Katie zwemt harder dan de mannen

De 18-jarige Amerikaan Katie Ledecky was met vijf gouden medailles de grote ster van het WK. Met de tweede plaats in medailleklassement viel ook Australië op. De zusjes Bronte en Cate Campbell zijn klaar voor de Spelen in Rio.

Katie Ledecky tijdens de 1.500 meter vrije slag. Foto Michael Dalder/REUTERS

Met één gouden medaille en een berg schandalen waren ze in 2012 het lachertje van de Olympische Spelen in Londen. Onder leiding van bondscoach Jacco Verhaeren keerden de Dolphins, het trotse zwemteam van Australië, in Kazan terug aan de wereldtop.

Zonder de geblesseerde topsprinter James Magnussen, en ondanks een paar kostbare fouten op de eerste ochtend van het zwemtoernooi, eindigde Australië in Kazan als tweede in het medailleklassement met zeven gouden medailles, één minder dan de Verenigde Staten. „Ik ben erg tevreden, al kan het altijd beter”, zei Verhaeren over de score van zijn grote zwemploeg – 38 man sterk.

In de Russische stad kreeg hij onder meer de bevestiging dat de zusjes Bronte en Cate Campbell klaar zijn voor hun aanval op de olympische troon van zijn oude pupil Ranomi Kromowidjojo, in Londen kampioen op de twee belangrijkste sprintnummers. „Het zijn twee geweldige zwemsters, zowel binnen als buiten het zwembad”, zegt Verhaeren. „Intelligent, leuk, ze komen altijd met een goed antwoord, of ze nu winnen of verliezen. En als de één het niet doet, doet de ander het wel.”

Hoewel Kromowidjojo de laatste jaren inleverde op de Campbell-zusjes en de Zweedse Sarah Sjöström, is Verhaeren ervan overtuigd dat de Groningse er volgend jaar in Rio weer zal staan. „Haar klasse is dat ze 100 procent haalt als het nodig is, geen 99 procent. Je moet het kunnen op de dag die telt. En dat is bijna niet trainbaar, dat is een gave. Ik denk absoluut dat zij het gat nog kan overbruggen.”

Amerikaanse dominantie is minder

Kazan leerde Verhaeren bovendien dat de krachtsverschillen in de internationale topsport elk jaar kleiner worden. „Uit onderzoek naar de laatste Zomer- en Winterspelen is gebleken dat het gat tussen goud en de vierde plaatst nu 0,4 procent is. Dat zie je in dit soort meetbare sporten. De wereld zit echt op elkaar, medailles voorspellen kan niet meer.”

In Kazan bleek al dat de Amerikaanse dominantie veel minder groot is dan in het verleden, al won de ploeg voor de zevende keer op rij het WK-medailleklassement in het zwembad. De ploeg reisde niet met de sterkste samenstelling naar Kazan – bijvoorbeeld zonder Michael Phelps.

Maar de nivellering is al langer aan de gang. Groot-Brittannië plukt iets te laat de vruchten van de enorme investeringen die voor Londen 2012 werden gedaan – maar de resultaten zijn indrukwekkend. Met name dankzij de 20-jarige schoolslagspecialist Adam Peaty (drie keer goud) en vrijeslagzwemmer James Guy (19). Voor Frankrijk ontwikkelde Florent Manaudou, broer van oud-olympisch kampioene Laure, zich tot een favoriet voor Rio, ook met drie keer goud.

Phelps was er niet, maar toch ook wel

Maar één sporter stak boven iedereen uit in Kazan: de Amerikaanse Katie Ledecky (18), die vijf gouden medailles behaalde, met drie fenomenale wereldrecords. Niet alleen de toeschouwers in de Kazan Arena keken hun ogen uit als de tiener in het water lag, ook de coaches probeerden haar geheim te ontrafelen. Verhaeren: „Zij is van een andere planeet, je weet niet wat je ziet. Ik heb nog nooit een vrouw gezien die na elk keerpunt drie vlinderkicks doet onder water, ook op een 800 meter. Iedereen die probeert te trainen zoals zij, gaat kapot. Ze traint alleen met mannen – en ze zwemt ook zo hard als een man.”

Of harder: op de 1.500 meter was Ledecky (15.25,48) sneller dan de Nederlandse langeafstandsspecialist Ferry Weertman (15.32,01). Niet voor niets gaat ze naar Rio als ‘de vrouwelijke Michael Phelps’.

Die zal er zelf trouwens ook weer bij zijn aan de Copacabana – nieuwe schandalen daargelaten. De achttienvoudig olympisch kampioen ontbrak in Kazan omdat hij vorig jaar met drank op achter het stuur werd gearresteerd. De Amerikaanse zwembond schorste hem voor zes maanden en hield hem weg uit Kazan.

Toch leek het de afgelopen dagen alsof Phelps (30) gewoon meedeed. Bij de nationale kampioenschappen in San Antonio verscheen hij zaterdag afgetraind aan de start en raffelde de 200 vlinder af in 1.52,94, ruim sneller dan de wereldkampioen in Kazan, de Hongaar Laszlo Cseh (1.53,48). Een dag later deed Phelps het op de 100 vlinder nog eens: met 50,45 was hij ook rapper dan de Zuid-Afrikaanse winnaar in Kazan, Chad Le Clos (50,56).