Column

‘Arnhem until I die’

Donderdag kwam het Europees voetbal naar Arnhem in de vorm van het FC Southampton van Ronald Koeman. Behalve Vitesse-trainer Peter Bosz was er niemand die na de heenwedstrijd – een 3-0 nederlaag - dacht dat Vitesse een serieuze kans maakte. Bleef over ‘de Europacupsfeer’.

Iedere stad heeft z’n eigen legertje debielen en kanslozen. Die van Arnhem hadden zich op de Korenmarkt verzameld waar ze rond etenstijd besloten om met een mannetje of zestig met terrasmeubilair een ander groepje aan te vallen.

‘Nep-Engelsen’, van wie werd gezegd dat ze niet uit Engeland maar uit Rotterdam kwamen.

Wij zaten zojuist op het terras bij Pizzeria Pinoccio, waar de eigenaar vlug alle bestek en het mandje stokbrood met kruidenboter van ons tafeltje griste.

Tien minuten later bestond het terras niet meer.

Het was lang geleden dat ik zinloos geweld had bijgewoond, maar de gevolgen vielen alleszins mee. Behalve een agent met een schram waren er nul gewonden.

In de jaren negentig was er na zo’n incident waarschijnlijk gesproken over ‘een rustige avond’, in 2015 was het een dag later de opening van De Gelderlander.

Er was verbazing.

De vlak na de aanval hard gezongen tekst ‘Arnhem, until I die’ vond ik humoristisch, al was het waarschijnlijk dreigend bedoeld.

Trots aankondigen dat je tot je dood blijft waar je bent sprak niet van een hoog ambitieniveau.

Veel zinlozer werd het die avond niet.

Of het moest het bestaan van de gemiddelde Southampton-supporters zijn. Het waren er zo’n tweeduizend.

De Engelse voetbalsupporter was beslist geen hooligan meer. Goedwillende hansworsten waren het.

Ze hadden zich van gemeentewege – ze hadden een eigen plein met kroegen toegewezen gekregen – dronken laten voeren en waggelden door de stad. De meesten hadden de grootste moeite stadion Gelredome überhaupt te bereiken.

Ze zwalkten over de brug, lagen in hun rood-wit gestreepte shirts in het gras naast de weg in hun eigen braaksel en waren, toen ze uiteindelijk opgesloten waren in hun kooi van plexiglas in het stadion, nog net in staat om een keer of vijf het clublied ‘When the saints go marching in’ aan te heffen.

Je kon daar van alles van vinden, bijvoorbeeld dat het typisch Nederlands was om te besluiten dat het voor de veiligheid het beste was dat zij wel en gewone toeschouwers geen alcohol mochten drinken, maar je kon ook denken dat Arnhem voor deze Engelsen waarschijnlijk een echt Europees avontuur was.