Kasparov en zijn tirade op de snelweg

De rondes van het Hogeschool Zeeland toernooi in Vlissingen beginnen om 17.30 uur, zodat de honderden amateurs overdag van het strand en de zee kunnen genieten. Maar voor de profs die naar Vlissingen komen om geld te verdienen is gebakken worden op het strand de allerslechtste voorbereiding op een zware schaakpartij. Wat doen die dan de hele dag?

Zo dacht ik, tot ik in het laatste nummer van New in Chess een citaat van Vladimir Kramnik zag: „Ik ga naar bed om 4 uur ’s nachts, zoals bijna alle schakers.” Ze gaven geen bronvermelding en ik geloof dat het uit een schaakroman komt, (Los Voraces van Andy Soltis) maar ik denk dat de echte Kramnik het ook had kunnen zeggen.

Karpov, Fischer, Tal, Larsen en Timman gingen ook zelden voor vier uur naar bed. Voor de schaker die laat in de middag zijn ontbijt neemt, is het aanvangsuur in Vlissingen waarschijnlijk een zegen.

Toen ik op Google zocht of Kramnik die uitspraak over zijn bedtijd niet alleen als romanfiguur had gedaan maar ook in het echt, kwam ik ergens anders, waar hij vertelde dat Kasparov en hij na een toernooi in Linares in 1998 ternauwernood aan de dood ontsnapt waren. Ze gingen om zes uur ’s ochtends met een auto van Linares naar het vliegveld van Madrid. De weg was nog stil, de chauffeur reed 120 kilometer per uur. De schakers doezelden.

Toen kwam opeens een tegenligger op hen af. Kasparov en Kramnik sprongen op in hun stoel, waardoor de chauffeur, die in slaap bleek te zijn gevallen, weer wakker werd en een paar meter voor de crash kon uitwijken.

De heetgebakerde Kasparov gaf de chauffeur zijn ongezouten mening. Die schonk met trillende handen een beker koffie uit een thermosfles. Ze kwamen veilig in Madrid, maar in die paar seconden op de snelweg had de schaakhistorie een spectaculaire wending kunnen nemen.

Mark Timmermans - Vyacheslav Ikonnikov, Hogeschool Zeeland Open 2015

1. e4 c5 2. Pf3 a6 3. Pc3 b5 4. d4 cxd4 5. Pxd4 Lb7 6. Ld3 e6 7. 0-0 Pc6 8. Pxc6 Lxc6 9. De2 Pf6 10. e5 Pd5 11. Pe4 Pb4 12. Lf4 Pxd3 13. cxd3 Le7 14. Dg4 Kf8 Ook na 14...g6 15. Lh6 zou zwart erg ongemakkelijk staan. 15. Tfc1 h5 16. De2 g6 17. Pf6 Lxf6 18. exf6 Kg8 19. De5 h4 20. h3 Th5 21. Lg5 Ld5 22. Tc2 Zwart heeft zijn koningstoren weten te activeren, maar na 22. d4, wat een later e6-e5 verhindert, had hij nog steeds lelijk in de klem gezeten. 22...d6 23. De3 e5 24. b3 Dd7 Zwart dreigt met 25...Df5 pion f6 te winnen. 25. Lh6 Df5 26. Lg7 Een vreemde plaats voor de loper, alleen te rechtvaardigen als wit met Tc8 op mat kan spelen. 26...Dg5 Dit helpt wit doordat een verdediger van c8 verdwijnt. 27. Dxg5 Txg5 28. f3 Lxf3 29. g4 Een mooie zet. Na 29...hxg3 komt sterk 30. Tac1. 29...Kh7 29...e4 was een betere kans. 30. Tac1 Tg8 31. Tc8 Veel sterker was 31. Tc7 en pas na 31...Ld5 wel 32. Tc8.

Zie diagram

31...Txg7 Beter was 31...Lxg4 32. hxg4 Txg4+ 33. Kf2 g5 en met drie pionnen tegen een verdwaalde loper staat zwart zeker niet slecht. 32. fxg7 Kxg7 33. Kf2 e4 34. Te8 f5 35. Ke3 fxg4 36. dxe4 Te5 Wit dreigde 33. Tc7+ Kf6 34. Tf8+ Ke6 35. Tff7. Zwart kon nog wat verzet bieden met 36...Kf7 37. Th8 en dan pas 37...Te5. 37. Txe5 dxe5 Zwart hoopt 38...Lg2 te kunnen doen. 38. Tg1 Maar nu gaat zwarts loper verloren. Hij had op kunnen geven. 38...Lxe4 39. Kxe4 gxh3 40. Tg4 g5 41. Txg5+ Kh6 42. Tg1 Kh5 43. Kxe5 h2 44. Th1 Kg4 45 .Txh2 Kg3 46. Tc2 h3 47. Kd5 Zwart gaf op.