‘Tijd voor een Uber voor de politiek’

Machthebbers raken hun invloed sneller kwijt dan ooit, zegt de econoom. Dat zorgt voor veel snellere vooruitgang, maar anarchie ligt op de loer: „Iedereen heeft een beetje macht, maar niemand kan meer ergens over beslissen.”

Moíses Naím: „De verbrokkeling van monopolies is een goed teken: goed voor vernieuwing.”

Begin januari dit jaar, ’s ochtends vroeg. Het leek Moisés Naím een behoorlijk normale dag te worden. Totdat hij op Twitter keek. „Ik zag meteen dat er iets heel raars aan de hand was”, zegt hij met Venezolaans accent, een springerige Spaanse tongval. „Ik was overspoeld met berichten over mijn boek: honderden, duizenden.”

Dat boek, The End of Power, was al bijna twee jaar oud. Waar kwam ineens al die heisa vandaan? „Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook, was een leesclubje begonnen. En mijn boek was het eerste dat hij uitkoos. Totaal onverwacht.” Meteen was de papieren editie vrijwel overal uitverkocht. En werd het boek alsnog een wereldwijde bestseller.

Naím is al langer een prominente opinieleider. De econoom was minister van Handel van Venezuela, bestuurslid van de Wereldbank in Washington en daarna veertien jaar hoofdredacteur van Foreign Policy, een gerenommeerd tijdschrift over internationale politiek. Hij schuift geregeld aan bij vergaderingen met machtige deelnemers uit bedrijfsleven en politiek, zoals het World Economic Forum in Davos en de Bilderbergconferenties. Macht is de rode draad in zijn carrière: soms oefent hij die uit, soms beschrijft hij die.

Naíms stelling is dat machthebbers hun positie makkelijker dan ooit kwijtraken aan nieuwe, opkomende, kleine machten. Zijn boek verscheen nog voordat de start-ups Uber en Airbnb in ongekend tempo uitgroeiden tot bedrijven met een waarde van tientallen miljarden, en ook voordat de tot dan onbekende beweging Islamitische Staat in enkele maanden een machtsfactor van betekenis wist te worden.

„Er staat dagelijks nieuws op de voorpagina’s dat mijn stelling bewijst. Let wel: ik zeg niet dat er geen macht meer is in de wereld. Het zou nogal dom zijn om niet in te zien dat Poetin, Google, JP Morgan en het Vaticaan heel machtig zijn. Ze zijn alleen veel beperkter in wat ze met die macht kunnen doen dan vroeger. Hun macht is veel vluchtiger.”

Volgens Moisés Naím komt de afbrokkeling van macht door drie grote revoluties die zich op langere termijn voltrekken, de ‘drie M’s’: Meer, Mobiliteit en Mentaliteit.

Ten eerste is er door technologische vooruitgang méér van alles: meer voedsel, meer gezondheid, meer welvaart. Mensen die ‘meer’ hebben, laten zich minder makkelijk vertellen wat ze moeten doen door een machthebber dan hele arme mensen, is zijn stelling.

Mobiliteit is ook spectaculair toegenomen: zowel fysieke mobiliteit, ook over grenzen heen, als virtuele mobiliteit, dankzij internet. Naím denkt dat mensen die makkelijker van het ene naar het andere land gaan lastiger te domineren zijn door een machthebber dan mensen die binnen de landsgrenzen blijven.

Bij de derde M, van mentaliteit, beschrijft Naím hoe burgers door deze ontwikkelingen steeds veeleisender worden jegens hun machthebbers, waardoor de druk op hen sterk is toegenomen.

Uw boek werd een bestseller doordat de oprichter van het grootste sociale netwerk ook nog een leesclub begon. Is dat niet juist het bewijs dat de macht van internetbedrijven groter is dan ooit?

„Nee, nee, nee, wacht, wacht, wacht. Stel je voor dat we dit gesprek tien jaar geleden hadden gehad. Dan hadden we het ook gehad over een IT-bedrijf dat almachtig was. Een octopus met tentakels overal, een monopolist, een veel te dominante factor: Microsoft. Tegenwoordig is het Facebook of Google dat misschien wordt gezien als alomtegenwoordig, alleswetend, als veel te machtig. Maar wacht, binnen tien jaar zit er weer iemand in een garage een algoritme te bedenken dat hun verdienmodel onderuit haalt.

„Het gaat om lange termijn, grote trends. Je moet niet kijken naar de momentopname van Facebook in 2015. Je moet kijken naar hoe technologieën en start-ups zich de laatste jaren ontwikkelen. Dan is het heel moeilijk voor te stellen dat Facebook zo dominant blijft als nu. Ik ben ervan overtuigd dat we allerlei nieuwe bedrijven en start-ups krijgen, die Facebook en Google veel minder machtig maken.”

Op internet worden bedrijven juist vaak praktisch monopolist in hun nichemarkt en blijven ze vervolgens lang machtig. Neem Google in zoekopdrachten, Facebook in sociale media.

„Die ontwikkeling is te jong om dat met die stelligheid te zeggen. Digitalisering brengt twee dingen teweeg die dat tegenspreken: ten eerste is het veel makkelijker om heel snel heel groot te worden. Om een miljard mensen te bereiken met een app, moest een bedrijf vroeger enorme investeringen doen. Dat hoeft nu niet meer. Ten tweede: bedrijven worden nu vaak meteen wereldwijd opgezet. Vroeger begon je in één land, dan ging je misschien naar buurlanden, dan werd je een multinational, en pas daarna werd je echt een mondiale speler. Dat is voorbij, en daardoor is concurreren met machtige bedrijven makkelijker dan ooit.”

Is het meer dan een hype, een tijdelijk rage over start-ups?

„Dit is geen hype, dit gebeurt al heel lang. Kijk naar de Fortune 500-lijst die elk jaar verschijnt met de grootste bedrijven van de wereld. De laatste decennia is daarin meer verandering gekomen dan ooit. Geen twijfel: de 500 grootste bedrijven hebben veel macht, maar de samenstelling van die 500 verandert constant.

„En dat is maar goed ook. Er is meer concurrentie, de drempels om mee te doen worden voor iedereen lager, individuen hebben veel meer kansen. De verbrokkeling van monopolies is een goed teken: goed voor vernieuwing. Denk maar aan Uber, dat op dit moment het grootste taxibedrijf ter wereld is en geen enkele auto bezit. Airbnb is de grootste hotelketen ter wereld en bezit geen enkel bed. En bedenk wie de mensen zijn die achter die bedrijven zitten. Vroeger waren dat vaak mensen die deel uitmaakten van het establishment, nu veel minder.”

Zo optimistisch als Moisés Naím is over de gevolgen voor de economie, zo bezorgd is hij over de gevolgen voor de politiek. Hij ziet het verval van macht namelijk ook in internationale betrekkingen, in oorlogen. In gewapende conflicten van de laatste decennia overwint volgens Naím steeds vaker de kleinste partij. Dat vergroot de instabiliteit. Bewegingen als Islamitische Staat bereiken sneller dan ooit een wereldwijd publiek. Volgens Naím komt de versplintering van het politieke landschap in veel landen ook door de drie M’s. Ook in Nederland nam het aantal politieke partijen de laatste decennia flink toe.

„Hoe gefragmenteerder de politiek, hoe beperkter politici zijn in wat ze kunnen doen. Dat zorgt voor anarchie, en dat is zeer zorgwekkend. Iedereen heeft een heel klein beetje macht, maar niemand kan meer ergens over beslissen. Dat zie je gebeuren: bij wereldwijde problemen lukt het vrijwel nooit om tot echte oplossingen te komen. Neem klimaatverandering, terrorisme, onlangs nog de Griekse schuldencrisis. Niemand heeft de macht om die zaken echt aan te pakken, er is te veel tegenwicht van andere machthebbers.”

Dat laat een belangrijke tekortkoming zien in de manier waarop democratieën zijn georganiseerd, zegt Naím. „De grote beslissingen worden genomen door politieke partijen die totaal in verval zijn. Terwijl er overal innovatie is. Alles verandert: hoe we werken, communiceren, eten, daten. Alleen de manier waarop we politieke beslissingen nemen, is al meer dan honderd jaar bijna hetzelfde. Dat is onhoudbaar.”

„Activisten, sociale bewegingen, niet-gouvernementele organisaties zijn veel succesvoller geworden dan politieke partijen om onderwerpen aan te dragen, mensen te engageren. Politieke partijen zijn allang niet meer het natuurlijke tehuis voor ideeën: de meeste mensen zien partijen als plekken waar carrièrepolitici en opportunisten heengaan. Als je jonge, ambitieuze mensen vraagt of ze liever bij een politieke partij gaan of zich aansluiten bij een hippe niet-gouvernementele organisatie of sociale beweging, zullen velen niet voor de politieke partij kiezen. En toch nemen partijen nog de beslissingen.”

Er zijn volgens Naím twee opties: politieke partijen zullen helemaal moeten verdwijnen, en worden vervangen door nieuwe structuren. Of ze slagen erin om zichzelf van binnenuit totaal te vernieuwen. Dat gaat erg lastig worden, denkt hij. „Er is duidelijk vraag naar vernieuwing. En waar vraag is, ontstaat aanbod. We staan echt aan het begin van een nieuw tijdperk in de manier waarop we onze democratie inrichten, dat kan niet anders. We hebben een Uber of Airbnb voor de politiek nodig, een radicale vernieuwing die de gevestigde orde opschudt.”

Steden en smartphones

Over hoe zo’n vernieuwing er uit moet komen te zien, is Naím niet erg concreet. „Er is niet één hapklare slogan die dat samenvat. Maar er is wel degelijk van alles aan het borrelen. Kijk naar wat er in steden gebeurt. Daar worden al heel veel beslissingen genomen buiten de nationale politiek om. Steden krijgen steeds meer macht en invloed op het leven van hun inwoners; er zijn veel economen en politicologen die meer politieke invloed voor steden voorspellen.

„En kijk bijvoorbeeld naar experimenten met nieuwe technologieën om burgers te raadplegen of inspraak te geven. Via de smartphone ontstaan daar allerlei nieuwe manieren voor. Maar er is nog geen ontwrichtende doorbraak, geen algoritme dat het probleem oplost. Het kan niet anders dan dat er binnenkort iets groots gebeurt op dit gebied.”

Naím is over het geheel genomen optimistisch. „De trends die ik beschrijf zorgen voor een wereld met veel meer kansen voor mensen die historisch gezien vaak werden achtergesteld, een wereld die veel minder fijn is voor dictators en monopolisten. Vernieuwende mensen kunnen veel meer voor elkaar krijgen, en dat is enorme vooruitgang.”

Behalve dus, betoogt Naím, in de politiek. „Daar moeten we echt snel aan werken.”