Vierde. En toch is ‘Kromo’ blij met haar vooruitgang

De Nederlandse sprintster valt buiten de medailles op de 100 vrij. Maar Kromowidjojo ligt op schema voor ‘Rio 2016’.

Na de WK gaan de oogkleppen weer op. Ranomi Kromowidjojo straalt nu al: twaalf maanden waarin ze zich alleen maar concentreert op de Olympische Spelen, het grootste feest dat ze kent in haar leven. Bij alles wat ze doet zal ze zich afvragen: ga ik hier harder van zwemmen? Ze zal het jaar hard nodig hebben: in de Kazan Arena viel de olympisch kampioene van Londen (2012) gisteren met een vierde plaats buiten de medailles op de 100 meter vrije slag.

Sinds haar dubbele goud van Londen werd Kromowidjojo (24) van verschillende kanten hard voorbij gezwommen: in eigen land door Femke Heemskerk, daarbuiten door de Zweedse Sarah Sjöström en twee Australische zusjes, Cate en Bronte Campbell. De jongste, Bronte (21), nam gisteren met een fabuleuze tijd (52,52) de wereldtitel op het koninginnenummer over van Cate (23), die als derde aantikte (52,82). Sjöström (52,70) wurmde zich tussen hen in.

Kromowidjojo (53,17) en Femke Heemskerk (53,58), opnieuw hevig teleurgesteld in zichzelf, werden vierde en vijfde. Maar terwijl Heemskerk mokkend ging uitzwemmen keek de Groningse met een brede lach de wereld in. Na een zware tijd met trainerswisselingen en privébeslommeringen heeft ze de zaak weer aardig op de rit bij coach Patrick Pearson. En medailles zijn in haar filosofie pas echt belangrijk op de Spelen. De rest is bijvangst. „Ik ben heel blij met mijn vierde plek. De topdrie is nu nog een stapje te ver. Maar ik heb ruim mijn beste seizoenstijd gezwommen, het komt echt weer in de buurt van mijn beste tijd ooit [52,75, red.]. Ik kan wel gaan mopperen dat ik vierde ben, maar ik ben blij met de vooruitgang.”

Vorig jaar sloeg ze nog de EK in Berlijn over om zichzelf ‘te resetten’. De leemte die in Eindhoven ontstond na het vertrek van Jacco Verhaeren, inmiddels uiterst succesvol als bondscoach van de Australische ploeg, is opgevuld, en Kromowidjojo zwemt weer met plezier. Zij is ervan overtuigd dat twaalf maanden genoeg is om het gat met de Zweeds-Australische concurrentie te dichten. „Ik heb nog wel wat jokertjes om in te zetten”, zei ze lachend. Wat ze bedoelt is een jaar lang leven voor de Spelen. De gedisciplineerde levensstijl die daarbij hoort liet ze na Londen bewust even vieren – het is niet eeuwig vol te houden. „Niet dat ik de laatste jaren een studentenleven heb geleid. Het zit meer in de kleine dingen, een pannenkoekje minder eten bijvoorbeeld. Dit is een heel mooi moment om met de besten van de wereld te racen, maar uiteindelijk gaat het voor mij om volgend jaar. Ik kan echt nog wel winst boeken, en dat zal ook wel moeten.”

Zondag heeft Kromowidjojo betere kansen op de 50 meter vrije slag, waarop ze haar wereldtitel van Barcelona (2013) verdedigt.

Het contrast met Heemskerk kon niet groter. Zij worstelt in Kazan al de hele week met zichzelf. Na haar dramatisch verlopen 200 meter-finale liep haar race ook vrijdag weer niet zoals ze had gehoopt: ze bleef bijna een seconde achter op de tijd die ze in april in Eindhoven had gezwommen (52,69). Gisteren had ze daarmee zilver gehaald. Maar juist op de individuele nummers gaat het bij haar mis. „Het was niet goed, ik kon het niet volhouden, ik ben er helemaal klaar mee. Het is gewoon klote. Ik voelde me goed, ik had er zin in. Ik kan wel allemaal theorieën gaan verzinnen, maar daar heb ik niks aan.”

Kromowidjojo en Heemskerk hopen de kloof voor Rio te dichten, maar de Campbell-zusjes en Sjöström hebben een jaar voor de Spelen een forse voorsprong. Dat het goud in de familie Campbell bleef was geen verrassing, wel dat Bronte haar eerste WK-finale meteen won.

Ze werden geboren in Malawi als dochters van Zuid-Afrikaanse ouders, voordat ze in 2001 naar Brisbane verhuisden. Daar worden de supertalenten sindsdien getraind door Simon Cusack. Alles doen ze samen – „als een Siamese tweeling”, zegt Bronte. Zelfs in de finale van hielpen ze elkaar. „Cate heeft me geholpen kalm te blijven. Ze is mijn talisman, maar eenmaal op het blok moet je het zelf doen.”