Leuk, een huis erven in Frankrijk. Maar let wel even op het erfrecht

Foto iStock

Wie een huis heeft in, bijvoorbeeld, Frankrijk denkt er meestal niet aan: aan doodgaan. Toch loont het de moeite om daar eens bij stil te staan. Want wanneer dat gebeurt, krijgen de nabestaanden te maken met Frans erfrecht – en dat verschilt nogal van het Nederlandse.

Heeft in Nederland de langstlevende partner de meeste rechten, in Frankrijk en andere zuidelijker gelegen landen gaat de langstlevende níet per se voor de kinderen. Niet zo’n probleem als de familieband goed is, wel als dat niet het geval is. Of als de langstlevende partner de jongere, tweede echtgenote van de vader is die de kinderen misschien wel overleeft – waardoor zij het huis nooit erven.

Als in het testament niet is aangegeven welk erfrecht moet worden toegepast, dan bepaalt de rechter dat. Maar het is lang niet altijd duidelijk wanneer welk erfrecht van toepassing is.

Per 17 augustus komt er met de zogeheten Erfrechtverordening een einde aan de onduidelijkheid. De Erfrechtverordening bepaalt voor alle EU-landen (behalve het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken) welk recht van toepassing is bij de afhandeling van een internationale erfenis. En dat is het recht van het land waar de overledene zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ had of, als dat in het testament is aangegeven, het recht van zijn nationaliteit.

De verordening is belangrijk bij nalatenschappen waarbij een buitenlandse partner betrokken is, mensen zijn geëmigreerd of omdat er bezittingen in het buitenland zijn. Drie toepassingen van de nieuwe situatie:

1. Het echtpaar met een vakantiehuis in Frankrijk

Neem een echtpaar dat dertig jaar geleden een vakantiehuis kocht in Frankrijk. In hun testament staat dat alle bezittingen naar de langstlevende partner gaan, maar er is niets speciaals geregeld over het vakantiehuis. Als de man overlijdt, gaan alle bezittingen in Nederland inderdaad naar de moeder.

In de oude situatie zou het huis in Frankrijk onderworpen zijn aan het Frans erfrecht, dat bepaalt dat kinderen vóór de langstlevende partner gaan. In de nieuwe situatie zal Nederland als de ‘gewone verblijfplaats’ worden aangewezen, en dus het Nederlandse erfrecht van toepassing zijn.

2. De reiziger met camper en appartement in Nederland

Freek Schols, hoogleraar erfrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, noemt het voorbeeld van een Nederlander die een appartement in Den Haag heeft, maar negen maanden per jaar in een camper door Europa reist. In Hongarije overlijdt hij aan een hartstilstand. Schols:

“Ontbreekt in zijn testament de keuze voor het Nederlands erfrecht, dan zal de rechter vermoedelijk concluderen dat zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ Den Haag was: daar had hij een huis, kwam zijn post binnen, bankierde hij en stond hij ingeschreven.”

3. De Nederbelg met twee huizen waarover hij zijn tijd verdeelt

Wat ingewikkelder ligt het voor de Nederbelg die zes maanden per jaar in Nederland woonde om in de buurt van zijn (klein)kinderen en zijn golfclub te zijn, en de andere helft van het jaar in zijn Belgische huis verbleef, waar hij ook zijn bedrijf had en zijn sociale leven. Zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ is moeilijk vast te stellen.

Nu dreigt een juridisch geschil over de vaststelling van de gewone verblijfplaats tussen de kinderen uit zijn eerste huwelijk en zijn jongere echtgenote: de kinderen willen dat het Belgisch erfrecht wordt toegepast, waarmee zij veel meer grip krijgen op de nalatenschap. De echtgenote zal er alles aan doen om het Nederlands erfrecht te laten gelden, waarmee de kinderen de erfrechtelijke wachtkamer ingaan.