Gastvrij én xenofoob Duitsland weet zich geen raad met asieltenten

Duitsland reageert zeer verdeeld op een aanhoudende grote stroom nieuwe asielzoekers. De Willkommenskultur stuit zeker in de oude DDR op vijandigheid, onhygiënische kampen en zelfs geweld.

Asielzoekers in Dresden verzamelen zich voor een protest tegen de povere omstandigheden in hun opvangcentrum. Foto Oliver Killig/AFP

Vanaf de straat is het kamp nauwelijks te zien. Alleen een geplastificeerd bordje ‘Donaties’ aan een boom en de drie politiebusjes op een bedrijventerrein in Dresden verraden de plaats achter de met witte lakens bespannen toegangspoort waar sinds negen dagen rond de duizend asielzoekers zijn ondergebracht. Potige beveiligers met tattoos, zonnebrillen en verticale sikjes bewaken de poort alsof het hier om een populaire club gaat. Achter hen zijn witte tenten van het Rode Kruis te zien, maar twee containers met sanitaire voorzieningen blokkeren het verdere zicht. De toegang is verboden.

Het tentenkamp in Dresden is in korte tijd uitgegroeid tot de schandvlek der natie. Een ontkenning van de zogeheten Will-kommenskultur die het Duitse opvangbeleid volgens de autoriteiten kenmerkt. De vluchtelingen in het kamp zagen zich direct na aankomst geconfronteerd met een woedende menigte rechts-extremisten die het kamp bekogelden met stenen en brulden dat „die buitenlanders moesten oprotten”.

Vervolgens braken er in het kamp gewelddadigheden uit tussen groepen vluchtelingen, omdat bij plaatsing geen rekening was gehouden met onderlinge gevoeligheden. En dit weekend waarschuwden medici van het academisch ziekenhuis van Dresden, die vrijwillig hulverlening aanbieden in het tentenkamp dat de „hygiënische omstandigheden zo slecht zijn dat er gevaar is voor het uitbreken van besmettelijke ziekten”.

De voorzitter van de vluchtelingenraad van Saksen beticht de deelstaatregering ervan een „humanitaire crisis te hebben geproduceerd, die anderen moeten oplossen terwijl wordt gedaan alsof die onvermijdelijk was”. Ook de burgemeester van Dresden, Dirk Hilbert, noemde de wijze waarop het bestuur van de deelstaat de opvang regelt in de Süddeutsche Zeitung „niet te accepteren”.

Dag en nacht bedden gebouwd

Een woordvoerder van het lokale Rode Kruis geeft toe dat er „nog veel verbeterd” kan worden aan de opvang. „Maar we doen wat we kunnen. Onze organisatie kreeg anderhalve week geleden het dringende verzoek binnen vierentwintig uur een kamp in te richten voor elfhonderd asielzoekers. Er is toen dag en nacht doorgewerkt en toen de eerste bussen arriveerden, waren onze hulpverleners nog bezig bedden te bouwen.”

Verantwoordelijk minister van Binnenlandse Zaken van Saksen, Markus Ulbig (CDU), heeft inmiddels bekendgemaakt dat de vluchtelingen nog voor de winter in containers zullen worden gehuisvest. Ook presenteerde hij plannen om binnen een jaar een heel nieuw centrum voor eerste opvang voor negenhonderd mensen te bouwen.

Dresden illustreert dat het Duitse opvangsysteem, net als in andere plaatsen in Europa, kreunt onder de in de afgelopen maanden snel toegenomen aantallen vluchtelingen. In heel Duitsland wordt in grote steden gewerkt aan noodverbanden om de stroom asielzoekers in goede banen te leiden. In Berlijn melden zich honderden mensen per dag. Ook in Hamburg zal een tentenkamp verrijzen, en worden op korte termijn meer dan duizend vluchtelingen ondergebracht in veilinghallen. Dit jaar worden in totaal bijna een half miljoen asielzoekers verwacht in Duitsland.

Bestuurders raken nu ook onderling in de clinch: premier Winfried Kretschmann (Groenen) van het rijke Baden-Württemberg vindt dat vluchtelingen gemakkelijk kunnen worden opgevangen in de vele leegstaande gebouwen in de voormalige DDR. De premiers van de oostelijke deelstaten hebben per kerende post laten weten dat de verdeling blijft zoals ze is en dat betekent een relatief geringer aantal asielzoekers in het oosten.

Der Spiegel schrijft een woedend commentaar over het ontstaan van „tentgetto’s” omdat lokale politici in het oosten onder grote druk van de rechts-extreme partij NPD en de xenofobe burgerbeweging Pegida geen fatsoenlijke huisvesting ter beschikking durven stellen. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat het geweld tegen onderkomens van vluchtelingen toeneemt. In de voorbije weken zijn opvanghuizen in stadjes in de buurt van Dresden in brand gestoken. De chef van de binnenlandse veiligheidsdienst heeft afgelopen week gewaarschuwd dat hij vreest dat het rechts-extreme geweld zo escaleert dat er doden gaan vallen.

Veel Duitsers kijken met afschuw naar het salonfähig worden van racistische leuzen en de om zich heen grijpende vreemdelingenhaat. De presentatrice van het politieke avondmagazine Panorama van de openbare omroep ARD oogstte vorige week veel bijval toen ze stelling nam tegen de verruwing en opriep tot een „opstand van de beschaafde mensen”. Maar ze kreeg ook een berg verwensingen en bedreigingen over zich heen op internet. Hetzelfde gebeurde met de gevierde (Tatort-)acteur en filmproducent Til Schweiger die vorige week in het nieuws kwam omdat hij met vrienden een opvangcentrum voor vluchtelingen gaat openen.

Het hoofd van de Saksische Centrale voor Politieke Vorming in Dresden, Frank Richter, ziet geen eenduidige oorzaak voor het feit dat vreemdelingenhaat juist in Oost-Duitsland zo gewelddadig is. Hij heeft sinds de opkomst vorige herfst van de verontrusteburgerbeweging Pegida in Dresden een dialoog op gang gebracht. Die heeft er volgens hem toe bijgedragen dat Pegida niet meer de massabeweging is die begin dit jaar nog tienduizenden burgers mobiliseerde. „Pegida is gekrompen, maar ook geradicaliseerd. En zij krijgen nu door de stijgende vluchtelingenaantallen een nieuwe impuls.”

Vergeten dat ze God zijn vergeten

De steun voor rechts-extreme denkbeelden in Saksen is volgens Richter mede een gevolg van de ondergang van de DDR. „De mensen moesten na 1989 leren dat hun hele wereldbeeld en al hun competenties niets waard waren. Er heerst hier een diep ethisch en geestelijk gebrek aan oriëntatie. Het land lijkt gesaneerd, maar dat is schijn. Het gaat erom wat in de hoofden zit. We zien uitbarstingen van haat, frustratie en opgekropte woede. De oorzaken zijn dus niet materieel maar psychologisch. Bovendien: de islam wordt als vijandig gezien omdat 80 procent van de mensen hier niet-religieus is. Ze zijn vergeten dat ze God vergeten zijn. Dat vreemdelingenhaat zich hier sterker manifesteert, is niet verwonderlijk. Men is banger voor iets wat men niet kent.”

Richter denkt dat de manier waarop bestuurders met de problemen omgaan kan bijdragen aan een oplossing. „Overal waar de verantwoordelijken offensief en transparant optreden, de burgers op voorhand informeren, loopt het goed. Maar als mensen voor voldongen feiten worden gesteld, zie je radicalisering en gevaarlijke toestanden.”

De aantallen vluchtelingen zullen toenemen, zegt hij, dus het is noodzakelijk dat politici onomwonden tegen de burgers zeggen dat het opnemen van vluchtelingen een verplichting is. Maar ook dat hiervoor een ordelijke procedure is, die inhoudt dat mensen die geen vluchteling zijn weer worden uitgezet. Mensen moeten begrijpen wat er gebeurt. „Het zal niet makkelijk gaan, want de mechanismen die ik in de microkosmos van de dorpen zie, werken ook op hogere bestuurlijke niveaus. Het gaat om egoïsme, zwartepietenspel en problemen afschuiven op anderen.”