Waar zou je als mier gaan wonen

Deze zomer woont er een mierenkolonie in een maquette van Rotterdam. Waar zitten ze het liefst, welke ‘straten’ breken ze af? Zijn het soms net mensen?

Dertienhonderd Spaanse mieren krioelen in een uit zand opgetrokken maquette van de Rotterdamse binnenstad tussen twee glasplaten. Foto Studio 1:1

In het stadscentrum in Rotterdam waar je onder andere stadsexcursies kunt boeken, huizen sinds 20 juni honderden permanente bewoners. Kleine bewoners, dat wel.

Dertienhonderd Spaanse mieren krioelen in een uit zand opgetrokken maquette van de Rotterdamse binnenstad tussen twee enorme glasplaten. Het idee is van ontwerpbureau Studio 1:1, het is bedoeld als stadspromotie en gefinancierd met geld van de gemeente en Rotterdam Festivals. AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam, heeft geholpen bij de ‘bouw’ van de stad.

Het doel: kijken hoe mieren zich gedragen in de ‘stad’. Waar gaan ze zitten, waar trekken ze naartoe, in welke ‘wijken’ voelen ze zich thuis? De bedoeling is dat de kolonie de maquette verandert, verbouwt en opnieuw vormgeeft. Want dat doen mieren immers in zandhopen; ze bouwen hun eigen routes.

„De vergelijking met mensen is natuurlijk snel gemaakt”, vertelt Lucas Zoutendijk van het ontwerpbureau. „We spelen in onze concepten vaak met de natuur, we zijn zelf gefascineerd door hoe ecologische systemen zich verhouden tot de stad.”

De installatie is volgens Zoutendijk een mooi middel waarmee je iets kunt vertellen over je stad en de beleving ervan. „Daarbij is het ook een experiment waar we de lol van inzien.”

De bedoeling is dan ook niet om er een soort wetenschappelijke conclusies uit te gaan trekken of aan te verbinden; het is puur een object dat bedoeld is om bezoekers aan te zetten tot nadenken en praten over de openbare ruimte.

Het object was niet eenvoudig om te maken. De ontwerpers hebben eerst een mal van piepschuim van de stad gemaakt, vervolgens speciaal zandleem in de mal geperst met behulp van een föhn. Het geheel is aan het glas geplakt, waarna het piepschuim is weggebrand.

Als laatste zijn de glazen platen ertegenaan gezet. En dat alles natuurlijk volgens diervriendelijke arboregels; een mierendeskundige heeft advies gegeven.

De Spaanse mieren, een wat groter slag dan gewone mieren, zijn afkomstig van de Mierenboerderij, een Apeldoorns bedrijf dat mieren via een webshop voor de liefhebber verkoopt. Er is geen koningin, zegt Zoutendijk, dus er komen er niet meer bij.

Ze verbouwen de hele stad

De mieren zijn via een gaatje in het frame gelaten. In dat frame zitten ook capsules met suikerwater – dat dient als hun voedsel – en lege capsules waar de mieren hun afval in kwijt kunnen. „Maar het zijn heel eigengereide beestjes. Ze verzamelen hun afval ook op andere plekken, hebben we al gezien”, zegt Zoutendijk.

Hoe flink hebben ze Rotterdam al verbouwd, na een paar weken? „Het is al best vervormd. Mieren willen graag beschut wonen en je ziet dat ze daar hard mee bezig zijn. Ze hebben grote open stukken zoals de Coolsingel al helemaal dichtgegooid. En ze brengen nu stukjes zand van een woonblok allemaal naar één kant van het glas zodat het wat donkerder is.”

De bedoeling is dat het object er nog de komende maanden staat, de mieren kunnen zelf een paar maanden tot een jaar leven. Wat er daarna mee gebeurt weet Zoutendijk nog niet.

Hun kantoor zit aan de overkant, maar het honderd kilo zware object is daar niet zomaar naartoe te verplaatsen. Al zou het best leuk zijn op kantoor, denkt Zoutendijk: „De installatie ziet er steeds weer anders uit. Je blijft ernaar kijken.”