Ik wil dat een kunstwerk me raakt, maar ik wantrouw het sentiment

Niña Weijers schreef De consequenties, een van de opvallendste en lovendst ontvangen debuten van vorig jaar. In het boek worstelt de hoofdpersoon met vragen over de aard en betekenis van kunst: „Meer dan ooit moet je duidelijk maken waarom je voor de romanvorm kiest.”

Foto’s Boudewijn Bollmann

‘Kunst is een vorm van communicatie. Vaak wordt er gedacht dat een kunstwerk meteen iets met je moet doen, en ergens is dat ook wel zo. Het gaat niet alleen om een rationele verhouding tot kunst. Een museum is óók een dagje uit. Veel bezoekers denken dat ze zonder verstand van zaken meteen iets moeten hebben met zo’n kunstwerk, maar waarom zou dat zo zijn? Als je een wiskundige formule ziet terwijl je die terminologie niet kent, dan is het logisch dat je er niets van snapt. Het grappige met kunst is dat het van iedereen is. Het is immers openbaar. Maar er wordt vaak vergeten dat je voor sommige kunst achtergrondkennis nodig hebt. Ik merk dat dubbele ook, ik wil door een kunstwerk geraakt worden, maar ik wantrouw het sentiment, waarom zou er direct een koppeling moeten komen terwijl ik er nog niets van weet?”

Aan het woord is Niña Weijers, die bij onze ontmoeting in Amsterdam enthousiast vertelt over de Berliner Festspiele waar ze werk van Tino Sehgal heeft gezien. De scheidslijn tussen kunst en publieksparticipatie was bij hem onduidelijk, en dat sprak Weijers aan: hoe volmaakt kan een kunstwerk zijn? In hoeverre moet het voor zichzelf spreken?

Het zijn vragen waar niet alleen Weijers mee worstelt, maar ook de hoofdpersoon van haar debuutroman De consequenties. Dat boek bracht haar niet alleen veel lof van critici, maar ook de Anton Wachter Prijs voor het beste debuut en nominaties voor zowel de Libris Literatuurprijs als de Gouden Boekenuil.

De consequenties is het verhaal van kunstenares Minnie Panis, die een ultiem kunstwerk wil maken, door zichzelf te laten verdwijnen. Met een fotograaf maakt ze de afspraak dat hij een periode alles zal vastleggen wat ze doet, maar niet zal ingrijpen. Wanneer ze op een dag besluit door het ijs te zakken, moet hij van een afstand blijven toekijken. Het kunstwerk mislukt: Minnie wordt gered.

Waarom besloot je je hoofdpersoon te laten redden. Had je medelijden met haar gekregen?

„Aanvankelijk had ik mijn roman opgebouwd rondom de vraag: kun je iemand redden? Het idee van mensen die niet gered willen worden stond daarin centraal. Minnie wil een verdwijningskunstwerk maken. Sterven is het ultieme verdwijnen, maar ik vond het interessanter om te kijken wat daartussenin zit: hoe kun je levend verdwijnen? Het leek me te makkelijk om het verhaal met de dood af te kappen, en ook te melodramatisch. Ik wist dat de redding er in moest, maar dat is beslist niet uit medelijden. Pfft nee zeg. Medelijden kan niet, want ik denk dat ik Minnie Panis nooit helemaal heb leren kennen.”

Is dat frustrerend?

„Heel frustrerend. Het duurde lang om Minnie op papier te krijgen. Ze leeft erg geïsoleerd en de meeste actie die ze ondergaat is interactie met anderen, maar toch lukte het me ook niet om haar anders te laten zijn. Ik denk dat ze wel een soort raadsel is gebleven.”

Is het ingewikkeld om een boek te schrijven over verdwijningskunst, terwijl je juist een ambitieus debuut schrijft waarmee je gezien wil worden?

„Alles aan dat boek is raar. Minnie Panis zelf wordt ook gezien door het verdwijnen, en het is ook nog eens zo dat de bezigheid van schrijven een soort verdwijnen is. Het grote verschil is alleen dat een beeldend kunstenaar dat op verschillende manieren kan doen. Een schrijver niet, die moet achter een bureau zitten. Je kan niet leven en schrijven tegelijk, want het schrijven is het leven. Dan is het boek er en ben je opeens in de wereld.”

Je koos voor een kunstenaar als hoofdpersonage. Waarom?

„Het is voor een schrijver natuurlijk aantrekkelijk om over een schrijver te schrijven, maar ik wil mijn vingers er niet aan branden. Ik denk dat sommige romanschrijvers ermee wegkomen, maar alleen al het feit dat ik nu al vier keer ‘schrijver’ zeg, maakt het tricky. Schrijf je wél over een schrijver, dan is het alsof je als een hond in je eigen staart bijt. Op het vlak van fictie kun je natuurlijk heel veel als je een schrijver als personage gebruikt, maar een kunstenaar vond ik beter. Met beeldende kunst kun je zoveel meer dan met schrijven. Kunst kan écht alles zijn. Dat vond ik interessant. Wie bepaalt dan nog wat kunst is? Waarom zou iets kunst genoemd worden?”

Heb je meer duidelijkheid gekregen?

„Kunst blijkt een heel goed houvast te zijn om over dingen na te denken. Alleen het idee waarom mensen kunst maken, vind ik eindeloos fascinerend. Natuurlijk reflecteer je daarmee ook op je eigen schrijverschap, want ik wil dus ook kunst maken. Daarom ben ik goed gaan nadenken: waarom zou kunst kunstmatiger zijn dan brood bakken of vlees snijden. Wat is natuurlijk en wat is kunstmatig – dat ging ik me afvragen.”

En? Weet je dat nu?

„Laatst was ik in Berlijn en kwam terecht in een kunstwerk van Tino Sehgal. Het was donker en er kwamen mensen naar je toe. Dat was mooi en angstaanjagend. Ik dacht: de scheiding tussen kunstenaar en toeschouwer valt weg, ben ik nu deel van het kunstwerk? Dat was echt een belangrijke ervaring voor mij, dat is niet heel veel kunstwerken gegeven.

„Tegelijkertijd: als je je afvraagt of er een onderscheid is tussen kunstmatig en natuurlijk, en je raakt gefascineerd door zo’n vraag, dan zie je opeens overal antwoorden. Dat is mooi, maar het krijgt ook iets psychotisch.”

Jouw roman gaat voor een groot deel over het effect van kunst. Minnie Panis zet zichzelf in als kunstwerk. Waarom moet een kunstwerk communiceren?

„Communicatie met de kijker is belangrijk. Ik was op een open dag van de Jan van Eyck-academie. Daar waren kunstenaars die heel minimalistische dingen hadden gemaakt, waarvan ze vonden dat die maar voor zichzelf moesten spreken. Ik ging naar binnen, en weer naar buiten, omdat ik er niks in zag. Er was één vrouw die de bezoekers een handleiding gaf, en dat maakte het werk veel interessanter.”

Is dat de reden dat Minnie gefascineerd is door performancekunstenaars als Marina Abramovic en Bas Jan Ader?

„Juist performance is in dat opzicht interessant. Dan ga je op zoek binnen dat grensgebied waar ik het over heb. Zo gaf Abramovic in 2010 een performance in het MoMA in New York. Ze zat >> >> aan een tafel, mensen konden tegenover haar plaatsnemen om even in aanwezigheid van de kunstenaar te zijn. Wie tegenover haar ging zitten, maakte net zo goed deel uit van de performance als zij zelf. In mijn roman schrijf ik over een man die steeds weer terugkwam. Hij bestaat echt, hij ging elke dag weer tegenover haar zitten, een keer zeven uur lang en werd zo een soort celebrity. Opvallend was dat veel mensen die tegenover Abramovic plaatsnamen, geroerd werden. Dat is wat je van een kunstwerk zou willen.”

Spreekt een roman makkelijker voor zichzelf dan een beeldend kunstwerk?

„Ja absoluut.”

En ontroeren. Is dat met woorden makkelijker of moeilijker?

„Dat is sowieso moeilijk. Elke keer weer, merk ik dat het effect wantrouw. Ik wantrouw Abramovic trouwens ook. Romans worden veel sneller kitsch, denk ik, als ze echt op de emotie mikken. Maar tegelijkertijd schurken de mooiste romans daar tegenaan. Ik ben een grote fan van Oek de Jong. En ik weet niet of dit een belediging is, maar er is bij hem een dun lijntje naar de kitsch toe. Ik bewonder dat hij die scheidslijn opzoekt. Voor de tearjerker daarentegen heb ik weinig geduld. Dan voel ik te veel dat er iets op dat niveau wordt geforceerd. Met een boek van iemand als Griet Op de Beeck heb ik dus weinig geduld.”

Dat Minnie Panis religieus is, maakt dat deel uit van jouw zoektocht naar de grenzen tussen kunst en kitsch?

„Ik heb willen zoeken naar de vraag wanneer iets nog diep mystiek is en wanneer het onzin en kitsch wordt. Daarom heb ik bijvoorbeeld die scène met die Rituals-producten er in gestopt – dat is mystiek-doenerige kitsch.

„Ik ben door zeer atheïstische ouders opgevoed, terwijl mijn oma me een bijbel gaf. Religie heeft me altijd wel beziggehouden. Als schrijver zoek je analogieën en verbanden, dat is wat schrijven voor mij is. Misschien is dat specifiek iets van mij, je probeert wat te zeggen door een bepaald beeld te geven of iets te zeggen, een analogie bijvoorbeeld. Dat heeft toch met religie te maken, die bezigheid.”

Is het dan belangrijker een gevoel over te brengen dan een gedachte?

„Veel mensen zeiden dat De consequenties een denkboek is. Dat is waar, denk ik. Maar toch zou ik gevoel en gedachte niet willen scheiden. Het gaat vaak samen, je schrijft ook vanuit een bepaalde ontoereikendheid. Je probeert de basis weer te geven van de ervaring hoe het is om een mens te zijn, zoals Abramovic deed in die performance. Het is moeilijk om daar iets over te zeggen, omdat er – heel clichématig – geen woorden voor zijn. Als je dan toch over zo’n ervaring wilt schrijven, is dat lastig.”

Je bent een romantischer schrijver dan ik had ingeschat.

„Ik worstel een beetje met dat romantische, maar ik vind het wel heel belangrijk. Misschien word je hoe ouder, hoe romantischer – ik weet het niet.

„Tijdens mijn studie heb ik met een soort trechter al die filosofen erin gegoten gekregen, die zeiden dat er alleen maar taal is; het bekende riedeltje. Daar ben ik sterk door beïnvloed, terwijl er ook een soort haat-liefdeverhouding is ontstaan.

„Er wordt wel gezegd dat televisieseries de romans zijn van deze tijd, maar dan heb je volgens mij een heel negentiende-eeuws beeld van wat een roman is, een verhaal waar je in meegezogen wordt, karakters die je leert kennen. Ik wil juist romans lezen die niets anders kunnen zijn dan een roman. Als compliment krijg je dan te horen: ‘wat een filmisch boek’, maar ik wil geen filmisch boek. Ik denk dat het misschien wel meer dan ooit van belang is om duidelijk te maken waarom je de romanvorm kiest en niet een andere vorm. In de negentiende eeuw was het de enige manier om echt een verhaal te vertellen, en dat is nu gewoon niet meer zo.

„Zonder dat ik de hele tijd bezig ben met nieuwe media, vraag ik me toch vaak af: waarom is dit een roman? Het komt neer op stijl, en welk effect je daarmee kan bereiken. Ik kan het heel opwindend vinden als ik een roman lees: wauw, wat doet deze schrijver nu met taal?

„Wat Hilary Mantel doet in haar boek over Cromwell vind ik geniaal: een historische roman over de geschiedenis in de tegenwoordige tijd, het komt ‘bam’, naar je toe. In mijn volgende boek wil ik heel graag over liefde schrijven, en dat is voor mij, iemand die dat allemaal heel erg wantrouwt, interessant.”

Wat wantrouw je precies? De liefde of het schrijven daarover?

„Dat heel sentimentele – dat is een groot wantrouwen. Op de liefde zou ik trouwens ook niet blind varen. Ik zoek dingen op waarvan ik denk; hoe kun je hier in godsnaam mee wegkomen?”

Jouw personage maakt een ultiem kunstwerk, al mislukt dat. Wat nu?

„Er komt geen Consequenties II, als je dat bedoelt. Het is belangrijk dat ik niet weer een boek over een kunstenares ga schrijven.”

Ik bedoel: Minnie Pannis geeft zichzelf volledig als kunstwerk, terwijl jij als auteur op afstand blijft. Hoe ver ben jij bereid te gaan?

[Lachend]„Dus ik zou moeten ophouden met romans schrijven? Nee, wat me het meest interesseert is de clash tussen mezelf als classicist en romanticus – over dat onderscheid las ik in een briefwisseling tussen Frans Kellendonk (de classisist) en Oek de Jong (de romanticus). Ik wil uitzoeken waar de grens tussen die twee benaderingen ligt. Dus je hebt gelijk als het nadenken over kunst in mijn roman consequenties heeft gehad. Het is een uitdaging om uit te vinden wat voor soort schrijver je bent om dat dan vervolgens nooit klakkeloos aan te nemen. Dat gevecht moet je met elk boek, elk stuk opnieuw leveren.”

Hoe ziet dat gevecht eruit?

„Ik merk het soms al op zinsniveau. Dat ik een zin schrijf en dan denk: hé, dit is echt een zin van mij, dat moeten we niet hebben.”