Eindelijk weer douchen op de nachtboot naar Athene

De groep van Mazen hoort bij de 500 vluchtelingen die per dag aankomen op het Griekse Chios. Ze slapen buiten, het kamp zit vol. Voordeel van de chaos: ze krijgen sneller een uitwijzingsbevel en kunnen door naar Athene. Onze correspondent reist met de vluchtelingen mee, dit is deel 4 in zijn serie.

Op de boot naar Athene kunnen Mazen en de andere 112 vluchtelingen die met twee rubberen bootjes uit Turkije naar het Griekse Chios zijn gekomen, voor het eerst het zeewater uit hun kleren wassen. Foto Gert van Langendonck

Mazen is uitgeput. Zijn stem is schor van het roepen. Voor de duur van het verblijf op Chios is Mazen niet alleen de leider van de groep van 45 Syrische vluchtelingen met wie hij uit Turkije is vertrokken, maar van de in totaal 113 mensen die met hetzelfde ‘konvooi’ van twee rubberbootjes uit Turkije op het Griekse eiland zijn aangekomen.

Mazen overlegt met de politie, bedaart de gemoederen, vertaalt de bevelen: vrouwen en kinderen eerst, allemaal op een rij. Via een politieman heeft hij pizza laten aanvoeren uit een restaurant, vijfhonderd meter van de plek in de haven waar ze worden geregistreerd en moeten wachten op vervoer naar het asielcentrum in Mersinidi, 10 kilometer verderop.

De man van de kustwacht had niet overdreven toen hij eerder zei dat het ‘kamp’ waar de vluchtelingen zo graag naartoe wilden nog erger was dan deze triagezone op de kade.

Het centrum van Mersinidi heeft capaciteit voor 130 mensen. Maar de man van de kustwacht schat dat er nu elke dag zo’n 500 vluchtelingen aankomen. „Wij zijn hier echt niet op berekend”, zucht hij.

Van de ruim 124.000 vluchtelingen die Griekenland sinds januari binnenkwamen, belandden er 21.621 hier op Chios; bijna de helft daarvan in juli alleen.

De groep slaapt die nacht buiten: in de weinige tenten is geen plek. Het is koud, want het kamp ligt wat hoger in de bergen. Het is uitkijken voor slangen.

De mannen staan de hele nacht op wacht, want andere vluchtelingen zien hun ongesluierde vrouwen als een gemakkelijke prooi. Mazen schrijft met balpen in het Arabisch op de arm van zijn vrouw Yara: ‘Yara is getrouwd.’

De vluchtelingen willen in het kamp maar één ding: het ‘witte papier’. Dat is in feite een uitwijzingsbevel, maar het geeft de nieuwkomers wel dertig dagen de tijd om Griekenland te verlaten. Syriërs krijgen zes maanden. Zo lang hoeven ze niet bang te zijn om te worden gearresteerd.

De chaos in Griekenland heeft zijn voordelen. Tot voor kort duurde het enkele dagen tot een week om het 'witte papier' te krijgen. Onze groep heeft het de volgende middag al in handen.

De autoriteiten hier willen de vluchtelingen zo snel mogelijk weg hebben. Normaal moet er een foto op het papier. Maar ze hebben te horen gekregen dat ze dat maar in Athene moeten doen.

Al zingend zet de menigte zich in beweging, de berg af richting Chios-stad. De Grieken zetten bussen in, maar er zijn er te weinig en sommige vluchtelingen leggen de 10 kilometer te voet af.

Rond 23 uur gaat iedereen aan boord van de nachtboot naar Athene. Het is het enige geluksmoment op het traject tot nu toe. Acht uur lang zijn ze geen vluchtelingen, maar betalende passagiers op wat lijkt op een cruiseschip.

Wie het zich kan veroorloven, heeft 12 euro extra neergeteld voor een hut met douche, bovenop de 38 euro voor een economy class ticket. Het is de eerste keer sinds de oversteek vanuit Turkije twee dagen eerder dat zij zichzelf – en het zeewater uit hun kleren – kunnen wassen.

De boot zit stampvol met vluchtelingen; Grieken en toeristen zijn in de minderheid. Velen komen van heel ver. Een Afghaans meisje komt bedelen of ze mijn internet mag gebruiken. Zij en haar familie zijn al twee maanden onderweg. Ze vraagt of het moeilijk is om journalist te worden. Ook zij geniet van dit moment, al vindt ze het wat koud op de boot.

Het geluk zal van korte duur zijn. De volgende stap is Macedonië. Het verhaal doet de ronde dat ze daar niet snel zullen aankomen, dat duizenden vluchtelingen en migranten al dagenlang vastzitten aan de Griekse kant van de grens.