In een rolstoel is de klant niet altijd koning

Dit weekend leidde het bericht over een strandtent die een ALS-patiënt wegstuurde tot ophef. „Dit is geen incident.”

„Een heel vervelend incident”, noemt Horeca Nederland hetgeen zich vorige week afspeelde bij strandpaviljoen Parnassia aan Zee in Bloemendaal. Journalist en ALS-patiënt Pieter Steinz en zijn vrouw Claartje raakten maandag in conflict met de eigenaar van de strandtent.

Die zou boos zijn geworden omdat Steinz alleen op het terras was achtergelaten, zonder iets te bestellen. Voordat zijn vrouw het terras verliet om even te gaan zwemmen, had ze aan de bediening uitgelegd dat Steinz als ALS-patiënt niets kon eten of drinken. De kwestie veroorzaakte afgelopen weekend ophef op Twitter en Facebook. Volgens de eigenaar was sprake van „miscommunicatie”. Hij heeft de dagopbrengst van zondag, 16.666,49 euro, gedoneerd aan de ALS-stichting.

„Hoe vervelend ook, we hebben niet het idee dat dit veel vaker voorkomt”, zegt een woordvoerder van de vakvereniging van de horecabranche. „Natuurlijk geldt de regel dat wie een horecagelegenheid bezoekt, ook iets dient te bestellen. Daar is de horeca nu eenmaal voor. Maar nood breekt wet. En hier was daar zeker sprake van. Als ALS-patiënt kón deze terrasbezoeker helemaal niet bestellen. Mogelijk was sprake van een misverstand.”

‘Gaat u maar achteraan zitten’

De belangenorganisatie van gehandicapten ziet in de gebeurtenis meer dan een incident of misverstand. „Het komt maar al te vaak voor dat mensen in een rolstoel niet worden begrepen, of zelfs worden weggekeken door de bediening”, zegt Fini de Paauw, voorzitter van de Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie (ANGO). Het overkwam De Paauw, die zelf gehandicapt raakte na een dwarslaesie, zelf een keer in Goes. „In een restaurant werd mijn groep na binnenkomst gevraagd helemaal achteraan te gaan zitten. Dan zouden de overige bezoekers ons niet te veel hoeven te zien. Prima, zeiden we, dan gaan we toch gewoon helemaal weg?”

Miranda Broers, oprichter van lunchroom Brownies & Downies in Den Haag en moeder van een verstandelijk gehandicapt kind, „schrok erg” van het bericht over Parnassia. „Ik dacht: hopelijk is dit slechts een incident. Maar ik ben bang van niet.”

Even niet verontschuldigen

In haar zaak aan de Haagse Thomsonlaan, die deels gedreven wordt door verstandelijk gehandicapten, komen veel ouders van gehandicapte kinderen die zich elders weggekeken voelen. „Ze zeggen tegen me: we zijn zo blij dat we ons hier even niet hoeven te verontschuldigen als mijn kind een beetje kwijlt of te hard praat. Of omdat ik niet meteen kan bestellen.”

Toch waarschuwt Broers voor overhaaste conclusies. Wat in Bloemendaal gebeurde hoeft in haar ogen niet per se te duiden op een verkeerde omgang met een gehandicapte. „Als die vrouw voordat ze haar man alleen liet, alvast een kop koffie had besteld, was er misschien wel niks gebeurd.”

Fini de Paauw van de gehandicaptenbond betwijfelt dat. Hij ziet te veel een patroon waarbij de horeca gehandicaptenbezoek als kostenpost ziet. „Kijk maar eens naar het nog steeds ontoereikende aantal gehandicaptentoiletten in de horeca.”

In een blog over de ophef over Parnassia schreef Marc de Hond (de gehandicapte zoon van Maurice de Hond): „Het zou geweldig zijn als alle mensen die nu oproepen tot een boycot van strandtent Parnassia, zouden zorgen dat hun eigen werkplek voortaan rolstoeltoegankelijk is.”

Het is kortzichtig om bij gehandicapten alleen in termen van onkosten te denken, zegt De Paauw. „We hebben wel eens berekend dat zo’n twaalf procent van alle mensen een of andere handicap heeft. Die kun je juist ook als groep zien om geld aan te verdienen. Gelukkig realiseren steeds meer horecaondernemers zich dat.”