Noodtoestand in Ferguson, tiener verdacht van geweld tegen politie

De autoriteiten in het Amerikaanse St. Louis hebben de noodtoestand uitgeroepen in voorstad Ferguson. Aanleiding is het uit de hand lopen van de herdenking van de dood van Michael Brown.

Betogers, gisteren, in Ferguson Foto Scott Olson / Getty Images / AFP

De autoriteiten in het Amerikaanse St. Louis hebben de noodtoestand afgekondigd in voorstad Ferguson. Aanleiding is het uit de hand lopen van de herdenking van de dood van Michael Brown, de ongewapende afro-Amerikaanse tiener die op 9 augustus vorig jaar werd doodgeschoten door de politie.

“Het recente geweld wordt niet getolereerd in een gemeenschap die zich het afgelopen jaar keihard heeft ingespannen voor wederopbouw”, liet bestuurder Steve Stenger volgens persbureau Reuters weten in een verklaring.

Verdacht van schieten op politie

De herdenking begon gisteren rustig met een vreedzame herdenkingsmars. De stemming sloeg om nadat het donker was geworden. Tientallen demonstranten blokkeerden het verkeer en ramen van winkels aan West Florissant Avenue werden ingegooid. Aanvankelijk probeerde de oproerpolitie de demonstranten te verjagen, waarbij beide partijen tegenover elkaar kwamen te staan. Vervolgens klonken er schoten.

Tijdens de onlusten werd een zwarte man neergeschoten door de politie. Volgens de politie hadden agenten in burger hem gevolgd, omdat ze dachten dat hij gewapend was. De man zou zelf het vuur hebben geopend op de agenten die in een auto zonder politiemarkering reden. Bij de schietpartij die volgde, zou de man zijn neergeschoten. Hij is in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht en ligt daar nog steeds. Vandaag werd bekend dat het gaat om een 18-jarige jongen. Hij is aangehouden en wordt aangeklaagd voor het schieten op agenten.

De dood van Brown was het begin van dagenlange protesten tegen politiegeweld in de VS. De politie werd van racisme beschuldigd.