Ten tijde van de Sovjet-Unie was het hier elke avond feest

Arnon Grunberg rijdt deze zomer met de Afghaanse voormalige asielzoeker Qader Shafiq van Nijmegen naar Kabul voor familiebezoek. Grunberg schrijft dagelijks een reisverslag.

‘Waarom zou ik bidden?” Een dame met een hoofddoek rent de prachtige kathedraal van Tambov uit, tierend en vloekend.

„Waarom zou ik bidden?”, blijft ze herhalen.

Haar leeftijd is moeilijk te schatten, eind dertig misschien. Een paar minuten later zien we haar op een bankje in het park bij de kathedraal zitten, het tieren is gestopt. Ze zit verslagen in de zon, het bidden is weer niet gelukt.

Gisteravond rond middernacht zijn we in Tambov gearriveerd, een stad die bekend schijnt te staan om zijn wolven. Tot mijn verbazing serveerde het hotel nog avondeten in een verder volstrekt verlaten eetzaal.

Qader jaagt ons over de Russische snelwegen, die naarmate we zuidelijker komen steeds ruiger worden. „Als we tijdig in Kabul aan willen komen, hebben we haast”, zegt hij.

Ik begin te begrijpen dat de kans groter is dat ik zal sterven op een Russische snelweg dan dat ik in Afghanistan ontvoerd en onthoofd zal worden. Vermoedelijk is het verkeersongeluk te verkiezen boven de onthoofding.

In de eetzaal van het restaurant van Hotel Derzhavinskaya vergrijpt Qader zich aan de wodka, de andere leden van het reisgezelschap houden het bij rode wijn. Qader zegt: „Ten tijde van de Sovjet-Unie was het in dit soort eetzalen elke avond feest.”

Tegen de tijd dat ik ga slapen wordt het alweer licht. De dag daarop zullen we na een kort bezoek aan de kathedraal doorreizen naar Volgograd, het voormalige Stalingrad. Daar kenterde de Tweede Wereldoorlog en Qader zegt: „Misschien zal jouw leven ook kenteren in Volgograd.”

Het moet gezegd, in geen enkel land ben ik zoveel monumenten tegengekomen die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog als in Rusland, alsof de strijd tegen het fascisme nog maar een paar jaar geleden is.

In een krakkemikkig café halverwege Tambov en Volgograd dat vooral gefrequenteerd wordt door vrachtwagenchauffeurs – zij weten waar het lekker is volgens Qader – eten we lamskebab.

Een vrachtwagenchauffeur uit Azerbajdzjan en zijn zoon zitten aan de tafel naast ons. Als hij hoort dat we dit voor ons plezier doen, schudt hij zijn hoofd.

Langzaam naderen we Volgograd, vrachtwagens kruipen voort, en Qader zegt: „Misschien worden we in Kazachstan verliefd op twee zusters en blijven we de rest van ons leven in Kazachstan.”

„Misschien”, zeg ik.

„Het thema van deze reis is oorlog en vrouwen”, vervolgt Qader.

Ik antwoord: „Voor sommige mannen is dat het thema van het hele leven.”

Wordt vervolgd