Stel jezelf de juiste waarom-vragen

Onverbiddelijk dringt de vraag zich tijdens de vakantie op. Waarom? Waarom is het lastig om te genieten van een paar dagen vrij? Waarom werk ik de rest van het jaar zo hard? Waarom heb ik geen zin om weer aan de slag te gaan?

Dit jaar vermijd ik deze waarom-vragen echter zoveel mogelijk. Waarom? Omdat ze volgens psychologen meestal niets opleveren. Of zelfs negatieve effecten hebben.

Even vooraf. Waarom-vragen heb je in allerlei soorten. In de managementliteratuur woedt er sinds het verschijnen van het boek Start with Why van Simon Sinek in 2009, een ware waarom-hype. Bedrijven moeten terug naar de kern, naar hun bedoeling, is het centrale betoog. Vraag je eerst af waarom je er eigenlijk bent. En kijk pas daarna of er nog regels, procedures of andere managementhobby’s nodig zijn. Niets mis met dit type waarom-vraag.

Daarnaast heb je de aanhangers van het Japanse kwaliteitsdenken die graag vijf keer op rij de waarom-vraag stellen om problemen te analyseren (Waarom start de auto niet? De accu is leeg. Waarom is de accu leeg? Enzovoort...). Ingenieurs zijn dol op deze van Toyota afkomstige ‘Five Whys’-methode. Handig en meestal volkomen ongevaarlijk.

Maar vaak heeft de waarom-vraag een andere functie. Namelijk het achterhalen van de motieven achter menselijk gedrag: waarom doe ik X? Waarom voel ik Y? En in deze gevallen blijkt de vraag een stuk minder nuttig.

Volgens neurologen leidt het woord ‘waarom’ vaak tot defensieve reacties in ons brein. We willen ons rechtvaardigen: ‘Waarom werk ik zo hard? Nou dat lijkt me logisch! Omdat jullie zulke dure vakanties willen.’

Bovendien: wanneer we een bepaalde oorzaak-gevolgredenering herhalen, door het telkens weer stellen van de waarom-vraag, wordt het steeds moeilijker om nog op andere gedachten te komen. Oefening baart namelijk kunst, ook bij mentale zelfverdediging. Door telkens het zelfde pad te nemen, maken we van een geïmproviseerde wandelroute met hindernissen uiteindelijk een geasfalteerde hoofdweg in ons brein. Het resultaat is dat we – in plaats van te komen tot nieuwe, creatieve gedachten – onszelf steeds verder ingraven in improductieve denkpatronen. Tijdens een vakantie heb je daar ook nog eens alle tijd en gelegenheid voor.

Dan is er nog een probleem. Veel van onze oorzaak-gevolgredeneringen zijn niet meer dan mooi klinkende verzinsels. Ons brein is niet primair geïnteresseerd in echte causale relaties of uitgebreid kritisch zelfonderzoek. Een verhaal dat voldoende aannemelijk klinkt om je gerust te stellen is genoeg.

Dat kan ook niet anders. Omdat verreweg de meeste van onze keuzes en handelingen onbewust tot stand komen en we in die gevallen geen toegang hebben tot de werkelijke oorzaken ervan, kunnen we niet veel meer dan het verzinnen van verhalen die in onze cultuur, onze waarneming of in ons zelfbeeld aannemelijk klinken. Waarom-vragen leiden daarmee vooral tot fabels om je fijn te voelen. Of iets minder vervelend.

Wat helpt? Kennis. Een beetje kennis van psychologie kan ons beschermen tegen al te grotesk zelfbedrog. Wat ook helpt zijn betere vragen. Bijvoorbeeld vragen die ons eigen denken ter discussie stellen: waarom denk ik wat ik denk? Hoe zou het zijn wanneer ik iets anders zou denken? Ook nuttig: vragen die gaan over plannen. Wat zou ik anders willen doen na de vakantie? Wat zijn manieren om te zorgen dat dit lukt? Of – als dit allemaal niet helpt – jezelf afleiden en de dagen tellen tot je weer aan het werk mag.