Waarom elke goede Nederlandse voetballer naar Engeland vertrekt

Foto AFP

Ze hebben elkaar nodig. Noem het wederzijdse afhankelijkheid tussen twee voetballanden. Engeland heeft de miljarden, Nederland de talenten.

Nooit eerder trokken de Engelse clubs zoveel geld uit voor Nederlandse spelers als deze zomer: 77,4 miljoen euro, zo blijkt uit een analyse op basis van cijfers van website transfermarkt.de. Dat bedrag kan nog fors oplopen – de transferperiode sluit pas over drie weken, en de wintertransfers later dit jaar kunnen de totaalsom nog verhogen.

De Engels-Nederlandse handelslijn is de afgelopen tien jaar altijd warm geweest – op een dipje na in 2011. Maar dit seizoen wordt een nieuwe standaard gezet. Zelfs de overstap naar het tweede niveau van Engeland, de Championship, is niet meer taboe. Zo verloor bekerwinnaar FC Groningen aanvoerder Maikel Kieftenbeld aan Birmingham City en spelverdeler Tjaronn Chery ging naar Queens Park Rangers. En dat terwijl Groningen dit seizoen verzekerd is van zes wedstrijden in de Europa League.

Vier verklaringen voor de recente Nederlandse uittocht naar Engeland.

1. De Nederlandse coaches

De verklaring is niet zo ingewikkeld, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen, wiens kantoor vijf Nederlandse Premier League-spelers begeleidt. Jansen noemt onder andere de inbreng van Nederlandse trainers in Engeland. Ronald Koeman bij Southampton, Louis van Gaal bij Manchester United en Dick Advocaat in Sunderland.

Plus Steve McClaren bij Newcastle United. Een Engelsman, maar door zijn verleden bij FC Twente gespitst op de eredivisie. Zijn ploeg telt vijf Nederlandse spelers. Hiervoor waren dat er maar vier in de gehele clubhistorie. “Trainers in Engeland hebben een grote invloed op spelers die komen”, zegt Piet Buter, een Nederlandse scout in dienst van Southampton.

“Koeman heeft een beslissend veto.”

Deze Nederlanders maakten dit seizoen al de overstap naar een Engelse club:

2. Jeugdig talent

Ook het hoge niveau van de jeugdopleidingen zijn een belangrijke reden, zegt zaakwaarnemer Jansen. De Nederlanders brachten in de jaren zeventig verlichting in het land van kick and rush. Tactiek en creativiteit werd aan het einde van dat decennium binnengehaald met de Nederlanders Frans Thijssen en Arnold Mühren, pioniers bij het modale Ipswich Town. “Het werd een team dat passte, destijds een sensatie. Het was voorbij met de lange ballen naar voren”, zegt de bekende Britse sportschrijver David Winner.

Velen volgden. Zoals Ruud Gullit (Chelsea), Ruud van Nistelrooij, Jaap Stam en Edwin van der Sar (allen Manchester United) en Robin van Persie (Arsenal en Man Utd). En natuurlijk niet te vergeten Dennis Bergkamp, die ‘boring, boring Arsenal’ vanaf midden jaren negentig liet swingen. Winner:

“Dat was voetbal van een andere planeet.”

3. De lage transferprijzen

Het Engelse vizier gaat snel richting Nederland vanwege de relatief lage transferprijzen, zegt de Hagenaar John van Zweden, deels eigenaar va Swansea City. De Premier League-club uit Wales kocht deze zomer geen Nederlandse speler, maar plukte wel de Zweedse doelman Kristoffer Nordfeldt weg bij SC Heerenveen. De Friese club wilde hem niet kwijt, maar kon de 850.000 euro niet laten liggen. Van Zweden:

“Voor een relatief klein bedrag hebben we één van de beste keepers van de eredivisie. Voor ons een prima reservedoelman.”

4. De gigantische tv-gelden

Gouden bergen liggen in het verschiet bij de Engelse clubs. Vanaf volgend seizoen zullen de tv-gelden bijna verdubbelen: in plaats van de huidige 1.35 miljard euro per jaar betalen de zenders Sky en BT dan gezamenlijk jaarlijks 2.29 miljard euro aan de Premier League, te verdelen over alle twintig clubs. ‘Laagvliegers’ hebben dan een groter budget dan, zeg, Ajax, als dat nu al niet het geval is.

“Het wordt zieker en zieker. Let maar op, in de winterstop krijgen we de heftigste transferperiode ooit”, zegt Van Zweden. “Geen club wil de boot missen. Daarom zullen clubs in degradatienood straks volop gaan spenderen, waarschijnlijk met geld dat ze door de tv-deal denken terug te verdienen.”

Zelfs de financiële kloof met het Championship is voor veel eredivisieclubs onoverbrugbaar. Bij FC Groningen ligt het maximale jaarsalaris rond de 300.000 euro. Geen vergoeding waar ze Kieftenbeld en Chery mee konden houden. Groningen-directeur Hans Nijland:

“In het het Championship gaan zij het vijf- of zesvoudige verdienen, natuurlijk maken ze dan die stap.”