Leuk, een huis erven in Frankrijk

Wie erft het vakantiehuis? De partner, volgens Nederlands erfrecht. Maar volgens buitenlands recht zijn dat de kinderen. Dat kan problemen geven. Nieuwe regels maken het nu makkelijker.

Illustratie XF&M illustratie xf&m

Wie een huis heeft in, bijvoorbeeld, Frankrijk denkt er meestal niet aan: aan doodgaan. Toch loont het de moeite om daar eens bij stil te staan. Want wanneer dat gebeurt, krijgen de nabestaanden te maken met Frans erfrecht – en dat verschilt nogal van het Nederlandse. Heeft in Nederland de langstlevende partner de meeste rechten, in Frankrijk en andere zuidelijker gelegen landen gaat de langstlevende níet per se voor de kinderen. En dat kan voor akelige conflicten zorgen. Als in het testament niet is aangegeven welk erfrecht moet worden toegepast, dan bepaalt de rechter dat.

Neem een echtpaar dat dertig jaar geleden een huis kocht in Frankrijk. In hun testament staat dat alle bezittingen naar de langstlevende partner gaan, maar er is niets speciaals geregeld over het vakantiehuis. Als de man overlijdt, gaan alle bezittingen in Nederland inderdaad naar de moeder. Maar het huis in Frankrijk is onderworpen aan Frans erfrecht, dat bepaalt dat kinderen vóór de langstlevende partner gaan. Zij moet nu haar kinderen lief aankijken of zij de volledige zeggenschap over het huis mag houden. Niet zo’n probleem als de band goed is, wel als dat niet het geval is. Of als de langstlevende partner de jongere, tweede echtgenote van vader is die de kinderen misschien wel overleeft – waardoor zij het huis nooit erven.

Makkelijker en goedkoper

Nu komt er een einde aan veel onduidelijkheid: per 17 augustus wordt de zogeheten Erfrechtverordening van kracht. Die bepaalt voor alle EU-landen (behalve het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken) welk recht van toepassing is bij de afhandeling van een internationale erfenis. En dat is het recht van het land waar de overledene zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ had of, als dat in het testament is aangegeven, het recht van zijn nationaliteit.

„Deze verordening geeft duidelijkheid”, aldus Nora van Oostrom van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. „Je hoeft niet allerlei rechtsstelsels uit te pluizen en geen extra buitenlandse testamenten meer te maken.” De verordening is belangrijk bij nalatenschappen waarbij meerdere landen betrokken zijn, zegt Van Oostrom. Bijvoorbeeld omdat er een buitenlandse partner is, mensen zijn geëmigreerd of omdat er bezittingen in het buitenland zijn.

Nalatenschappen met een internationale component zullen makkelijker, sneller en goedkoper afgehandeld kunnen worden, verwacht Monique Rombouts van Frankrijknotaris.nl en notaris bij Van Gogh Notarissen en Adviseurs in Zundert en Rucphen. „De afhandeling van een erfenis in Frankrijk duurt nu veel langer dan in Nederland. Een Nederlandse notaris begint als hij de overlijdensakte heeft, een Franse notaris komt vaak pas in actie als alle documenten binnen zijn. Dat betekent vaak wel een jaar tobben in een andere taal en cultuur.”

Elk land zijn eigen erfrecht

Rombouts ziet dat veel (s)emigranten in hun testament kiezen voor het Nederlandse erfrecht. „In 99 procent van de gevallen is de Nederlandse langstlevenderegeling daarvoor de reden. Nederland is een van de weinige landen waar de langstlevende erft in plaats van de kinderen. Hoe zuidelijker je komt, hoe meer rechten de kinderen hebben, ook al bepaalt je testament anders.” Na 17 augustus moeten landen als Frankrijk en België, waar nu de kinderen voorrang krijgen, het Nederlandse erfrecht accepteren. Wil je dat het Nederlands erfrecht van toepassing is op je nalatenschap, zorg dan wel dat je de Nederlandse nationaliteit behoudt, adviseert Rombouts.

Het lastige blijft, ook na 17 augustus, dat elk land nog steeds zijn eigen erfrecht heeft. Alleen de regels om te bepalen welk erfrecht van toepassing is, worden gelijk getrokken. „Elke rechter pakt straks de Erfrechtverordening erbij om te bepalen welk erfrecht van toepassing is als er geen geldige rechtskeuze in het testament is vastgelegd”, zegt Freek Schols, hoogleraar erfrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „De rechter gaat op zoek naar de laatste gewone verblijfplaats van de overledene. Daarbij weegt hij factoren als: waar was de werkplek, waar stond het vermogen, waar had de overledene zijn sociale leven?”

Schols noemt het voorbeeld van een Nederlander die een appartement in Den Haag heeft, maar negen maanden per jaar in een camper door Europa reist. In Hongarije overlijdt hij aan een hartstilstand. „Ontbreekt in zijn testament de keuze voor het Nederlands erfrecht, dan zal de rechter vermoedelijk concluderen dat zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ Den Haag was: daar had hij een huis, kwam zijn post binnen, bankierde hij en stond hij ingeschreven.”

Waarde van de bloedband

Wat ingewikkelder ligt het voor de Nederbelg die zes maanden per jaar in Nederland woonde om in de buurt van zijn (klein)kinderen en zijn golfclub te zijn, en de andere helft van het jaar in zijn Belgische huis verbleef, waar hij ook zijn bedrijf had en zijn sociale leven. Bij hem is het lastiger vast te stellen wat zijn laatste ‘gewone verblijfplaats’ was en dreigt een juridisch geschil over de vaststelling van de gewone verblijfplaats tussen de kinderen uit zijn eerste huwelijk en zijn jongere echtgenote: de kinderen willen dat het Belgisch erfrecht wordt toegepast, waarmee zij veel meer grip krijgen op de nalatenschap. De echtgenote zal er alles aan doen om het Nederlands erfrecht te laten gelden, waarmee de langstlevende goed is beschermd.

Of de hele EU ooit hetzelfde erfrecht zal hanteren? Schols betwijfelt het. „Het erfrecht is erg cultureel bepaald. Het vertolkt de waarde die een land hecht aan de bloedband, aan het (tweede) huwelijk en aan informele samenlevingsrelaties.” Maar, zegt hij, deze verordening zorgt er wel voor dat landen meer in aanraking komen met elkaars erfrecht. „En dat leidt tot nadenken en uiteindelijk tot naar elkaar toegroeien.”

    • Friederike de Raat