Tegen de cultuur met lange tenen

Is het niet veel te mooi weer om over de Grondwet te lezen? Nee! We moeten goed weten wat onze grondrechten zijn, schrijft Sebastien Valkenberg in een pleidooi tegen slordig denken en lange tenen.

Illustratie: Sergei Elkin

Officieel is de Grondwet de hoogste Nederlandse wet. In onze grondrechten komen de kernwaarden van onze samenleving tot uitdrukking. Herstel: dat zouden ze moeten doen. De praktijk laat anders zien en dan doel ik er niet op dat vrijwel niemand de grondrechten uit zijn hoofd kent. Veel schadelijker is dat hun betekenis in de loop van de tijd is gaan schuiven zodat hun eigenlijk betekenis verloren dreigt te gaan.

Onlangs was het weer raak. Iemand twitterde een passage uit een geschiedenisboek dat zijn dochter op school gebruikt. „In Nederland hebben we nu wel het recht op vrije meningsuiting”, viel in het boek te lezen. „Wij mogen schrijven en zeggen wat we willen. […] Maar we mogen geen mensen kwetsen met onze mening. Want volgens artikel 1 van de grondwet mag je niet discrimineren.”

Artikel 1 als schild tegen meningen die je als kwetsend ervaart. Satirici, polemisten en grappenmakers kunnen zich schrap zetten. Na ‘Charlie Hebdo’ hebben verschillende cabaretiers – Paul de Leeuw, Youp van ’t Hek – aangegeven zich in te houden op het toneel. Moeten ze behalve het kromzwaard voortaan ook het gelijkheidsbeginsel vrezen?

Wellicht is hier sprake van een bezweringsformule, bedoeld om maatschappelijke frictie in de kiem te smoren. Hoe dan ook heeft ze niets meer van doen met het daadwerkelijke artikel in de Grondwet. Dat gaat – niet overbodig om nog maar eens in herinnering te roepen – over gelijke behandeling van ‘allen die zich in Nederland bevinden’.

Natuurlijk kun je de kwestie afdoen als een ongelukkige verschrijving. Inmiddels heeft ThiemeMeulenhoff, de uitgever van het schoolboek, al laten weten de tekst aan te zullen passen, maar dat stelt nauwelijks gerust. De vraag blijft hoe de passage in haar huidige vorm überhaupt in het boek heeft kunnen belanden. Was er geen redactieraad om deze uitglijder te voorkomen? Of was die er wel, maar zag die – nog erger – er geen aanleiding in om de persen stil te zetten?

Soms zijn grote woorden onvermijdelijk. Als een samenleving niet meer weet wat haar kernwaarden inhouden, heet dat decadentie. De schade is extra groot omdat het hier een schoolboek betreft. Aan de hand hiervan onderwijst de ene generatie de andere. Kennelijk wordt leerlingen aangeleerd dat je het allereerste grondwetsartikel gebruikt tegen allerhande grieven.

Wat voor een samenleving krijg je als kinderen, de burgers van morgen, dit onderricht krijgen? Een overgevoelige samenleving, valt te vrezen. Waarom zou je nog leren incasseren als iemand iets zegt wat slecht op de maag ligt? Je kunt hem ook een toontje lager laten zingen met de Grondwet in de hand. Dat wil zeggen: met de geperverteerde versie van de eigenlijke Grondwet.

Niet alleen het gelijkheidsbeginsel heeft een metamorfose ondergaan. Vermoedelijk nog vaker wordt de vrijheid van godsdienst ingezet als immuniseringsstrategie. Maar eerst de wet zoals die daadwerkelijk is opgeschreven, in artikel 6 van onze Grondwet. ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’

Tot zover de wet naar de letter. In de praktijk is zij een heel eigen leven gaan leiden. Opnieuw wordt het tere gemoed tot het doorslaggevende criterium gemaakt. Van iemands godsdienst moet je afblijven of deze dient tenminste met de allergrootste omzichtigheid worden behandeld, is de interpretatie die zich heeft losgezongen van het wetboek.

Hoe verrassend is de populariteit van deze interpretatie als zelfs de hoogste autoriteit van de rooms-katholieke kerk er zo over denkt? Je zou denken dat paus Franciscus juist van dit recht weet wat het behelst. De Nederlandse Grondwet zal hij niet kennen, maar artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt nagenoeg hetzelfde. Iedereen heeft de vrijheid om godshuizen te bouwen en invulling te geven aan zijn geloof, mits het binnen de grenzen van de wet gebeurt. Het is de paus niet genoeg, bleek vrij recent.

„Ik geloof dat godsdienstvrijheid en vrije meningsuiting fundamentele rechten zijn”, reageerde hij in januari nadat de redactie van Charlie Hebdo was uitgemoord. Zo fundamenteel vond de paus het tweede recht bij nader inzien niet, want hij ging verder: „De waarheid dat ieder het recht heeft zijn godsdienst te beoefenen, zonder beledigd te worden, vrij, mag men niet wegsteken.”

Het recht om niet beledigd te worden: van gelovigen kun je nog begrijpen dat ze er zo over denken. Ze zijn zogezegd belanghebbenden. Maar dat geldt niet voor sociaal-democraten en toch gaan ook zij slordig om met begrippen die zorgvuldigheid vereisen.

Vorig najaar ging het in de Eerste Kamer over bescherming van gelovigen tegen belediging. Het beruchte artikel 147 was inmiddels geschrapt, maar of daar geen substituut voor moest komen, was de vraag die opkwam. Handenwrijvend blikte PvdA- senator Nico Schrijver vooruit op het debat in dagblad Trouw (8 september 2014). „Ah, praten over godsdienstvrijheid,” zei hij. „Een prachtig recht!”

Weer die rare veronderstelling dat de godsdienstvrijheid er is om gelovigen te ontzien. De omkering aller waarden had nauwelijks completer kunnen zijn. In hun eigenlijke betekenis creëren grondrechten een publieke ruimte waar burgers hun zegje mogen doen of zich anderszins kunnen uiten. In hun geperverteerde vorm maken ze iemands mogelijke gekwetstheid tot toetssteen. Zo krijg je een publieke ruimte waarvan de lengte van tenen bepaald hoe groot die is. Of hoe klein, is hier een rakere typering.

De oplossing staat in de geschiedenisboeken, hoewel misschien niet die van ThiemeMeulenhoff. Maar je zou daar het motto van de Renaissance in moeten aantreffen. Ad fontes, was destijds het devies. In het Nederlands: terug naar de bron. Hoewel al eeuwen oud heeft het ideaal nog niets aan zeggingskracht ingeboet. Pak de Grondwet er eens bij. Het voorkomt dat onze kernwaarden op drift raken.