Vertel dit niet aan mama

Een onherbergzaam landschap, slechte wegen en bandieten die op de loer liggen. Voor sommigen dé garantie voor een geslaagde vakantie. „De guerrilla’s gedragen zich de laatste tijd keurig.”

Bergbeklimmers op ‘Paciencia’, een van de gevaarlijkste routes in de Alpen, op de noordwand van de Zwiterse Eiger. Foto Alex Buisse

De guerrilla’s gedragen zich de laatste tijd best keurig”, zegt Norman Howe zonder enige cynische ondertoon. Howe is een van de invloedrijkste reisbloggers van dit moment, en hij raadt Colombia aan als hét toeristenland van 2015. De Nederlandse rijksoverheid vindt het er een stuk minder veilig. Op haar website rijksoverheid.nl/reisadviezen heeft Colombia alle gevaarlijke kleuren van de regenboog: rood (blijf weg), oranje (alleen heengaan als het echt moet), geel (opletten, gevaar ligt op de loer). Slechts een heel klein gebied is groen (oké).

In The Financial Times stond onlangs een paginagroot reisverhaal met mooie foto’s van idyllische landschappen. De journalist was met zijn gezin gezellig naar Afghanistan afgereisd (volgens de rijksoverheid een knalrood land, zonder een greintje oranje). „Het was af en toe best eng”, schrijft hij, „maar best te doen, met net genoeg dreiging om het voor mijn zoons spannend te houden”. Zijn eindadvies: „Ga nu, voor het te laat is”. Waarmee hij bedoelt: voordat het er wellicht ooit veilig wordt en „de toeristenstroom op gang komt”. Want dat is wel het laatste dat de avontuurlijke reiziger wil.

Het lijkt erop dat reizen tegenwoordig vooral afzien moet zijn. Van alle kanten worden we bestookt met reisprogramma’s, reisverhalen en vakantiebeurzen waarbij avontuur (liefst met een mespuntje gevaar) wordt gepredikt als de nieuwe heilige graal. Een ticket kost tegenwoordig niks meer, en als zelfs Erica Terpstra in haar reisprogramma in Borneo op zoek gaat naar koppensnellers, wie ben jij dan om een weekje all-in op het strand te gaan liggen?

We raken langzamerhand door alle beelden in de media zo gewend aan moord en doodslag, aan epidemieën, terrorisme en wat al niet voor ellende, dat we het min of meer als onderdeel van ons bestaan zijn gaan beschouwen, zegt klinisch psycholoog Robert Bor die reisorganisaties en personeel van vliegmaatschappijen adviseert. „We raken gewend aan gevaar en besluiten, bewust of onbewust, dat we ons leven daar niet door laten inperken.” Hij spreekt over „de rekbare reizigers”, mensen die van alle risico’s op de hoogte zijn, maar toch hun grenzen verleggen en denken dat calamiteiten alleen andere mensen overkomen. Boudewijn Richel, organisator van de eerder dit jaar in Amsterdam gehouden Vakantiebeurs Bijzondere Reizen (‘Gezellig rondreizen door Nagorno Karabach, Echt Eens Iets Anders!’ – in de strijd om deze enclave vielen vorig jaar nog vijftien doden, maar een kniesoor die daar op let), verhaalt van zijn eigen trips vol luipaarden die op de loer liggen – „gelukkig ging hij niet tot de aanval over” – en onherbergzame gebieden – „In Siberië kom je niemand tegen, de wegen zijn slecht, het schiet niet op”. Je zou denken: allesbehalve een aanbeveling, maar voor veel reizigers is dit juist je van het.

Simon T. (hij wil anoniem blijven, omdat zijn moeder van niks weet), reisde dit jaar naar het noorden van Peru („Niks aan de hand toch, met Peru?”) en werd daar op de rivier in een wilde klopjacht achtervolgd en beschoten door bandieten. „Gelukkig ketsten de kogels af tegen de stalen romp en hadden we een sterkere motor waardoor we ze voorbleven.”

Simon reist al jaren buiten de gebaande paden. „Risico’s horen bij het leven”, zegt hij schokschouderend. „Ik wil overal heen waar geen Starbucks is.”

Zo’n bange moeder als die van Simon geldt als een verkoopargument. De Nederlandse reissite cultureroad.nl heeft als slogan: ‘Reizen naar plaatsen waarvan je moeder liever niet heeft dat je er naartoe gaat’. Ook untamedborders.com (slogans: ‘Feel Alive!’ en: ‘Things To Do Before You Die’) huldigt dat adagium. Wat dacht u van een stedentripje Mogadishu (dit jaar werden daar verscheidene hotels en restaurants opgeblazen) inclusief bodyguard (dat dan weer wel). Of een weekje Tsjaad (rood/oranje), Somalië (knalrood), of gewoon naar gebieden waar politiek niet zoveel aan de hand is, maar die, in de woorden van untamedborders-reisgids Jan Bakker wel „obscuur, ver, afgelegen en nagenoeg onbekend zijn”.

Clandestien skiën in Libanon

Avontuurlijk reizen slaat niet altijd op de politieke situatie, maar vaak ook op extremiteiten in de natuur. Clandestien skiën in Libanon, trektocht door Nepal op 8.000 meter hoogte, fietsen in Kirgizië, zeekajakken in Alaska. Zo klimt Jan Bakker bij voorkeur in het hooggebergte. Dit jaar verwacht hij zijn eerste kind, dus houdt hij zich even gedeisd, maar voor volgend jaar staat de ruim 7.000 meter hoge berg Noshaq in Afghanistan op het programma. Psychoanalyticus Manfred Kets de Vries (73) doet niet voor hem onder: hij houdt van jagen met de Inuit op de Noordpool, vliegvissen in Buiten-Mongolië, bergwandelen in Tadzjikistan. Hij trok door de Siberische taiga en het Pamirgebergte, ver weg van zijn dagelijkse bezigheden als hoogleraar klinisch leiderschap. Hij legt de oorzaak voor de stijgende hang naar extreme natuurtrips bij het urbanisme. „De mens is van nature een natuurmens”, zegt hij. De trek naar de steden is pas iets van de afgelopen tweehonderd jaar. „En de laatste decennia gaat die ontwikkeling in crescendo. We voelen dat we daar niet horen, dus volgen we een soort oer-instinct richting de wildernis.” Dat dat de mens goed doet, is volgens hem onlangs aangetoond door de Stanford Universiteit. Bij twee groepen mensen werden hersenscans gemaakt; de ene ging de natuur in, de andere wandelde langs een snelweg. Na negentig minuten bleek dat de bloedstroom naar de prefrontale cortex in de hersenen van de natuurgroep minder was geworden. De proefpersonen die in de natuur hadden gewandeld waren minder gaan piekeren dan de mensen die door de stad hadden gelopen. „De natuur scherpt je zintuigen, het helpt je leven te relativeren, het verlaagt de stress. Het zorgt letterlijk en figuurlijk voor een frisse wind”, zegt Kets de Vries.

Misschien wel handig om eerst een cursusje overleven te volgen. Door de populariteit van avontuurlijke reizen is ook daar een groot aanbod van. Avonturier en reisprogrammamaker Bear Grylls („luxury is for losers”) bestiert dertig cursuscentra in zes verschillende landen (China opent later dit jaar) waar reizigers leren overleven. Denk daarbij aan navigeren zonder kaart of kompas, waterfilteren, vuur maken zonder lucifers, eerste hulp bij een beenamputatie en wat te doen als er een wilde beer/haai/leeuw voor je neus opduikt. Er zijn zelfs cursussen voor het hele gezin – je kunt er immers niet vroeg genoeg mee beginnen.