Bier moet je verdienen met studeren

Studeren moet sneller en met mentoren, cursussen, bijles en sancties op nietsdoen helpen studentenverenigingen daarbij.

Eerstejaarsstudenten van de Universiteit Leiden begonnen vanochtend dansend aan hun introductieweek. Foto David van Dam

Christiaan de Vries, medicijnstudent en praeses van het Leidse studentencorps, heeft zijn jasje uitgetrokken want het is zomers warm in de donkerhouten, met boeken gevulde leeszaal van de sociëteit Minerva.

Vroeger vloeide ook hier wel bier, op feesten en borrels. Maar dat is niet meer de bedoeling. Voortaan moet het er stil zijn. Er moet worden gestudeerd. De vloer is in de was gezet, op een plank staan alle boeken voor het eerste studiejaar voor medicijnen en de leestafel is klaar om de studerenden te ontvangen. Van andere grote studies komen ook de eerstejaarsboeken beschikbaar voor degenen die ze niet bij zich hebben.

Weliswaar is er in de leeszaal een bescheiden begin te zien van veertien studieplaatsen maar er komen totaal 26 plekken en laptopaansluitingen, verzekert De Vries. En als het heel druk wordt, kunnen er elders extra zalen worden geopend, voegt de assessor van het bestuur, Frédérique Richert (Rechten en China studies) daaraan toe. „Wij zijn langer open dan de universiteitsbibliotheek’’, zegt ze. En veel studenten studeren liever samen omdat ze alleen op hun kamer te veel worden afgeleid.

Studiehulp: dat is wat het corps te bieden heeft aan eerstejaars die zich zorgen maken over de druk van geld lenen en op tijd afstuderen. Hebben ze nog wel tijd voor gezelligheid, zeker nu dit jaar de basisbeurs is afgeschaft?

Dat vragen ook andere studentenverenigingen zich af als ze vanaf vandaag – om te beginnen in Leiden, Utrecht en Groningen – tijdens de introductieweken proberen leden te werven. Veel van hun sites citeren al onderzoek waaruit zou blijken dat leden van verenigingen dankzij een beter sociaal leven minder vaak uitvallen. Maar dat is niet genoeg. De verenigingen zijn hun leden ook steeds meer gaan helpen met hun studie. Mentoren, vakgroepen, speciale studieruimten, bijspijkercursussen. Bier moet zijn verdiend in de boeken.

Unitas in Amsterdam geeft tentamentrainingen en studiehulp, maar schakelt ook een bijlesinstituut in. Leden worden klaargestoomd voor sollicitatiegesprekken. Er zijn mentoren en leden studeren samen. Ook Veritas in Utrecht kent vakdisputen. Het Tilburgse St Olof organiseert bijles in de struikelvakken, zoals bijvoorbeeld statistiek. De Twentse vereniging Audentis heeft een apart kantoor in de binnenstad van Enschede betrokken. „Studieruimte De Bul’’. Het Groningse Albertus Magnus heeft studiegenootschappen en regelt in tentamentijd extra studieruimtes. De Delftse vereniging St Jansbrug biedt de eerstejaars een programma waarin ze onder leiding van een mentor leren om studie met een studentenleven te combineren.

Die laatste training is ontwikkeld in samenwerking met de universiteit van Delft. Er hoort zelfs een cursus time management bij. Dit allemaal om te laten zien dat je bij een studentenvereniging beter studeert.

Het Leidse studentencorps dwingt zijn leden ook met anciënniteit achter de boeken. De luxe stoelen aan het raam zijn niet langer bestemd voor ouderejaars maar voor degenen die hun propedeuse hebben gehaald. De prestatienorm is verschoven.

In de corpshuizen houden ouderejaars de eerstejaars niet meer van het werk met feestelijke verplichtingen maar grijpen ze in als ze slechte resultaten halen. De tentamenroosters worden bijgehouden en de jonge huisgenoten mogen niet meer mee naar de sociëteit tot ze weer de boeken oppakken en slagen.

Het corps heeft nu zes faculteiten, waarin studiegenoten elkaar kunnen ondersteunen. Medicijnen, rechten, sociale wetenschappen, wis- en natuurwetenschappen, biowetenschappen en economie en bedrijfskunde. Ouderejaars kunnen als mentor optreden maar tegen tentamentijd worden ook bijspijkercursussen ingekocht tegen een speciaal tarief. De extra klassen zitten vol, soms met wel dertig studenten.

Een kleine revolutie

Het mag een kleine revolutie genoemd worden. De Leidse Studenten Vereniging Minerva stond voor feesten, traditie en netwerken, zeker niet voor studie. Het corps stamt uit de tijd dat studeren nog een eliteactiviteit was. Maar met de grote aantallen afgestudeerden van nu is een goede baan niet meer vanzelfsprekend, ook voor ex-corpsleden, dus het is ook maar beter om er van het begin af aan de pas in te zetten.

De universiteit is ook schoolser geworden, zeker in het eerste jaar. De medicijnfaculteit van De Vries heeft één keer in de drie weken een tentamen dus het werk kan niet meer tot aan het einde van het semester worden uitgesteld.

Zelfs van evenementen in de kennismakingstijd (het mag allang geen ontgroening heten bij het Leidse corps) krijgen eerstejaars dispensatie voor belangrijke studieactiviteiten. Niets van wrijvingen met het universiteitsbestuur over excessen, waar elders nog wel eens sprake van is. De grote Leidse studentenverenigingen werken nu samen met het college van bestuur van de universiteit om de clubactiviteiten af te stemmen op het tentamenseizoen. „Het gaat erom dat ze hun bezigheden hier met hun studie kunnen combineren’’, zegt De Vries. „Ik word altijd smakelijk uitgelachen, als ik het aan reünisten vertel. Ze vinden het een grap. Maar als ik het uitleg, begrijpen ze het: voor een vereniging om nu te overleven, moet je kunnen garanderen dat ze goed studeren.”

De aanpassing werkt. Na een tijdelijke inzinking zit het Leidse corps in de lift, in 2010 280 en vorig jaar 373 nieuwe leden met een totaal van 1.600. Men hoopt dit jaar ook op een dergelijke aanwas.

Het totale aantal studenten in Nederland dat lid is van een vereniging is licht gegroeid maar heeft geen gelijke tred gehouden met de bijna verdubbeling van het aantal studenten in de afgelopen twintig jaar. Een magere zes procent van de ingeschreven studenten in Nederland is nog lid van een gezelligheidsvereniging.

Floris-Jan ter Bruggen, student bestuurskunde en voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen verwacht geen daling. Wel ziet hij dat de leden in de verenigingen minder actief worden.

Des te meer redenen om bij de studie te helpen. De onderlinge informatie-uitwisseling door verenigingsleden over tentamens op internet heeft direct resultaat. Op de site van het Tilburgse St Olof, de vereniging van Ter Bruggen, staan niet alleen college-aantekeningen en andere samenvattingen maar ook tentamens van de afgelopen jaren. De docent die hetzelfde tentamen later nog eens wil herhalen, is gewaarschuwd.