vliegvelden, water- en elektriciteitsbedrijven. In de onderhandelingen die deze week in Athene moeten worden afgerond, is volgens het Griekse ministerie van Financiën afgesproken dat er een nieuwe structuur komt. Die gaat in de richting van een investeringsfonds.

Los van de haalbaarheid, is het een goed idee om nu te willen privatiseren? Het risico van een Grexit is niet afgewend, en dat maakt investeringen in euro’s riskant. Terug in Athene geeft Haris Theocharis, voormalig baas van de belastingdienst die eruit werd gewerkt omdat hij zijn werk te goed deed en nu parlementslid voor de nieuwe centrumpartij To Potami, een getrapt antwoord.

„Om te beginnen: we moeten wel. Ergens moet het geld vandaan komen om schulden af te betalen. Twee: privatisering is een goed instrument. We hebben geld nodig. Dan kun je de kosten verlagen, bijvoorbeeld korten op de pensioenen. De inkomsten verhogen, door de belastingen te verhogen. Of privatiseren, en dat brengt de kosten voor de staat omlaag en schept groei. Dat is van de drie mogelijkheden de beste oplossing.”

Maar dan komt zijn derde overweging. „Dit is niet het goede moment. Door de opstelling van Syriza is de economie ingestort. Die partij heeft het momentum verspeeld. Vorig jaar ging het juist weer wat beter, en kregen we een goede prijs. Als we echt geld willen binnenhalen met privatisering, moeten we een paar jaar wachten: eerst de economie op orde brengen, dan verkopen.”

In Syriza wordt wel gezegd dat je niet moet privatiseren omdat er nog te veel corruptie is binnen het staatsapparaat. „Natuurlijk is het belangrijk om corruptie te bestrijden. Maar….” Theocharis pakt zijn vulpen en een klein papiertje en rekent voor. Op 1 januari had het Hellenic Financial Stability Fund, het staatsfond dat de vier grote banken controleert, 11,6 miljard aan aandelen. Geld van de Griekse kiezers. „Door de incompetentie van Syriza” zijn de banken afgelopen week op de beurs 50 tot 60 procent van hun waarde kwijtgeraakt, en het is nog maar de vraag of het daarbij blijft.”

Terwijl Syriza zijn weerzin tegen privatisering verpakt in bestrijding van corruptie, verdampen er door haar beleid miljarden aan bankaandelen. „Denk pragmatisch, kijk naar de getallen”, zegt Theocharis. „Wat is de beste manier om de boel weer wat op orde te brengen?’’

Een ander tegenargument is dat privatisering een uitverkoop wordt waarvan het kliekje rijke oligarchen gaat profiteren. Theocharis gelooft er niets van. „Veel oligarchen hebben erg geleden onder de crisis. Er komt voor hen een heel pijnlijke schuldherstructurering aan, let maar op. De Franse econoom Piketty heeft laten zien dat na een crisis de ongelijkheid kleiner wordt, omdat dan veel waarde wordt vernietigd. Ik denk daarom dat privatisering ruimte maakt voor een nieuwe, jongere groep ondernemers. Dat is heel gunstig voor Griekenland.”