Sagarra zei wat iedereen toen dacht

‘Deze onbehaarde wezel, met spleetvormige ogen en een deemoedige glimlach, ... is perfect, onberispelijk, geslepen, exact. Hij heeft alle voordelen van een nauwgezette vrouw en van een rekenmachine. Maar de moraal van de Chinees is zwart.’ Een schrijver die nu zulke zinnen schrijft, zal het moeilijk krijgen. Het taalgebruik, de toon en het generaliseren laten slechts één conclusie toe: deze man is een racist. Maar dát is te haastig geoordeeld, zo blijkt uit het reisdagboek van Josep Maria de Sagarra (1894-1961). Polynesië fascineert én ontgoochelt hem. Met scherpzinnigheid ontleedt hij de onderlinge relaties en de ziel van die Polynesiërs even meedogenloos als begripvol. Sagarra zegt wat iedereen dacht. Wie dat ziet, vindt in De blauwe weg een prachtig reisverslag vol ambiguïteit. Hij beseft slachtoffer te zijn van zijn eigen exotisme. Zo beeldend als zijn reisverslag is, zo bespiegelend is het ook.