Mr. Corporate Governance zwaait af

Als iemand kon bepalen of Delta Lloyd goed of fout zat, was het wel hun president-commissaris. Die geldt als dé autoriteit.

Jean Frijns vertrekt als president-commissaris van Delta Lloyd na nederlaag bij de rechter. Foto Hollandse Hoogte

De voornaamste reden waarom velen verbaasd zijn dat Delta Lloyd de rechtszaak tegen De Nederlandsche Bank heeft verloren: het was Jean Frijns die de zaak was begonnen. Als hij het nodig vindt, dan zal hij wel gelijk hebben, was de algemene aanname in de financiële wereld. Maar het liep anders.

Maandag maakte Frijns (67) bekend dat hij per 1 oktober vertrekt als president-commissaris van Delta Lloyd, een positie die hij pas anderhalf jaar bekleedt. Enkele dagen eerder oordeelde de rechtbank dat de boete van bijna 23 miljoen euro die DNB vorig jaar aan Delta Lloyd had opgelegd wegens het handelen op basis van vertrouwelijke informatie terecht was. Financieel directeur Emiel Roozen, die in verband hiermee van DNB moest vertrekken, mocht van de rechter voorlopig blijven: de toezichthouder moest die kwestie opnieuw beoordelen. Roozen hield de eer echter aan zichzelf en vertrok meteen. Dat maakte DNB’s overwinning totaal.

Het was nog niet eerder gebeurd dat een zo grote financiële instelling het opnam tegen de machtige toezichthouder. Frijns, met achter zich de hele raad van commissarissen, nam de stap omdat hij de maatregelen van DNB disproportioneel vond. Ja, er waren fouten gemaakt bij de bewuste transacties, maar die waren niet zo ernstig als DNB stelde en bovendien had de raad al maatregelen getroffen.

Het is niet vreemd dat de buitenwereld zoveel waarde hechtte aan Frijns’ beoordelingsvermogen. De econometrist, opgegroeid in Heerlen en in 1971 afgestudeerd in Tilburg, is een van de grootste deskundigen op het gebied van goed bestuur. Wie in de recente geschiedenis duikt, struikelt over de commissies die zijn naam dragen.

Uiterst behoedzaam

Van 2005 tot en met 2009 leidde Frijns de commissie die toezicht hield op de implementatie van de code-Tabaksblat door het bedrijfsleven. Daarna volgde een adviescommissie voor de minister van Sociale Zaken over risicobeheer door pensioenfondsen, en in 2013 evalueerde hij met Rein Jan Hoekstra het optreden van DNB en het ministerie van Financiën bij de nationalisatie van SNS Reaal. Als deze Mr. Corporate Governance zegt dat de sancties tegen Delta Lloyd te ver gingen, dan zal dat wel dus waar zijn.

Wat ook meespeelt: Frijns is er de man niet naar om overhaaste of emotionele besluiten te nemen. „Hij is een uitermate behoedzaam en bedachtzaam mens”, zegt Jos Streppel, oud-studiegenoot en voormalig financieel directeur van Aegon. „Hij is beheerst en hoeft niet altijd gelijk te hebben. Het is geen agressieve man die gedacht heeft: nu ga ik DNB eens bestoken.”

Streppel kent Frijns nog als de actievoerder met lang, zwart haar die eind jaren zestig een van de leiders van het studentenprotest op de universiteit was. „De intelligente studenten kozen voor macro-economie, de anderen voor bedrijfseconomie. Jean was een vooraanstaande student macro-economie.”

Hij was een van de gematigden in het protest, zegt zijn voormalig hoogleraar, Theo van de Klundert. „Een duidelijke leider. Niet in de charismatische zin, maar in de intellectuele.” Van de Klundert betreurt het nog altijd dat Frijns het hoogleraarschap net is misgelopen. „Waarschijnlijk had hij naar de mening van sommige belanghebbenden een te kritische geest.”

In 1980 vertrok Frijns naar het Centraal Planbureau, waar hij het tot vice-directeur bracht. Daarna werkte hij bij pensioenfonds ABP, uiteindelijk als hoofd beleggingen. In 1995 werd hij bijzonder hoogleraar beleggingsleer aan de VU. Ervaringen die hem geschikt maakten als president-commissaris bij Delta Lloyd.

Stevige commissaris

Daar trof Frijns een sterke, zelfverzekerde raad van bestuur, waar een stevige raad van commissarissen tegenover hoort te staan. Volgens Kees Cools, partner bij consultancy Strategy& en hoogleraar corporate finance and governance, is Frijns niet bang om de waarheid te zeggen. „We zijn eens beiden spreker geweest op een bijeenkomst met een dertigtal CEO’s van grote beursfondsen. Toen schroomde hij niet om erop te wijzen dat CEO’s vaak een eigengereide, narcistische persoonlijkheid hebben.” Frijns is er de figuur niet naar om zich door anderen te laten meeslepen in zo’n rechtszaak, meent Cools.

Dat Delta Lloyd heeft verloren, heeft Frijns niet of maar weinig beschadigd, vindt Streppel. „Je kunt hem nu verwijten dat hij een inschattingsfout heeft gemaakt wat de boete betreft. Maar het is goed dat die zaak er geweest is. De toezichtsregels bestaan uit een hoop open normen. Dan komt er altijd een moment waarop de invulling getest moet worden. Het zou alleen fijner zijn geweest als Delta Lloyd en DNB in vriendschap naar de rechter hadden kunnen stappen, in plaats van in conflict.”

Het typeert Frijns juist dat hij altijd op zoek is naar harmonie, zegt Nanno Kleiterp, directeur van ontwikkelingsbank FMO, waar Frijns ook president-commissaris is. „Hij is de laatste die het conflict aangaat. Het gaat hem ook niet om hemzelf, maar om het bedrijfsbelang.”

Hoogleraar Van de Klundert: „Ik kan me goed voorstellen dat Frijns de zaak is begonnen. Niemand controleert de toezichthouder. Er is sprake van een democratisch tekort.” Veel mensen uit de financiële wereld vonden het stiekem wel mooi dat iemand als Frijns opstond tegen DNB, zegt hoogleraar Cools. Met reputatieschade valt het dus wel mee, denkt hij.

Dat Frijns niet tegen de uitspraak van de rechtbank in beroep gaat, wordt gezien als het tonen van karakter. Hij heeft de rechter om een onafhankelijk oordeel gevraagd, en legt zich daar nu bij neer. Het mag tragisch zijn dat Frijns moet vertrekken terwijl hij juist altijd op zoek is naar harmonie, zegt Cools. „Maar Frijns is niet zo gehecht aan het pluche. De buitenwereld vindt het waarschijnlijk tragischer dan hijzelf.”