Dit kunnen we niet aan, zegt de kustwacht   

Elke dag arriveren op Chios 500 vluchtelingen. Het kamp zit vol, Mazens groep moet buiten slapen.

Op de boot naar Athene kunnen Mazen en de andere 112 vluchtelingen die met twee rubberen bootjes uit Turkije naar het Griekse Chios zijn gekomen, voor het eerst het zeewater uit hun kleren wassen. Foto Gert van Langendonck

Mazen (32) is uitgeput. Zijn stem is schor van het roepen. Voor de duur van het verblijf op het Griekse eiland Chios is Mazen niet alleen de leider van de eigen groep van 45 Syrische vluchtelingen, maar van de in totaal 113 mensen die met hetzelfde ‘konvooi’ van twee rubberbootjes uit Turkije zijn aangekomen.

Mazen overlegt met de politie, bedaart de gemoederen, vertaalt de bevelen: vrouwen en kinderen eerst, allemaal in de rij. Via een politieman heeft hij pizza laten aanvoeren uit een restaurant, vijfhonderd meter van de zone in de haven waar ze moesten wachten op vervoer naar het asielcentrum in Mersinidi, 10 kilometer verderop.

De man van de kustwacht had niet overdreven toen hij eerder zei dat het ‘kamp’ waar de vluchtelingen zo graag naartoe wilden nog erger was dan dat opvanggebied op de kade.

'Wij zijn hier echt niet op berekend'
Het centrum van Mersinidi heeft capaciteit voor 130 mensen. Naar schatting van de kustwacht komen er nu elke dag zo’n 500 vluchtelingen aan. „Wij zijn hier echt niet op berekend”, zucht hij. 

Van januari tot eind juli zijn in Griekenland volgens cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR al 124.278 asielzoekers gearriveerd. Daarvan belandden er 21.621 hier op Chios; bijna de helft daarvan in juli alleen.

Vrijdag sloeg UNHCR alarm over de „totale chaos” waarin de vluchtelingen op de Griekse eilanden worden opgevangen. De Griekse premier Tsipras reageerde door te zeggen dat zijn land de situatie niet de baas kan, gezien de economische crisis waarin Griekenland zich bevindt, en dat de EU meer moet doen.

De groep slaapt die nacht buiten: in de tenten is geen plek. Het is koud, want het kamp ligt wat hoger in de bergen. Er zijn slangen.

De mannen staan de hele nacht op wacht, want andere vluchtelingen zien hun ongesluierde vrouwen als een gemakkelijke prooi. Mazen schrijft met balpen in het Arabisch op de arm van zijn vrouw Yara: „Yara is getrouwd”. 

De vluchtelingen willen in het kamp maar één ding: het ‘witte papier’. Dat is in feite een uitwijzingsbevel, maar het geeft de nieuwkomers 30 dagen de tijd Griekenland te verlaten. Syriërs krijgen zes maanden. Zo lang hoeven ze niet bang te zijn gearresteerd te worden.

De chaos in Griekenland heeft zijn voordelen. De autoriteiten hier willen de vluchtelingen zo snel mogelijk weg hebben. Tot voor kort duurde het enkele dagen tot een week om het ‘witte papier’ te krijgen. Onze groep heeft het de volgende middag al.

Zingend zet de menigte zich in beweging, de berg af richting Chios-stad. De Grieken zetten bussen in, maar er zijn er te weinig en sommige vluchtelingen leggen de 10 kilometer te voet af.

Rond 23 uur gaat iedereen aan boord van de nachtboot naar Athene. Het is het enige geluksmoment op het traject tot nu toe. Acht uur lang zijn ze geen vluchtelingen, maar betalende passagiers op wat op een cruiseschip lijkt.

12 euro extra voor hut met douche
Wie het zich kan veroorloven, heeft 12 euro extra neergeteld voor een hut met douche, bovenop de 38 euro voor een economy class- ticket. Het is, sinds de oversteek uit Turkije twee dagen eerder, de eerste keer dat zij zich kunnen wassen.

De boot zit stampvol vluchtelingen. Grieken en toeristen zijn in de minderheid. velen komen van heel ver. Een Afghaans meisje vraagt of ze mijn wifi mag gebruiken. Zij en haar familie zijn al twee maanden onderweg. Ze vraagt of het moeilijk is om journalist te worden. Ook zij geniet van dit moment, al vindt ze het wat koud op de boot.

Het geluk zal van korte duur zijn. De volgende stap is Macedonië. Het verhaal doet de ronde dat ze daar niet snel zullen aankomen, dat duizenden vluchtelingen en migranten al dagenlang vastzitten aan de Griekse kant van de grens.